Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| De wetering aan de Bosweg, een wereld van verschil
 

    
 
De wetering aan de Bosweg, een wereld van verschil


Het is broeierig vandaag.
Dat was voorspeld, maar gezien de soms verschillende uitkomsten, nemen we het af en toe met een korrel zout.
Vaak zijn de voorspelde weersomstandigheden in het oosten van het land en schampt het lelijke weer ons net langs de provinciegrenzen voorbij.



Ik zit in mijn karperstoel aan de oever van de wetering aan de Bosweg en heb net mijn voerkorf en aas van mijn feederhengel tegen de plompenbladeren aan de overkant van de wetering ingeworpen.
Weer heb ik gebruik gemaakt van de clip op de spoel van mijn molen, door een aantal worpen met een volle voerkorf uit te voeren en de uitstaande hoofdlijn op een gegeven moment aan de clip vast te maken zodat ik altijd dezelfde afstand werp.

Handig, maar ook zeer praktisch, omdat je een voerplek creëer waar de aanwezige en passerende vis even of langer blijft “hangen” om zich te goed te doen aan het lekkers wat ze in de voerkorf en haakaas aangeboden krijgen.



Deze plek leek mij ideaal, want de diepte van de zijtocht van de wetering aan de overkant is vele meters diep en ik verwacht, dat de brasem van deze diepe plekken naar de ondiepere wetering zal zwemmen om zich te goed te doen aan het overvloedige voedsel wat daar te vinden is.

Ik ben alleen, er is op deze vrijdagmorgen geen enkele andere visser aanwezig, of ze moeten helemaal een eind verder zitten.
Normaal zitten hier wel een aantal vissers, maar vandaag heb ik het rijk alleen.
Dat vind ik helemaal niet erg, aangezien ik best wel op mijn privacy ben gesteld, maar soms wil een mens gezelschap.



Vandaag is die behoefte er niet en ik luister intussen naar het zoemende forenzenverkeer een stuk verderop op de weg en ik luister ook naar de kwetterende vogels in de bomen boven mij en prijs mij gelukkig dat mijn werkende leven voorbij is.

Ik heb eergisteren, toen ik ook aan de Boswetering zat, nog wat voer overgehouden en heb dat door mijn voer van vandaag gemengd.
Met deze weersomstandigheden is het voertje zo zuur, maar er mankeert gelukkig helemaal niets aan.
De top van mijn feederhengel begint met zijn vreugdedans en vertelt mij dat er een vis de paar maden aan de haak heeft gevonden.



Het bleek een ruisvoorn te zijn.
Een mooie pittige ruizer met een hoog knokvolume, want hij bleef maar strijden voor zijn vrijheid.
Het haakje was zo los, maar door het bewegen van zijn hele lijf en kop, was dat toch ineens een opgave.

Plons, was het laatste geluid wat ik nog van hem hoorde en ik ververste de vier maden aan de haak en stopte de voerkorf weer vol met mijn uitgekiende voertje.
Uiterst precies landde de korf weer op de plek aan de overkant en twee minuten later gaf de top weer een seintje dat er een volgend slachtoffer was gearriveerd.



Deze keer trok ik een behoorlijke kromming in mijn feederhengel, want er leek wel een nat T-shirt aan de haak te zitten.
Brasem!, schoot door mijn gedachten en die mogen op alle tijden aan mijn haakaas snuffelen.
Een massief lichaam zwom gewoon naar links van de wetering en ik moest de boel heel houden om geen lijnbreuk te veroorzaken.

Zachtjes dreef ik de druk op en de brasem keerde weer terug naar rechts in het midden, waar ik hem schepnetklaar kon drillen.
Heerlijk, wat een plezier had ik weer.



Een dikke 50 plusser was mijn deel en ik genoot intens van deze slijmerige bak.
Kon ik ze eergisteren niet aan de haak krijgen dan alleen maar ruisvoorns en nu deze brasem als bonus, dan is dat al een wereld van verschil.

Volgens mij had ik goed geraden, dat de brasemroute via deze zijtocht plaats zou vinden, en dat er groepen brasems van het diepe gedeelte naar de relatief ondiepere wetering zou trekken, want na twee minuten had ik alweer een zware vis aan de haak.



Hoera!
Ik stond alweer een zware slijmbak te drillen en terwijl twee dartelende vlinders mij even afleiden, schoot de brasem groot en log nog naar een paar plompenbladeren aan de zijkant, waarschijnlijk om zich te verstoppen voor mij.

Het net werd slijmeriger met de minuut, aangezien de brasem nog niet van opgeven wist en zich nog een paar keer omdraaide in het net.
Voorin zijn bek zat het haakje met nog de vier maden zichtbaar en zo te zien, waren ze nog steeds onbeschadigd dus had de brasem weinig plezier gehad van zijn hapje.



De volgende brasem pakte de nieuw aangeprikte maden van de bodem van de wetering in de bek en het ultradunne topje trilde zenuwachtig en vertelde mij dat er weer een vis aan het lekkers zat te knabbelen.
En weer stond mijn hengel in een kromme stand en werd ook nu het uiterste gevraagd van de feederhengel.

Wat word ik vandaag verwend zeg, mompelde ik binnensmonds en nam mij voor het haakje en onderlijn na deze vangst te verwisselen.
Dat doe ik steevast na het vangen van een paar beulen van brasems, omdat het knoopje van de onderlijn bij het bledje van de haak in kan snijden, waardoor je de volgende vis kan verliezen.



En ja hoor, daar kwam de volgende brasem een graantje meepikken.
Volgens mij liggen ze daar gestapeld en wachten ze allemaal netjes op hun beurt om van het aas te snoepen.

Ook deze brasem was sterk en voelde zwaar aan terwijl ik hem stond te drillen.
Ondertussen keek ik naar de hengel in mijn handen en zag de fraaie kromming en het sterke middengedeelte die de klappen van de vluchtende vis kon pareren.
Daar gleed de dikke 50 plusser brasem in het klaarstaande net en wonderbaarlijk gaf hij zich gewonnen en liet zonder slag of stoot de haak verwijderen en fotograferen.



Ik nam even de tijd om het schepnet slijmvrij te maken, want die zag er niet uit.
Ping!, zei de strakgetrokken hoofdlijn aan de clip en daar plonsde de korf en aas op dezelfde afstand die ik al steeds eerder gooide.

Het nibbelen bleef een minuut of tien weg, maar ineens werd onder water weer aan mijn maden gesabbeld.
Ik wachtte nog even met aanslaan tot ik een duidelijke beetindicatie kreeg, maar het sabbelen bleef doorgaan en een kort rukje was zichtbaar.
Dat kon wel eens een ruisvoorn zijn.
En ja hoor, de weerstand van de vis in het water was nominaal, dus bleek het toch een kleine ruisvoorn te zijn.



De top van mijn hengel trilde niet, bewoog ook niet stoterig, maar boog gewoon door en de feederhengel werd van zijn plek op de steun getrokken door bruut geweld.
Waarschijnlijk had een brasem de maden aan de haak opgepakt en zwom er gewoon mee weg.

Aanslaan hoefde niet, want de brasem had zichzelf al op deze manier gehaakt en kwam er pas achter toen hij weerstand ondervond bij het verder wegzwemmen.
Een schot met zijn staart volgde en de slip van mijn molen kwam aarzelend in werking en draaide zich uiteindelijk warm.
Dat is een van de betere brasems, dacht ik hardop en ik stond op vanuit mijn karperstoel en drilde de vis met het grootste genoegen.
Een mooie zestiger werd door het net omsloten en wat een wildebras was dat.



De foto mislukte ook, want net voor de tien seconden sluitertijd van mijn fototoestel, begon de brasem als een gestoorde te bewegen en gleed al glibberend uit mijn handen, tegen mijn T-shirt aan en zo het water in.
Mooi, weer een stinkende T-shirt en een ervaring rijker.

Maar niet getreurd, want de volgend brasem zat al op zijn beurt te wachten om aan de haak te worden geslagen.
Gaat vandaag lekker zo, dacht ik nog, moge alle dagen net zo’n feest zijn.
Ook deze vijftiger gaf een mooie strijd, die mij niet lang genoeg duurde en deze knaap bleek een stuk rustiger op de kant.



Het werd warm en de wind kwam een beetje opsteken.
Ik had inmiddels mijn paraplu uit mijn auto gehaald en zat heerlijk uit de wind en zon verder te vissen.
Het leek wel vandaag of de vogels harder zongen dan normaal en het riet langs de oevers van de wetering ruiste op de maat mee.
Een koppel ganzen deden de tweede stem en zelfs een kraai wist maat te houden.

Rang!, zei mijn hengel en de top maakte een wilde beweging en boog of hij van elastiek was gemaakt.
Het bleek weer een zwaargewicht onder de brasems te zijn en de volgende dril was begonnen.



Met het grootste genoegen haalde ik de brasem binnen en mocht op de foto.
Vandaag heb ik tien brasems op de kant gebracht en een stuk of twintig ruisvoorns en bliekjes.
Eergisteren kon ik geen brasem aan de haak krijgen en nu was het mijn ‘geluksdag’ vandaag en dat ga ik a.s. zondag met Theo nog een keer overdoen.

Misschien pakken we weer een veelvoud aan brasems en als het helemaal meezit, een zeelt, want dat is en blijft een mooie sportvis.



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator