Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| La Horre plek 11 in september 2007
 

    
 
La Horre plek 11 in september 2007


In september van hetzelfde jaar zijn we wederom naar het bewuste meer en op de dezelfde stek 11 in Frankrijk gegaan.
Onderweg kregen we even pech met de auto van Theo, want een plaat onder zijn auto, onder zijn motor, had het begeven en sleepte over de straat met een zeer luid geraas. De pechhulp liet een uur op zich wachten, maar het was binnen 5 minuten verholpen.
De karperkoorts had en heeft ons nog steeds te pakken en we waren nu toch wel beter voorbereid dan bij de eerste sessie.

Gelukkig was de plek waar we onze bivvies plaatsten eens een keer droog

We kenden de routine al en we sleepten onze karperuitrusting naar plek 11 en moesten daar even op adem komen. Tja, dan krijg je weer het ritueel van bivvy opzetten, alles uitpakken, rodpod opstellen, hengels prepareren, en ga zo maar een uurtje door.
Je bent eigenlijk al bekaf en dan moet je nog gaan vissen. Het begon te miezeren en wat later kwam er druilerige regen uit de wolken. Dat gaf niks, want we zaten allebei onder een eigen paraplu met een doorsnee van 3.00 mtr. Wel waren we blij, dat we de bivvies zonder regen op hebben kunnen zetten. Theo gooide zijn beaasde hair in het meer en lag niet naar zijn zin, dus draaide hij zijn lijn weer in. Moet je kijken, was zijn commentaar en ik keek naar zijn met wier overdekte lijn.

Dat heb je snel in La Horre, als je niet terdege je plekken hebt afgepeild

Soms gooi je over deze wierbedden heen en dan trek je bij het binnenhalen de boel ook door die troep. Heb je dan een karper aan de haak, dan heb je de poppen aan het dansen, want dan is de karper ineens twee keer zo zwaar en dan trek je een ongeluk aan je hengel.
Helaas hebben we bij ons tweede bezoek veel last gehad van de wilde zwanen die ’s nachts naar de vlonder toe zwommen en voer en ander voedsel van de bodem van het meer pakten en elke keer weer met de uitstaande lijnen van onze karperhengels in de knoop kwamen.

Je rent ’s nachts als een gek uit je bivvy, na het piepen van je ontvanger en elke keer weer waren de zwanen met de lijnen aan het stoeien. Ze bliezen naar ons om ons op een afstand te houden en trokken bijna de hengels van de rod pod het water in met het nylon om hun nekken en poten.
In de verte hoorden wij de andere vissers karpers landen en telkenmale piepten hun beetverklikkers vanwege de aanbeten van karpers, terwijl wij een schone zwaanloze plek probeerden te bewerkstelligen.
Wat een ramp en om gek van te worden.




Twee van de vijf zwanen, die ons niet alleen ’s avonds, ‘s nachts maar ook op de dag het leven zuur maakten.


Waarschijnlijk hebben de vorige vissers hun overtollige voer na de wekelijkse vissessie het water ingegooid en daar komen die zwanen op af. In de reglementen staat dat het eigenlijk verboden is, maar ja…

Dat is ook een van de redenen geweest dat de vangsten minder waren dan gepland.
We troffen het niet want er brak een complete wolkbreuk los en het slechte weer bepaalde de laatste twee dagen voornamelijk de visvangsten.
De wind was compleet gedraaid en het waaide hard en meedogenloos vanuit het Noordoosten. De wind en regen stonden schuin op het water en telkens als je het aas en lood inwierp nam de wind de lijn mee en trok je nylon in een grote slack op het water.

Al het losse wier in het meer scheen ons te passeren en het wier ( lang en vol met stekels op stengels) wat in het water dreef, bleef achter de lijnen hangen en trok deze steeds weer in een slack onder water, zodat je lood met de onderlijn en boilie over de bodem mee werd gesleept en in het wier onder water vast bleef zitten.

We hebben van alles geprobeerd om dat te voorkomen. De rod pods schuin opgesteld dat de toppen van de hengels onder water lagen, een extra toplood om de lijn op de bodem te laten belanden. We hebben zelfs de rod pod in het water gezet zodat we het water in moesten om de swingers aan de lijn te bevestigen.


Een van de opstellingen, terwijl we zoekende waren naar de ideale opstelling

Op een gegeven moment ging Theo met een apart hengeltje op de ruisvoorn vissen. Met een made aan zijn haakje ving hij de een na de ander. Hij kon het niet nalaten om een grotere haak aan zijn lijn te bevestigen en maakte zijn hengeltje klaar om te snoeken.
De voorn ging aan de haak en werd ingeworpen. Nog geen twee tellen later werd de voorn gepakt door een snoekje en Theo glimlachte van oor tot oor.

Trots laat Theo het snoekje zien

De avond viel en omdat de storm en regenval was opgehouden, zagen we een prachtige avondrood aan de overkant. Aangezien ik gek ben op sfeerplaatjes schoot ik een plaatje met mijn fototoestel.

Dit sfeerplaatje spreekt geheel voor zichzelf

Pieeeeeeeep! Ging de ontvanger van mijn beetverklikkers diep in de nacht en dat ding bleef krijsen. Nu was ik er op voorbereid want ik lag met mijn kleding aan op mijn stretcher. Ik schoot mijn laarzen aan en zipte de tent open en rende naar de vlonder. Mijn bril had ik opgehouden evenals mijn voorhoofdslamp, want snel reageren op een hit is noodzakelijk op La Horre.
Mijn molen van mijn karperhengel draaide als een gek in het rond en bleef lijn afgeven. Ik pakte de hengel van de rod pod en het clipje van de swinger liet een klikje horen en schoot van de lijn. Hangen!
De hengel boog onder de druk van de karper, toen ik de slinger van de baitrunner een slag had gedraaid en de slip van de molen nam het over. Genieten!
Tja, en dan word je weer even in de realiteit van het karpervissen gegooid en het stille genieten kan weer beginnen.
Weer betrapte ik mij er op dat ik stond te neurien, maar daar gaf ik me gewoon aan over.
Een zware karper was het niet, maar dat vond ik niet uitmaken. Ik stond een karper te drillen en daar was ik voor gekomen. Ik moest Theo roepen, want die lag nog steeds als een dood vogeltje op zijn stretcher. Pas na een paar keer roepen, hoorde ik in het donker de rits van zijn tent. Ik heb niks gehoord, zei hij met het schepnet in de aanslag.

Groot en zwaar was deze karper niet, maar wel heel erg welkom


Nu was Theo aan de beurt. Op het moment dat zijn beetverklikker afging, zat hij in zijn stoel met een duif te stoeien. De duif was op een dag aan komen vliegen en zag de vlonder voor zijn til aan.
We gaven hem gekookte mais en maden en zagen hoe hij dat naar binnen schrokte. Dat beest was uitgehongerd. Dagenlang bleef hij bij ons, vloog af en toe weg, maar kwam elke keer weer terug.

Het vertrouwen van de duif was groot, want hij at gewoon uit de hand

Theo rende naar zijn hengel en nam hem van de rod pod. Zijn gezicht klaarde op, want het had veel te lang geduurd voor hij, net als ik, een aanbeet kreeg. De strijd was kort, maar desalniettemin een strijd waar Theo toch alles uit de kast moest trekken om de karper niet te verliezen in het wier.
Telkens nam de karper een run naar de wierbedden die je als grote donkere plekken in het water zag. Sommige wierbedden kwamen zelfs boven water uit en de lengte van het wier werd door ons ongeveer op twee meter geschat.

Ook deze karper was welkom en dat zie je aan het gezicht van Theo

De duif kwam niet meer terug. We hebben de omgeving en de lucht afgespeurd, maar hij bleef weg.
Om 15.00 uur sloeg mijn swinger met een klap tegen mijn hengel en op hetzelfde moment kraaide mijn beetverklikker van plezier. Niet een piepje of een twijfelachtig piepje, nee, een volledige run viel mij ten deel. Ik rende naar mijn karperhengel en nadat ik een draai aan de slinger van mijn molen had gegeven, boog eerst de top en toen mijn hele hengel. De spoel gaf nog steeds lijn af en ik voelde aan, dat de vooraf ingestelde slip toch iets te vast stond. Ik stelde hem opnieuw af en de bocht in de hengel nam wat terug. Ineens stopte de lijn afgifte.
Toen ik de hengel naar achteren bracht, begon de nylonlijn te zingen in de wind, waarmee ik concludeerde dat de karper zich verstopt had in een wierbed. Even dreef de vrees boven, dat ik hem zou verspelen in dat wierbed en ik begon de lijn op spanning te brengen. Theo zag mijn poging om de karper te dwingen uit het wierbed te komen en keek gespannen naar mijn handelingen. Als een snaar stond mijn nylonlijn gespannen en ineens was er beweging aan de andere kant van de lijn te bespeuren.
Hij kwam los! Maar nu begon hij weer lijn te vragen en mijn spoel gaf hem het nodige, want er zat genoeg lijn op de molen. Het hele meer had hij nodig en ik stond me in het zweet te werken en een oud schoolliedje schoot in mijn gedachten. En ja hoor, ik hoorde mezelf weer neurien. Theo stond geleund in het water tegen de vlonder aan, met een sigaret tussen zijn vingers en het schepnet klaar om in actie te komen.
En daar kwam hij in zicht. Een grote golf verraadde nog het pit in zijn lijf, maar nu was hij toch moegestreden. Theo schepte de karper en onze monden vielen open toen hij op de onthaakmat lag. Dat is een veertig ponder Leo, of hij zit er dicht bij! Nu pas stopte ik met neurien en keek mijn ogen uit.

41 pond aan de haak, wat was ik trots op mijn vangst. Een nieuwe PB!

Ik gaf Theo aanwijzingen voor de bediening van mijn fototoestel en ik hield de kneitebijter in mijn handen. Wat een beest, wat een big was dat. Euforie overspoelde mij en wat was ik trots.

Ik kon er geen genoeg van krijgen, wat een kneitebijter

Nog lang nadat de karper in zijn element was terug gezet, hadden we het nog steeds over de vangst. Telkens weer keek ik naar de plaatjes van mijn fototoestel of het werkelijk zo was. Tot laat in de avond bleef ik met een overwinnaarsgevoel zitten.
De volgende dag om 11.00 uur in de ochtend, was Theo weer aan de beurt. Theo nam de hengel in zijn handen en rende direct met zijn waadpak aan het meer in. Intussen had ik mijn lieslaarzen aangetrokken en ik volgde hem met het schepnet in mijn handen. Ik hoorde hem vol bewondering roepen, daar gaat hij weer! En ik zag dat de karper verwoedde pogingen deed om de haak te lossen.
Op een gegeven moment kon Theo hem naar zich toe krijgen en een grote dot wier zat voor de kop van de karper. Hij wist het overgrote deel van het wier van de vis en zijn hoofdlijn en lood af te krijgen en toen explodeerde het water. De karper vrij van het wier realiseerde zich blijkbaar nu pas, dat hij aan een karperhaak hing.
Hij nam een eindeloze run en nog een en nog een en Theo kraaide van plezier. Hij blijft gaan Leo, riep hij nog en hij maande mij dichterbij te komen om hem te scheppen. Je zal toch iets dichterbij moeten komen, antwoordde ik, want het water staat tot aan de rand van mijn lieslaarzen.
Ik schepte de vermoeide karper om 11.30 uu precies en we brachten hem naar de kant om hem op de onthaakmat te leggen. Terwijl ik in het water het schepnet met de karper wilde aanreiken aan Theo die al op de vlonder stond, kwam ik in de problemen, want mijn armen waren te kort. Theo hielp een handje en het zware gewicht van de karper was nu pas merkbaar. Op de mat keek een enorme big ons aan. We geloofden onze ogen niet, want die karper was stukken groter en leek zwaarder dan de mijne een dag tevoren. Dat is een vijftiger hoor Theo, maar Theo was even afwezig en stond met zijn open mond naar die gigant op de mat te kijken.

58 pond karper, weet je hoe zwaar dat is

Hoera…onze persoonlijke records waren gebroken.

We waren helemaal gek en onder de indruk van deze enorme vissen. Beide waren imposante spiegelkarpers, wat zeg ik…biggen waren het en ze waren en zagen er oergezond en sterk uit.

We hebben al snel twee reizen naar hetzelfde meer geboekt voor volgend jaar 2008, eind april, begin mei en wederom in september want zoiets wil je natuurlijk weer meemaken.

Diep in ons hart hopen we dat we eens 60 ponders mogen haken die zich in het meer ophouden, al zat mijn vismaat Theo er wel heel dichtbij met zijn 58 ponder, maar dat is en blijft een stille wens. Aan de andere kant willen we dat eigenlijk ook weer niet, want elke karper die je daarna vangt en lichter is dan je recordvis, zou eventueel je vreugde misschien wel eens kunnen dempen. (Nou, dat zal toch wel niet!).
We beseffen maar al te goed, dat we beiden uitverkoren zijn en dat we op onze leeftijd als zestigers zulke kapitale karpers op het droge mochten krijgen, want dat is jammer genoeg niet voor iedereen weggelegd.

Het record van mijn vismaat Theo de Wit stond helaas slechts drie dagen, want al snel leerden wij op de Engelse karpersite, dat er een schubkarper van ruim 62 pond was gevangen.
Ongelofelijk, ze bevinden zich echt in het meer, dat is inmiddels bewezen.

Er zijn alleen dit jaar al 137 karpers van over de 50 pond gevangen en dat is even slikken.

Er bevinden zich meer dan honderd 50+ ponders in het meer. De zwaarste spiegel is 69+, de zwaarste schub 66+ en de zwaarste graskarper 60+. Doe mij maar een graskarper van 60 pond, zou ik zeggen. Allemachtig, je zal zo’n big aan de haak krijgen.

Het seizoen is van maart t/m oktober en bijna alle stekken worden een jaar op voorhand gereserveerd bij www.fishermanholidays.nl . Om een week te mogen vissen, moesten wij 250.- euro per persoon neerleggen en dat hadden en hebben wij er graag voor over.


Dit is de 62+ ponder van de beheerder (Rob) van het water in Frankrijk.


Er zijn veel Engelsen aanwezig en wij hebben al kennis gemaakt met deze Engelse fanatieke karpervissers, sommigen met uitermate prachtige hengelspullen.

Fanatieke vissers ook met de intentie om grove karper te vangen en daar konden wij ons aan meten, want wij blijken uit hetzelfde hout te zijn gesneden.

Plezierige, met hetzelfde virus besmette vissers met een schat aan ervaring over de technieken van het karpervissen en willig genoeg dit ook met vreemden ( lees buitenlanders) te delen.

Tijdens het wachten op een aanbeet, zit je in je luie karperstoel te mijmeren over de technieken en de aasaanbiedingen en daar waren mij toch enkele bijzondere dingen opgevallen.

Ten eerste:
Op dat bewuste meer werd door ons geen grote karper gevangen op de plekken waar we gevoerd hadden.
Dat is zeer opmerkelijk en op het eerste gezicht vreemd.

Ten tweede:
Tussen de 40 en 100 meter werden nauwelijks aanbeten geconstateerd.
Een karper weet gewoon dat er gevaar dreigt tussen deze afstanden, omdat het gros van de karpervissers in deze afstanden zijn aas pleegt weg te zetten. Wij zijn ook met een waadpak het water in gegaan en hebben over die 100 metergrens ons aas weggezet.

Ten derde:
In een denkbeeldige cirkel van 20 tot 30 meter rondom een gevoerde plek waren er wel aanbeten.
De grove karper schijnt te weten, dat veel voer op een bepaalde plek gevaar inhoudt en zeker als er een brok lood met een onderlijn en boilie in de buurt ligt.

Ten vierde:
De karpers van 41 en 58 pond werden door ons op ca. 115 meter uit de kant gevangen, waar niet gevoerd was en volgens de karper dus geen gevaar was te duchten.

En ten vijfde:
Boilies zijn rond en dat schrikt soms grove gedresseerde karper af. Door de zijkanten er af te snijden worden de boilies voor deze vis onherkenbaar en de geur verleid ze toch tot aanbeten.

Kleinere boilies van 10 en 12 mm met een vissmaak en geur bleken het in de zomerperiode ook beter te doen dan de zoete varianten.
De karper neemt in de zomer vaak de zoete boilies tot zich en in het najaar en winter de visgeurende.
Het is natuurlijk niet vreemd, dat er dressuur optreedt als een meer zwaar wordt bevist.
15 plekken voor twee vissers maal 8 maanden is 38 weken keer zes hengels per dag met aas en vrachten voer.
Sommige Engelsen gooien 20 kilo’s boilies per dag in het water. Bij hun bivvy’s stonden de emmers voer hoog opgestapeld.
Dan is het niet gek, dat de vis soms op de dag deze vrachten voer vermijdt en ’s nachts bij minder zicht zich toch af en toe laat verleiden tot een lekkere hap.
Weer wijzer geworden door deze ervaringen, zullen wij het weer beter doen volgend jaar.


Bij elke sessie doe je weer een schat van ervaringen op en ik ben niet van plan dit onder de pet te houden, zodat iedereen kan leren van onze ervaringen.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator