Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Vliegvissen in de Metuje nabij Náchod in Tsjechië
 

    
 
Vliegvissen in de Metuje nabij Náchod in Tsjechië

Ben ik net terug (4 dagen geleden) van een karpersessie van een week in CarpaSens in Frankrijk met Nick, Maarten en Paul een vriend van Nick uit Limburg, dan ga ik nu met Appie naar Tsjechië om te gaan vliegvissen.

Als je meer visdisciplines uitoefent, dan kan je natuurlijk net als wij uitwijken naar het buitenland om te gaan karperen of om te gaan vliegvissen, zoals deze aankomende 9 dagen, want die techniek moet je ook onderhouden en koesteren en we hebben de spullen daarvoor niet voor niks gekocht.



Appie en ik hebben de vliegenhengels opgezocht, de vliegenreels en de lijnen nagekeken en van nieuwe punten voorzien, een zooitje nieuwe vliegen en nimfen aangeschaft voor weinig en wij zijn momenteel onderweg naar het Pension Jhindrich in Náchod in Tsjechië, om een dag of 8, 9 te gaan vliegvissen.

We zijn met de auto van Appie onderweg naar Tsjechië en de rit zal ongeveer 12 ˝ uur in beslag nemen.

Pension Jhindrich in Náchod

De tocht gaat door Duitsland en Polen, omdat Náchod (spreek uit Naagod) in Tsjechië net voor de grens van Polen ligt.
Omdat we op zaterdagnacht 22 september zijn vertrokken, hopen we zondag rond 14.30 uur aanwezig te zijn.

Na zo’n rit vissen we niet en kijken we en wandelen we alleen maar naar de rivier, waarna we naar onze twee aparte tweepersoonskamer gaan en alles in kaart zullen brengen.



Vandaag, gaat het gebeuren.
Vanochtend kregen we van Jhindrich ontbijt met beleg en eieren met spek en naar verkiezing koffie en thee.
We hebben vandaag nog wat proviand voor tussen de middag gekocht, zoals lekkere knapperige broodjes, grasboter en 2 of 3 ons overheerlijke gerookte ham en salami als beleg.

Alles verdwijnt in de koelbox in de auto.
Jhindrich reed ons voor en wees ons een plek aan in de Metuje en we tijgeren langzaam door het water, nadat we onze waadlaarzen hebben aangetrokken.
We strekken de vliegenlijnen en na een tweetal valse worpen in de lucht, laten we de aangebonden vliegen als een veertje op het wateroppervlak landen.



Verderop was een waterval en daar probeerde ik mijn geluk.
Het voelt heerlijk vertrouwd aan om weer zo in een rivier te staan vliegvissen, terwijl het alweer ruim een half jaar geleden is, dat we de rivier de Kyll in Duitsland hebben aangedaan.
Mijn droge vlieg verdween in een klein kringetje en de leader liep strak.
Aanbeet!, flitste door mijn hoofd en ik neeg de vliegenhengel omhoog, nadat ik een korte ruk aan de vliegenlijn had gegeven.

De bruine forel was gehaakt door de kleine weerhaakloze haak van de droge vlieg (Sedge) en vocht om zijn vrijheid.



De tip van 10 honderdste was formidabel sterk genoeg om de vis te drillen en mijn Orvis Tippet Aftma 3, stond helemaal krom door het geweld van de forel om los te komen van mij als zijn belager.
Een heerlijk gevoel stroomde door mijn aderen en ik stond in kuitdiep water te genieten, als een kind die zijn eerste ijsje van het jaar kreeg op een mooie warme lentedag.

Appie was eerder uit het water gestapt en doorgelopen naar een plek verderop in de rivier en miste het hele schouwspel.
Dat gaf niks, want ik kan ook in mijn eentje genieten en nadat ik mijn linkerhand had nat gemaakt, onthaakte ik het bruine zoetwater kleinood en liet hem weer zwemmen.



Ik haalde diep adem en zoog de vochtige boslucht diep in mijn longen.
De verfrommelde en slijmerige vlieg liet ik verder ongemoeid en na slechts twee valse worpen was de vliegenlijn weer op zijn oude lengte en wierp ik de vlieg als een gesopte spent langs de oever bij overhangende takken en wachtte op een aanbeet van een volgende forel.

De aangebrachte oranje beetverklikkertje op mijn vliegenlijn/leader schoot een volle decimeter naar voren, terwijl ik langzaam aan het strippen was en ik zette onmiddellijk de haak.
Deze visl voelde goed aan en een stuk zwaarder dan de vorige en de top van het 30 jaar oude vliegenhengeltje boog als een lenige atleet tot aan het handvat.
De adrenaline schoot met gutsende golven in mijn aderen en ik voelde mijn hartenklop zwaar dreunen in mijn borstkas.



Mijn tong in mijn mond werd plotseling droog of ik een hap woestijnzand had genuttigd en houterig stripte ik snel de overtollige vliegenlijn binnen, die als een slang achter mij verder kronkelde in de langzaam stromende rivier.
Vlak voor mijn benen kwam een vlagzalm zich laten zien en hij wuifde mij toe toen de foto gemaakt werd en hij bekrachtigde zijn verdiende vrijheid met een schot van zijn staart.

Vandaag landden wij een flink aantal forellen en vlagzalmen en na de avondmaaltijd in het pension, trokken wij ons terug naar de huiskamer, waar de tv stond, waar we een potje gingen kaarten.



Morgen was er weer een mooie dag om een paar forellen en vlagzalmen te bemachtigen en daarna nog een aantal dagen om de rest van onze oude kunstjes te vertonen.

Het is dinsdag vandaag en we rijden na het boodschappen doen naar een ander stuk van de Metuje.
Ik bond nu een grijze iets verzwaarde vlokreeft aan de tip en wierp hem stroomopwaarts naar een sneller stromend stuk in de rivier.
De vlokreeft plonsde zachtjes in het water en werd onmiddellijk door het stroomnaadje meegenomen en het leek er even op, dat hij niet diep genoeg af kon zinken.



Dat vereiste sneller de overtollige vliegenlijn binnenstrippen dan normaal, maar vaak levert een snel stroomnaadje meer vis op omdat de forel geen tijd heeft om het aangeboden namaak insect uitvoerig te observeren.

Het oranje beetverklikkertje op mijn leader dreef niet meer met dezelfde snelheid als de stroming en bleef even bewegingsloos op het water drijven.
Aanbeet!

Ik zette gelijk de haak met een korte ruk aan de vliegenlijn en voelde weerstand toen ik de vliegenhengel omhoog bracht.
Een bruine forel sprong met een sierlijke boog uit het water en mijn hart sprong minstens net zo hoog en de forel schoot met hoge snelheid door het water naar de linkeroever om zich te verstoppen achter wat groene flap en stenen onder water.



Jammer voor hem, maar ik had al gezien wat hij van plan was, dus verstoppen is er niet bij.
Iets later haalde ik de vlokreeft met mijn vingers uit zijn bek en liet de forel voorzichtig in het water glijden.

Even kijken of er nog meer gewillige slachtoffers in deze stroomnaad zitten, mompelde ik binnensmonds en in de verte zag ik Appie met een kromme hengel in het midden van de rivier staan en toen hij zag dat ik naar hem keek, stak hij zijn hand op.
Ik wuifde terug en stak mijn duim omhoog.



Langzaam wadend naderde ik een prachtig gedeelte waar ik eelt van op mijn ogen kreeg van mooiigheid.
Op een stuk rivier van zeker 50 meter lang kreeg ik zeker tien aanbeten te zien en zoveel gevangen vissen en ik besloot naar de kant te waden om een klein stukje rivier over te slaan, die Appie waarschijnlijk had bevist.
Onderweg kwam ik inderdaad Appie tegen, die een andere vlieg aan zijn tip aan het knopen was.
Hij stond in het midden van een stroompje, die hij al had afgepield en toen hij mij zag vroeg hij naar mijn vangsten.



Vandaag deden de forellen en vlagzalmen het opperbest en misschien nog beter dan gisteren en misschien werd dit gedeelte van de Metuje wat minder intens bevist, dan het eerdere gedeelte.
Het kon natuurlijk ook liggen aan de aangeboden vliegen of vlokreeften of het tijdstip waarin deze vliegen het water raakten.
Die het weet mag het zeggen, want ook de forellen kunnen net zo grillig zijn als snoekbaarzen.
Hahaha.

Ik kreeg ineens het vermetele plan om een dropper te monteren en ik gaf mijn plannetje gestalte door een metalen ringetje aan mijn leader te bevestigen om daar een kort zijlijntje van 20 cm aan te brengen met een tweede verzwaarde nimf.



Een soort Czech dropper techniek met een zwaardere nimf in een andere kleur, die over de bodem wordt voortgesleept om de dieper gelegen forel of vlagzalmen tegen de bodem wakker te schudden voor het lekkere hapje.

Met slechts een rolworp wierp ik de vliegenlijn een meter of vijf van mij af en de twee nimfen raakten het wateroppervlak en verdwenen onder water richting bodem.
Langzaam bewoog ik de top van de vliegenhengel en mijn ogen kleefden aan de top en mijn hand registreerde elke afwijking die op een aanbeet kon wijzen.



Een aanbeet bleef maar even uit en het plan om op zo’n manier een aanbeet te forceren leek nu al succesvol omdat dat de top door een felle tik krom ging staan en er een forel of vlagzalm was verleid om een van de twee nimfen te verorberen als een heerlijk hapje.
Stroper!, gilde een klein hoog stemmetje in mijn gedachten.

Mijn wangen gloeiden als een kolenkachel in de winter en met een extra kort rukje aan de vliegenlijn was de forel gehaakt en kon de korte dril beginnen.



Ik voelde mij inderdaad even als een stroper in het geniep, maar ik wist mijzelf te overtuigen van de uitstekende techniek en geslepenheid van deze vangmethode.
De Tsjechen hebben deze dodelijke techniek ontwikkeld en zijn daar wereldberoemd mee geworden en nog steeds wordt deze techniek door velen toegepast.

In principe is deze methode het best stroomafwaarts te gebruiken, want telkens neig je de vliegenhengel omhoog, waardoor de nimfen van de bodem komen en naar het wateroppervlak stijgen en door de aanwezige forellen als een culinair hapje worden gezien die niet mag worden gemist.



Deze methode bracht mij een paar mooie forellen en vlagzalmen in handen en of ik het nieuwe vliegvissen had uitgevonden kickte ik als een junk zonder naald of joint of enige stimulerende middelen dan mijn eigen aangemaakte adrenaline.

Appie Bleek ook in zijn sas te zijn en kon de een na de andere vlagzalm of bruine forel haken.
We hebben wel gemerkt, dat spaarzaam gebonden droge vliegen van maatje 20 tot 24 het beste deden, maar wat een geknoei om tip 0.08 mm door dat kleine oogje van de vlieg te krijgen.



Tussen de middag, stapten we uit het water en namen we een uurtje pauze om een hapje te eten en wat te drinken.
Daar horen natuurlijk makkelijke klapstoeltjes en een tafeltje bij.

De zelfgekochte broodjes, boter en beleg kwamen uit de koelbox en het schransen kon beginnen.
Nog een stukje fruit er na en even de ogen een kwartiertje dicht.
Dat deed ons oude snikkels goed, aangezien we dan weer opgeladen waren om weer in de rivier de vissen te belagen.



De bruine forellen waren lekker vet voor de winter, maar wat een weinig insectenleven was er te bespeuren.
Toch zag ik af en toe kleine grijze sedges uit het water komen of op het water meegevoerd worden en dan paste ik gelijk mijn droge vlieg er op aan.

Dat leverde steevast een aantal aanbeten op en zeker op de plekken in de rivier, waar enige kringen van azende vis waren te bespeuren.



Toen we ’s morgens net een half uur in de rivier stonden, moest ik wel twee keer mijn ogen uitwrijven, want ik zag langzaam maar zeker de bodem niet meer.
Langzaam verkleurde het water van de Metuje en ik riep tegen Appie, die dertig meter voor mij stond, zie je het water ook verkleuren?

Appie bevestigde de vraag en nu werd de rivier helemaal donker van kleur en was het vliegvissen direct onmogelijk geworden, maar ook de terugweg naar de oever, omdat je niet meer kon zien waar de stenen in het water lagen.



Wij terug naar het Pension, waar we ons verhaal aan Jhindrich vertelden.
Hebben wij weer, vertelden we hem verongelijkt, we hebben altijd wat.

We stapten in de auto en volgden Jhindrich die naar de oorsprong van het troebele water op zoek ging.
Vlak bij de grens van Polen zagen we de oorzaak van de verkleuring en werd veroorzaakt door een grote graafmachine die in het midden van de stroom stond en de oeverkanten van de rivier met kleine en grote keien aan het opknappen was.



Gelukkig konden we stroomopwaarts nog vliegvissen en Jhindrich wees ons een aantal plekken, waar we direct konden vissen.
Het water was hier weer net zo helder als voorheen en je kon vanaf de kanten van de rivier de forellen en vlagzalmen in de stroom zien liggen.

De eerste vlagzalm vergreep zich aan een klein koperkopje en de moed zat er weer helemaal in.
Naderhand ben ik weer overgegaan op de droge en gesopte vlieg, omdat de aanbeten met het koperkopje uitbleven.



De volgende dag werden we door Jhindrich meegenomen naar een plek vlakbij de grens van Polen, voor zover het niet in Polen was.
Daar konden we niet direct achter komen.

Ik haakte een forelletje en werd door Appie benaderd, want die had een akelige mededeling.
We moesten de vakantie helaas onderbreken, door ziekte in de relatiesfeer en was het spoedig afreizen ineens een must.



Dat was ongeveer om 11.00 uur in de ochtend en we pelden snel onze vliegvis kleding uit en tuigden onze hengels af om naar het pension te gaan met de droevige mededeling aan Jhindrich.
Binnen een half uur, waren we ingepakt, hebben we de aangepaste rekening door Jhindrich opgemaakt, betaald en kregen we van hem nog wat te eten en drinken voor onderweg mee.

Ons avontuur, onze pilot was ten einde en we hadden het er nog de hele weg naar huis over.
Over Jhindrich, die een uitstekend gastheer bleek, het eten en drinken en de locatie, maar vooral over de Metuje en zijn fraaie plekjes in de natuur.
Gaan we er volgend jaar weer naar toe?, misschien als we nog steeds goed van lijf en leden zijn, want eigenlijk is het een onafgemaakte pilot.







 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator