Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| Vissen met Boilies (weet je nog wel....oudje!)
 

    
 
Vissen met Boilies (weet je nog wel....oudje!)


Rond 1980 gingen Theo de Wit en ik elk weekend de karper of de ruisvoorn belagen.
Het was Theo, die de boilie introduceerde en op zijn aanwijzingen maakten wij de hair aan de karperhaak en bevestigden wij de boilie aan de hair.
Wij zaten regelmatig in de Wennetjessloot en op Madestein in Den Haag op karper te vissen en in een sloot in Madestein was de plek waar wij voor het eerst gingen vissen met de boilie.



Eigenlijk stond ik een beetje sceptisch naar het aasbolletje achter mijn haak te kijken en ik dacht nog, dat we daar weinig mee zouden vangen. Theo had er al in Zoetermeer met zijn buurman Ad Goossens vangsten mee geboekt en was zeer enthousiast over het gebruik er van.
Eerst zien en dan geloven, was mijn motto.
We zaten met zijn tweeën op stoeltjes naast elkaar en hadden onze hengels recht vooruit, links en rechts gepositioneerd.
De brede sloot, want meer was het niet, verliep in een T-vorm en daar lagen twee van onze hengels met beaasde haken naast elkaar.
Het was vrijdag zeven uur in de avond, op een zomerdag en mijn waker ging treiterend omhoog.



De karper werd in die tijd gevangen met een gewone holglas karperhengel van circa 2 lb, 360 cm lang en een eenvoudig molentje met 22 honderdste nylon, een peerloodje van 9 of 12 gram, via het warteltje van het loodje op de hoofdlijn geschoven, tegen gehouden door een plastic stoppertje of een blokloodje met een centraal gaatje en een karperhaakje maat 6 of 8.

En geloof me of niet, ik was helemaal om voor het gebruik van boilies als aasaanbieding

Aan de haak bevestigden we een stukje kaas, maïs of aardappel en na het inwerpen plaatsten wij de hengels op eenvoudige hengelsteunen met een belletje die met een krokodillenklemmetje aan de top van de hengel was bevestigd of een fluorescerend lijnclipje aan de lijn die met een touwtje aan de hengelsteunen was vastgebonden tegen het wegvliegen als we aansloegen.

Klap! Het wakertje sloeg met een klap tegen mijn onderste hengeldeel aan en mijn spoel begon met een sneltreinvaart lijn af te geven. Je bent op dat moment heel alert en je reageert onmiddellijk.
Tik!, zei het wakertje van de hengel van Theo en ook zijn molen begon op hoge toon te gieren.
Beet!, zeiden we tegelijkertijd en dat na slechts tien minuten en we begonnen enthousiast de karpers te drillen.
Na ongeveer een kwartier lagen er twee mooie schubkarpers op de kant en wat waren we trots op het resultaat.

Een prachtige schubkarper uit de omliggende sloten van Madestein 1980.
 
Schijnbaar waren deze boilies erg duur of zeldzaam in Nederland, want Theo had er maar een handvol van deze blijkbaar kostbare boilies bij zich.

Deze boiliesoort ving de meeste karpers,

Pets! zei het andere wakertje van mijn tweede hengel en ook die molen begon lijn af te geven.
Mijn mooie schubkarper van mijn eerste hengel liet ik in het water glijden en ik haastte mij om mijn tweede hengel op te pakken.
Hangen!, riep ik nog naar Theo, maar ook hij haastte zich naar zijn tweede hengel om aan te slaan, want wederom hadden we samen tegelijkertijd beet.

Diep in mijn hart was ik aan het juichen en een euforisch gevoel overspoelde mij.
Was dit dan het ultieme aas, zijn we eindelijk de slimme karper een stapje voor en kunnen we eindelijk onbeperkt deze prachtige vissen vangen?
Of is het weer een nieuwe tijdelijke techniek van de Engelsen, want die timmeren meer aan de weg dan wij Nederlanders, om snel karpers te vangen voor ze weer aan deze manier van aasaanbieding gewend zijn?
Eigenlijk interesseerde het mij geen biet, want mijn vers beaasde hair werd weer door een karper genomen.
Ik stond met mijn karperhengel een karper te drillen en Theo had geen tijd om met mij te praten, want ook hij stond een karper in het woelige modderige water met een zingende lijn te bevechten.

Tijdens het drillen van de derde karper, ging mijn tweede hengel weer van kiet en ik wist even geen raad wat ik zou doen. Ik pakte hem op en sloeg hem aan en ik klemde de hengel tussen mijn knieën…
Belachelijk gewoon en ik voelde me als een kind aan de borst, die niet kon kiezen tussen de sappige linker of de rechtertepel.
Weer landde ik , ditmaal een mooie boerenkarper, op het droge en de tweede hengel tussen mijn knieën deed zeer en schuurde tegen mijn vel want de karper aan de andere kant van de hengel vocht voor zijn vrijheid.



Hij moest toch maar even wachten en mijn knieën voelden beurs aan.

Allemachtig Theo, kreet ik, wat een bijzonder aas en wat een rare manier van aasaanbieding.
Iedereen in Nederland geloofde al die jaren in een aasaanbieding waarbij de haak voldoende bedekt moest zijn om de karper tot een aanbeet te verleiden en de Engelsen komen met een vorm van aasaanbieding waarbij de haak volkomen bloot erbij ligt en het aas enkele centimeters achter de haak aangeboden wordt.



Boeken van gerenommeerde karpervissers in Nederland vertellen je een heel ander verhaal, met overtuigende feiten en uitgelezen theorieën en kapitale vangsten, die met jaaaaarenlange ervaring pas aan de schubben zijn gekomen en gezever over de juiste aasaanbiedingen, de perfecte aassoorten en ineens is dat verleden tijd en met een sneltreinvaart achterhaalt.
Geloof me, dit revolutionaire gedoe gaat je verstand even te boven en waar ligt dan de waarheid en wie heeft dit getoetst?
Zijn de waarheden van onze Nederlandse karperspecialisten leugens of zijn de mogelijkheden van aasaanbieding niet voldoende onderzocht?

Bah!
Ik voel me bespuugd en belogen en ik heb het gevoel dat wij zijn belazerd al die jaren, door de specialisten op karper die Nederland rijk was.
Enige tijd geleden werden in de Amsterdamse wateren de boilies getest door een “specialist” en na vele kilo’s boilies voeren, die wrevel opwekten bij de “normale” karpervissers, werd na enkele uren vissen afgehaakt door de specialist, omdat de lokale vissers meer vingen met hun “gewone aas “.

Tik!, mijn waker sloeg ditmaal zachtjes tegen mijn hengeldeel aan.
De spoel begon zijn lied te zingen en de nylonlijn zong mee in de wind. Weer een karper en ditmaal was het zo te voelen een kleine karper, die niet van plan was het snel op te geven.

Een klein schubkarpertje van een pond of 6.

Ik kan er niets aan doen, maar op zo’n moment begin ik te neuriën en ben ik bijzonder in mijn sas.
Ik voel me dan lekker in mijn vel en alle ellende die een mens kan raken, smelt en verdwijnt op een lager niveau.
We hadden de man vijf karpers gevangen die avond en de boilie kreeg een ereplaats bij ons voer, wat zeg ik, er was alleen nog plaats voor boilies en anders niks.

Variatie van een aantal boilies en twee staven, die nog gerold moeten worden.

Wij zijn in ieder geval blij dat we dat meegemaakt hebben en dat nemen ze niet meer van ons af.
Leuker om toen karper te vangen was met een gewone pen en een drijvende broodkorst. Het was een feest als de karperbek een flinke drijvende korst van het oppervlak weg slurpte.
Vooral de graskarper liet zich vaak door een lekkere verse drijvende broodkorst verleiden tot stiekeme aanbeten.
De graskarper zwom ook zelden van je weg, die kwam gewoon op je af en je stond je wezenloos te draaien aan je molen om de slack uit je lijn te krijgen en vaker als we wilden zwom hij gewoon onder de boot door en soms ook om de steekstokken heen.

Als de schub- of spiegelkarper gevangen was, dan werd hij geschept met een altijd te kleine schepnet en op het droge lag hij in het gras of op een natte vuilniszak.
De lengte werd opgemeten en soms een foto gemaakt, want bijna niemand had toen een weegschaal en hup de vis het water in en wachten op de volgende aanbeet.


Tegen de regen had je een grote groene paraplu van het merk Harodex en een eenvoudig visstoeltje, die steevast na een visdag pijn in je dijspieren opleverde door die vervelende stang waar je dijbenen of knieholten op leunden.
Zo visten het gros van de karpervissers, dus wij ook.
Vanwege de aanschaf van een stacaravan was ik elk weekend met mijn vrouw en twee kinderen op een camping. Mijn vismaat Theo en ik verloren elkaar jammer genoeg uit het oog, ook vanwege mijn studie voor het behalen van het Juweliersdiploma, die bijna elke avond na het werken studie vergde.
En daarmee werd tot ons beider spijt het karpervissen op een laag pitje gezet.
Een paar jaar daarvoor was ik lid van de vliegvisvereniging Castingclub 's Gravenhage geworden en alleen op de dinsdagavonden ben ik mij met veel plezier toe gaan leggen op het vliegvissen.

Het toeval wilde, dat ik onlangs met mijn vliegvismaat, Appie de Jong , waar ik al jaren mee vliegvis in het buitenland, onder het genot van een drankje een gesprek had op een balkon van een hotel in Slovenië, waar wij in de Sava de forel met de vliegenhengel aan het belagen waren en in het gesprek de naam van mijn oude vismaat Theo ter sprake kwam. Dat was zeer bijzonder, aangezien mijn vliegvismaat Appie mijn oude karpermaat ook al jaren kende, vanwege hun gezamenlijke interesse in fotoapparatuur.
Nog nooit was de naam van Theo ter sprake is gekomen.
Appie heeft er voor gezorgd dat ik weer contact kreeg met mijn “oude “ karpermaat Theo en na een enthousiaste telefoontje van Theo, besloten we om de karpervisserij samen weer op te pakken.
Bij mij is een goede vriendschap voor eeuwig, maar dat telt helaas niet voor iedereen. Het was dan ook de vraag of mijn karpermaat dezelfde gevoelens deelde.
Maar toen ik hem aan de telefoon had na ruim twintig jaar, leek het net of ik hem gisteren nog had gezien en gesproken en het gesprek was plezierig voor mij en ik merkte dat ook Theo weer enthousiast was.
Tja, dan sta je in je schuur je karperhengels en je molens bij elkaar te sprokkelen en dan merk je dat ze de tand des tijd niet bijster goed hebben doorstaan.

21 pond We hadden beiden geen groter schepnet meegenomen.

Dat wordt geld uitgeven voor nieuwe hengelspullen en ik meen wat ik zeg, dat had ik er graag voor over. Dan begint de ellende.
Het is ongelofelijk wat er dan op je afkomt. Onderlijnen die rigs heten met een hair aan de haak, want een aasje aan je haak is uit de tijd, rigtube’s, leadclips, swivels, boilienaalden, PVA bags, funweb en strings, marker floats, spods, werppijpen, weegzakken, onthaakmatten, weegschalen, rod pods, buzzerbars, swingers, digitale beetverklikkers, bivvy’s, stretchers, shelters, reuze schepnetten en ga zo maar een uurtje door.

Het duizelt voor je ogen en je hebt moeite om al die namen te onthouden, maar ook de functies er van.
Het lood wat wij vroeger gebruikten ging van 7 gram naar 70 tot 120 gram, de lijnen naar 15 en 20 lb (35 honderdste) en de hengel van 2.00 tot 3.50 lb.
Ook de loodbevestiging was revolutionair maar ook het nut van de rigtubes om de soms grote schubben van de spiegelkarpers te ontzien en ze niet te verwonden tijdens de dril.
Wat een ontwikkeling heeft het karpervissen in die 20 jaar meegemaakt en wij voelden ons een beginneling. In allerijl werden er catalogussen van diverse merken bij diverse hengelsportleveranciers aangeschaft en helemaal doorgespit om de technieken en benamingen eigen te maken.
Ga nou niet vissen op dezelfde oude manier, want dan ben je onweidelijk bezig en word je uitgemaakt voor dierenbeul.

Na een ruime tijd oriënteren, ben ik naar verschillende hengelsportzaken gestapt en heb de nodige attributen aangeschaft om te beginnen met het vangen van karper.
Vele euro’s wisselden van hand en ik was trots op mijn nieuwe uitrusting. Alles had ik aangeschaft, van een ruime bivvy tot rod pod en 6 delige reiskarperhengels tot klin-ik jodiumvloeistof voor de karpermond. Echt waar! en de ruimte in mijn schuur werd steeds kleiner.
Het heeft geen zin om alle merken op te noemen van de aangeschafte hengelsportmaterialen en toebehoren, want er zijn vele uitstekende materialen van vele merken in de handel die voor elkaar niet onderdoen.
De eerste afspraak met mijn karpermaat werd gemaakt en we zouden gaan vissen op een bekend water, waar we vroeger veel karpers, graskarpers en grove ruisvoorns pleegden te vangen en we wisten in deze eerste sessie, naast de nodige ruisvoorns en brasems, 3 graskarpers te vangen van 20 pond en hoger in twee uur tijd.

Eén van de graskarpers van 22 ½ pond.

Fantastisch was dat en dat voor het eerst na ruim twintig jaar.
Op de geheel nieuwe wijze van karpervissen, maar ook op de oude manier met de drijvende broodkorst, wisten wij deze formidabele vangsten te realiseren en bij mij kwam dat fijne gevoel van karpervissen van ruim 20 jaar geleden terug.


En wat een machtig gevoel is dat, de aanslag, de run en de gierende slip van je molen. De zingende lijn, de kromming van je hengel en mijn knieën werden van rubber en mijn hart bonkte in mijn keel.
Dat heb je niet alleen bij de eerste karper, maar bij elke karper die je in je leven aan de haak slaat, want het is een gevoel die je telkens weer overspoeld als je een kapitale vis aan het drillen bent.
Het moment van scheppen, het bewonderen van de vis op je onthaakmat, het wegen en het laten maken van de foto’s door je vismaat en jij met die prachtige zware vis in je handen.
Eigenlijk kan je gewoon geen afscheid nemen van zo’n prachtige vis en het mooiste is, je vismaat deelt dezelfde gevoelens, want ook hij zit mee te genieten.
Het maakt niet uit of jij of hij een karper vangt, want je bent er altijd bij betrokken, of je hanteert de hengel of je hanteert het schepnet en het gevoel blijft hetzelfde.
Hoe was het mogelijk, dat ik mij deze intense gevoelens al die jaren heb onthouden? Waar ben ik eigenlijk al die jaren mee bezig geweest?

Tja…dan ben je weer helemaal verkocht.
Dvd’s over het karpervissen werden aangeschaft, maar ook te leen door een vriendelijke hengelsportleverancier uit Uithoorn, onderlijnen gemaakt en vele uren voorpret waren weer mijn deel. Vele karperforums werden op het Internet opgezocht, ervaringen uitgewisseld en mijn kennis over het wel en wee over het karpervissen groeide met het uur.
Alle ontbrekende “knowhow” over deze tak van vissen werd opgezocht, gelezen, bekeken en het plezier om er weer op uit te trekken om deze sterke vis te vangen werd sterker dan ooit.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator