Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Leo vertelt|| Leo vertelt nr 58 (Vissen met doodaas)
 

    
 
Leo vertelt nr 58 (Vissen met doodaas)


Gisteren heb ik op de vlonder aan mijn huis, de reel met gevlochten hoofdlijn van mijn doodaas hengel verwijderd en een gewoon molentje met monofilament (nylon) opgespoeld aan de molenhouder bevestigd.

Ik wil gewoon het verschil eens voelen, hoe de doodaas hengel reageert met nylon of met een gevlochten lijn, want (bijna) iedereen heeft er de mond van vol dat je met 16 honderdste nylon makkelijk op een parabolische snoekbaars hengel een flinke snoekbaars kunt drillen.



Want daar moet je bijna in euforie van raken omdat die redelijk dunne lijn heel blijft op een parabolische hengel en bij een beukende snoekbaars en is blijkbaar de enige humane manier om een flinke snoekbaars te mogen drillen.

Persoonlijk vind ik 16 honderdste nylon echt te dun voor een kneiter van een snoekbaars en ik ga liever op zeker door minstens 22 honderdste op de molen te spoelen.
Ga ik daar mee over de schreef?

Ik denk het niet, want mijn hengel reageert nog steeds hetzelfde op de aanslag en de dril, want parabolischer dan parabolisch kan mijn hengel niet gaan, of ik nu met 16, 22 of 35 honderdste nylon op snoekbaars vis.



Het risico van lijnbreuk is bij 16 honderdste natuurlijk veel groter en waarom zou je niet op zeker gaan vissen, is zelfs een gezegde van Kevin Nash.
Deze specimen Hunter zit soms een jaar achter een bepaalde karper aan en als hij die karper eindelijk aan de haak heeft kunnen krijgen, wil hij de karper echt niet verliezen door lijnbreuk van een te dunne hoofdlijn.

Dan zou je eigenlijk helemaal niet met nylon moeten gaan vissen op snoekbaars, maar toch met gevlochten lijn en zelfs 8 honderdste is sterk genoeg voor de grootste snoekbaars.
Tenminste, ik heb snoekbaarzen van ruim 90 cm aan 8 honderdste gevlochten lijn gehad en ik deed het bijna in mijn broek, omdat ik de tanden over de dunne gevlochten draad hoorde raspen toen de shad wat dieper in de bek was geslikt en dat gerasp werd door de top van mijn verticaalhengel tot in mijn ellebogen doorgegeven.



Dan staat het zweet zelfs in de strengste winter op je voorhoofd.
De haak, waar het dode aasvisje aan bevestigd wordt, hangt aan een speldje zonder wartel, die aan mijn hoofdlijn is bevestigd, zodat ik snel van haak kan wisselen als de enkele haak er aan bijvoorbeeld bot is geworden.

Het Noordzeekanaal is vandaag onze uitvalbasis,maar ik ben er nog niet van overtuigd, dat we vandaag met het vangen van vis af zullen sluiten, vanwege het steeds veranderlijke weer van de laatste dagen.
Ik heb vanmorgen met een aasemmer lopen slepen (grote maat) met 15 vissen die in ruim water rondzwommen en een flinke vistas in de andere hand en ik kan je vertellen, dat ik dooie vingers en knap vermoeide armen had toen ik bij mijn auto aangekomen was (ruim 250 meter lopen).



Het leek wel een training voor de sterkste man en het enige sterke aan mij is mijn lichaamsgeur na een karpersessie van een paar dagen.
Nu is de tijd aangebroken om een levend visje uit de bun te mishandelen met een mes.
Bij deze handelingen zijn kinderogen zeer ongewenst, want dan blijf je voor de rest van je leven een vismoordenaar en dan kun je knuffelen met je kind wel vergeten.

Maar vlak de gevoelens van een vrouw niet uit als je een poging onderneemt om het spartelende angstige visje vakkundig tot pulp te snijden en steken.
Die zijn in staat om je bun leeg te kiepen in het viswater, omdat ze medelijden met de visjes hebben en vijlen het liefst de punten van je haken bot.
Laat ze ook nooit alleen bij je hengels in de schuur, want als ze in een dolle bui de decoupeerzaag ter hand nemen, dan heb je ineens vier of zesdelige hengels in plaats van tweedelige.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator