Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| Etang de La Horre Een week karpervissen in den vreemde
 

    
 
Etang de La Horre Een week karpervissen in den vreemde


Het is een flinke rit naar La Horre in Frankrijk, want we zaten toch ca. zeven uur achter het stuur van de auto om er te komen.
Nick en ik, maar ook Maarten, zijn zoontje Tom en Rinus van Ebrowhoppers uit Spanje zijn een weekje gaan vissen op karper op een van de moeilijkste betaalwateren van Frankrijk.



We hadden stek 8 en 9 al ruim een jaar van te voren gereserveerd, want dat waren de stekken die we nog snel konden boeken, voordat deze ook al door andere karpervissers waren gereserveerd.
La Horre is populair bij veel karpervissers in het buitenland, want er zwemmen vissen rond, die de 70 lbs makkelijk halen en die droomvangsten zijn maar voor een paar vissers weggelegd.

Vaak zijn de vangsten weerbepalend.



Als het weer in het voorjaar omslaat, dan kunnen de vangsten van karper zeer bedroevend zijn voor bepaalde stekken van de immense grote plas van 110 Ha en is er geen peil op te trekken wat de uitkomst van een week karpervissen wordt.
Steve en Rob, de bailiffs aldaar, weten ondanks hun jarenlange ervaring vaak ook niet wat het veranderlijk weer de ene of de andere opvolgende weken voor invloed heeft op het vangen van kapitale vissen.



De week voor ons bezoek zijn er mooie vangsten geboekt en natuurlijk kregen wij met een weersomslag te maken, die een paar weken aan zou houden.
De koekoek voorspelde het al, aangezien ik na een paar dagen in plaats van “koekoek, koekoek” alleen maar “fuck you, fuck you” hoorde.

De wandeling naar stek 8 en 9 is een ware beproeving voor de jonge, maar vooral de oudere karpervissers, aangezien het pad naar de stekken, vooral stek 8, een klauterpartij van jewelste is.



Vanaf de weg, waar je de auto even kunt parkeren, is de bereikbaarheid van de plekken via een smal pad door het bos toegankelijk en wordt na een paar honderd meter zo smal, dat je met je volgeladen barrow over grove uitstekende wortels van bomen, tussen samengegroeide bomen door en een eenvoudig houten hoekig vlondertje wat om een aantal bomen en naast een slootje is gemaakt naar je plek moet komen.

Voor het vlondertje ligt een korte steile houten oprij plank, waar je snel en trefzeker met een aanloopje op moet rijden om niet met je handel in de sloot te belanden.



Voor velen is dat niet alleen te doen en zal je van de volgeladen barrow enkele vistassen moeten verwijderen om die veilig over het plankier te dragen.

Plekken 8 en 9 zijn ruim genoeg voor twee grote bivvy’s en een brollytentje, zodat de grote vlonder van 6 x 4 meter vrij blijft voor je hengels, rodpods en onthaakmatten.
Je kunt daar eventueel ook een bivvy op plaatsen, die je met schroefogen kan vastmaken, maar als je een tweede bivvy op de vlonder wilt plaatsen, dan wordt de ruimte wel heel erg krap.



Het kostte Nick en mij 2 ½ uur om alles in vier keer heen en weer lopen met twee barrows naar plek 9 te krijgen.
Pfffffft!
Ik moest nog een keer terug om de auto van de parkeerplaats naast de plas naar het witte huis te brengen, want de auto mocht daar niet blijven staan.
Vanaf het huis, waar de bailiffs, de douche en de toiletten bevinden, is het ook nog een paar honderd meter wandelen, zodat ik het gevoel had dat ik de vierdaagse in een paar uur had gelopen.



Ik was kapot en dan moet je ook nog het tentenkamp opzetten, de hele troep uitpakken en installeren en dat is pittig voor een 65 jarige met de nodige lichamelijke mankementen.

Gelukkig heb ik een vrij snel herstellingsvermogen en bleek ik meer aan te kunnen, dan mijn vismaat Nick kon bevroedden.
Maarten en Rinus werden overmand door gevoelens van piëteit en hebben plek 8 verderop maar in beslag genomen, want die zagen mij al met een volle barrow in de sloot bij het plankier belanden en met dat visuele vooruitzicht hebben ze mij dat willen besparen.
Hahaha.
Mijn dank daarvoor, heren.

stek 8

Gelukkig bleef het tijdens de overdracht droog, want dat heb ik vaker dan gewenst niet meegemaakt en konden we de bivvy’s snel en kurkdroog op de plekken langs het pad plaatsen.
Ik ben al een keer of zes naar deze plas geweest om te karperen, maar ik was weer onder de indruk van de prachtige natuur om ons heen.
Het gekwetter en zangtalenten van de omringende vogels deden mij goed en ik zag dat de zwanen aan de overkant van de plas en zeker ruim 400 meter van ons vandaan verbleven.

stek 8

Ruziënde meerkoeten vulden de stilte met hun gekrijs, maar dat deerde mij niet, want een vogel aan een rietstengel naast de vlonder zong zijn keeltje schor of hij blij was om ons te zien.
Nick had zijn rodpod en hengels al vrij snel op de vlonder staan en werkte gestaag door om plek 9 om te toveren als een heus vissersdorp voor twee personen.

Maarten en Rinus, die eerder dan wij zijn weggegaan uit Nederland en eerder waren aangekomen, waren al geheel aan kant en kwamen even langs om een sociaal praatje te houden.



Ik zag de hoop en gretigheid in de ogen van mijn vismaten om deze week een of meerdere grote karpers in het net te krijgen en dat gunde ik ze van harte.
Na het lezen van mijn eerdere gepubliceerde verhalen over La Horre waren ze hongerig geworden en hadden ze het gevoel van een week blanken geheel uit hun hoopvolle gedachten verbannen.
That’s the spirit, zullen we maar zeggen.

Ik merkte dat de batterij van mijn gsm harder leeg liep, dan een stinkdier met schijterij.
Gelukkig had ik een oplader bij mij die op zonnecellen zijn energie kon opslaan, maar ik was blij deze al thuis opgeladen te hebben, want de zon liet zich deze week maar schaars zien.
We waren net klaar met het inrichten van onze plek of het begon te miezeren.



Het water bleek 15 graden en omgevingstemperatuur 16 á 17 graden en de straffe wind kwam uit het zuidoosten.
Ik at mijn drie bruine boterhammen met oude kaas op, die eigenlijk voor onderweg waren, aangezien mij de moed ontbrak om te gaan bakken of koken.
We lagen er al vroeg in (rond 23.00 uur) en we hoopten ’s nachts door een paar fluiters gewekt te worden, maar dat bleek niet het geval.

In de verte hoorde ik wilde papagaaien “La Horre, La Horre” roepen en verzonk langzaam maar zeker naar dromenland waar grote karpers met graagte een boilie tot zich namen.



Zondagmorgen vroeg bleef er een schubkarper van 8 kilo aan de weerhaakloze haak van Rinus te blijven hangen en aangezien Maarten, gewekt door zijn zoontje Tom, eerder bij de hengel was, mocht hij de karper verder afdrillen van Rinus.

Voorwaar een groots gebaar, want Rinus zou de volgende karper wel onder zijn hoede nemen, niet wetende, dat er voor hem die week geen karper meer in zat.



Het bleef droog tot 19.00 uur met slechts 12 graden en toen begon het te regenen.
Terwijl de regen op de brolly plensde, zaten Nick en ik er onder het avondeten te bereiden en waren de twee karbonaden al ontdooid, die ik van huis had meegenomen.

De koelkast van Nick, die trouwens op gas kon koelen, bleek voor de rest van de week een uitkomst, maar wat een gevaarte is dat, aangezien je stiekem je bronstige vriendin er in kan vervoeren, zo groot is hij.

keuken van Nick

Er werd deze dag geen enkele aanbeet waargenomen ondanks de zes gul gevulde hairs aan onze haken aan onze uitgeworpen onderlijnen, die als gekleurde snoepjes voor de zoet minnende karpers lagen te wachten.

Maandagmorgen kreeg Nick een fluiter, maar dat bleek een ijverige eend te zijn, die in het donker zijn lijnen in het water niet zag liggen.
Een uur later ( 06.15 uur) werd ik ruw gewekt door een aanbeet op mijn popup, maar na het voorzichtig aanslaan van de hengel, voelde ik een zekere weerstand en toen een loslater.
Geef niks, maar niet wetende, dat dit gelijk mijn laatste aanbeet van deze week zou zijn.



Het begon ’s middags weer te regenen en de omgevingstemperatuur daalde naar net 10 graden en tegen de avond naar slechts 8 graden.

Inmiddels was het dinsdagmorgen geworden en de buitentemperatuur was weer gedaald naar 6 graden, terwijl de wind toe aan het nemen was en uit verschillende richtingen kwam.
Stek 5 had inmiddels 5 karpers op de mat kunnen krijgen en daar zaten 50 ponders bij.
Maarten kreeg een aanbeet om 09.00 uur en trok een mooie schubkarper van 15.7 kilo in het net.
Toch nog een die wat meer geluk had dan wij.



Nick had een zeer grote hoeveelheid aan bodemvoer meegenomen en liet deze door Steve de bailiff uitstrooien naast de uitstaande markers, in de hoop karpers naar zijn voerplek te krijgen.
’s Nachts spookte het met onweer en felle regenvlagen rondom en op de bivvy’s en hield ons wakker door het tromgeroffel van de regen op de strak gespannen tentjes.

Woensdag bleek een herhaling van dinsdag te zijn, alleen werd er geen enkele karper door ons gevangen.
Een andere stek bracht een graskarper van ruim 70 lbs op de mat en daar konden wij alleen van dromen.



De wind bleek gedraaid naar noordnoordoosten en het was slechts 7 graden die dag.
Om 18.30 uur begon het een paar uur te regenen en dat mag misschien een prachtig gegeven voor de lokale boeren zijn, maar mocht van ons echt wegblijven, aangezien het karperdorp een zompige bende werd waar je laarzen tot aan de enkels wegzakten in de blubber.
De koekoek blerde nog steeds “fuck you, fuck you” en ik schreeuwde “fuck you too” terug.

Nick kreeg een zenuwtrek in zijn gelaat (tic), want een visloze karpersessie heeft hij nog nooit op hoeven te tekenen en hij verzon tal van listen om een karper in het net te krijgen.



Zijn 5 lbs spodhengel werd van stal gehaald en voorzien van een molen met 35 honderdste nylon en met een voorslag en met een zwaar stuk lood, waar je een olifant mee dood kan gooien.

Met een superworp gooide Nick ruim 140 meter en aan zijn trotse gezicht te zien was dat geen sinecure.
Laat hij donderdagmorgen om 06.00 uur een aanbeet krijgen en aangezien ik om dit onzalige uur al voor mijn bivvy een kopje koffie aan het nuttigen was, pakte ik de hengel uit de steun en sloeg ik voorzichtig aan om direct daarop een slappe lijn te voelen.



Nick die gehaast en slaperig de hengel overnam kreeg hem zitten, toen hij de slappe lijn gewaar werd.
In den beginne poogde hij in zijn vertwijfeling aan mijn adres mijn onkunde betreft het vangen of aanslaan van een karper te deponeren, maar slikte de rest van zijn betoog in toen hij iets later de doorgesneden hoofdlijn zag, die waarschijnlijk en wel zeker door een mosselbed was veroorzaakt.

Lood, haak en onderlijn, maar ook de voorslag en een flink stuk hoofdlijn waren verdwenen en een scherp afgesneden hoofdlijn was nog de enige getuige van het drama.



Later vertelde Steve de bailiff, dat Nick met grote zekerheid zijn aas en lood over de oude rivierbedding heeft geworpen en daar zit het vol met grote partijen mosselbedden langs de oude oevers onder water.

Weer kregen we te maken met flink onweer en felle regen, die de hele nacht heeft geduurd.
Vrijdagmorgen om 07.30 uur kreeg Nick een aanbeet van een schubkarper van 14 kg en die konden we veilig in het net landen.



De wind was aangewakkerd tot 4 – 6 Beaufort en kwam nu definitief uit het noordoosten.
Met een temperatuur van slechts 6 tot 8 graden bleef het een koude dag, maar de regen bleef gelukkig weg.

Wat later op de dag hebben we alvast twee barrows de man met visspullen naar de auto gebracht, waaronder ik mijn rodpod en hengels had opgeruimd.
Steve had in zijn ijver om te voeren tot twee keer toe, op twee verschillende dagen, met zijn elektromotor door mijn uitstaande lijnen heen gevaren en van mijn rechterhengel was nu dik 100 meter hoofdlijn verdwenen.



En om nu weer voor de derde keer mijn hengel op te bouwen, vond ik dat voor de laatste nacht niet haalbaar en kon ik met een gerust hart gaan slapen zonder gewekt te worden door gillende piepers.

Maarten en Rinus hadden het gezien.
Ze vertrokken allebei op vrijdagavond in plaats van zaterdagochtend voor 10.00 uur.
Maarten had natuurlijk ’s avonds een rit van 7 uur voor zijn kiezen, maar Rinus moest helemaal naar Playas de Chacon, nabij Caspe in Spanje rijden en dat is een rit van pakweg 13 uur.
Nick en ik zouden zaterdagmorgen de wekker op 07.30 uur zetten, maar ik was om 06.00 uur uit de veren en begon al wat in te pakken.



Om 09.00 uur was alles in mijn auto geladen en na het ontvangen van onze borg (50 euro) en na aftrek van de voersessies ad 5.- euro per persoon per dag reden we na een allerlaatste “fuck you too” tegen de koekoek op ons gemak naar huis.
Ik had al de auto volgegooid met diesel toen we vrijdag nog wat boodschappen hadden gehaald en die bleek zelfs nog 6 ct goedkoper dan in Nederland.

We hebben heen en terug 1345 km en 1 : 10 gereden en dat is voor een grote verlengde en verhoogde bus, waar je een plattegrond bij krijgt vanwege de ruimte binnenin, behoorlijk te noemen.



Resumé.
Het blijft een gok als je een jaar van te voren een plek reserveert, in welke weersomstandigheden je terecht komt.
Paait de karper of moet het nog beginnen, want ook dat is bepalend of je karper vangt of niet.
Kenners weten, dat je op La Horre ver moet kunnen gooien (ruim over de 100 metergrens) om schuwe karper aan de haak te krijgen.



Om sommige lage nummers van stekken (1 t/m 7) is de kans op aanbeten het grootst, omdat de karpers uit het reservoir (verste punt aan de overkant) eerder die plekken aandoen als ze zich verspreiden.
De watertemperatuur is ook bepalend voor de vangsten en de diepte van het water eveneens, want sommige plekken vangen nu eenmaal meer vis.

De karpers schijnen een duidelijke voorkeur te hebben voor boilies met een visgeur of smaak, terwijl de graskarper gek is van zoete.



Wij hadden Fish on Tutti en Squidboilies in twee maten (15 en 20 mm) bij ons, maar de karpers, behalve een verdwaalde, waren niet onze kant op te krijgen.
Op sommige stekken lagen de uitgestrooide boilies nog precies hetzelfde of ze net gestrooid waren en dat is toch een teken aan de wand.

Steve en Rob wisten het zelf ook niet meer, want dit hadden ze nog nooit meegemaakt en dat kan een verkooppraatje zijn of ze weten het werkelijk niet, dus zoek ik er verder ook niets achter.



Misschien komen we er nog eens terug, maar dan het liefst op de lage nummers, want ten eerste zijn de plekken beter onderhouden, de paden er naar toe beter aangelegd en het 2e parkeerterrein is vlakbij en dat betekent minder meters maken voor het opzetten van je kampement.

Helaas zijn die plekken zo weg en zal je elke dag even op de site moeten kijken of de plekken voor volgend jaar al zijn te reserveren, want voor je het weet zit je er al naast en is een ander je al voor, aangezien de Engelse karpervissers er als de kippen bij zijn om ze te bemachtigen.



Met dank aan Rinus voor zijn bijdrage aan een aantal foto's











 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator