Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| Een karpersessie in Frankrijk op Lac Serreire (totaal 26 stuks)
 

    
 
Een karpersessie in Frankrijk op Lac Serreire (totaal 26 stuks)


Heen en terug is de afstand 1850 kilometer, dus best wel een flinke rit.
We moesten 105.- euro aan tol betalen in Frankrijk (heen en terug) en de Ford Transit lustte 185 liter diesel en dat is 1 : 10 voor een overvolle bus met karperspullen en heel veel grondvoer en boilies.

De rit heen duurde twaalf uur (12) door de nodige files onderweg.
We vertrokken ’s nachts om 03.00 uur en kwamen de volgende dag pas om 15.00 uur in Lac Serriere aan.

Simon en Corinna Mansbridge

Simon en zijn vrouw Corinna Mansbridge beheren sinds 2004 de meren Lac Serreire en Badger’s Holt en zijn zeer vriendelijk en gastvrij.
Ze spreken de Engelse taal maar dat is praktisch geen belemmering om een conversatie over het vissen op karper te houden, aangezien die taal bijna universeel is.

Bij het hartelijk welkom word je een kop koffie of thee aangeboden en de voorwaarden en reglementen met je doorgenomen.



Als blijkt, dat je te weinig boodschappen hebt meegenomen, wil Corinna deze voor je halen in het dorp zodat er meer tijd over blijft om te vissen.

Eventueel kun je daar ook maaltijden nuttigen, want er is een menukaart voor de karpervissers beschikbaar, maar daar hebben we geen gebruik van gemaakt.
Bootjes zijn er ook te huur voor 20.- euro per week en daar kun je zelf je eigen elektromotor aan bevestigen.



Maar je mag ook je eigen (rubber)bootje meenemen, want daar is geen enkel bezwaar tegen.
De plekken zijn fraai en goed onderhouden en er mogen slechts zes (6) vissers tegelijkertijd op het meer van 7.3 Ha op de aanwezige karpers vissen.

Vier hengels per persoon is toegestaan, maar daar maakt bijna niemand gebruik van, en je mag karperhaken vanaf maat 4 en 6 gebruiken met micro weerhaken.
Kleinere haken en weerhaakloze haken worden niet op prijs gesteld.



Je kunt je onthaakmat, weegzak, schepnet en driepoot thuis laten, want die zijn op elke plek aanwezig en dat scheelt weer ruimte in je auto.
De kosten zijn 350.- euro per persoon voor een week (za tot za) vissen.

Er is een toilet, douche, wasbak en een complete keuken aanwezig, maar ook een vriezer en koelkast.
Er zijn ook voldoende stopcontacten in het gebouw om je accu van je elektromotor en gsm op te laden.
Er is helaas geen bereik om via je gsm met je vrouw of familie in Nederland te spreken, maar er is wel een Wifi verbinding.



Jan Vos en zijn zoon Reno besloten na overleg met Nick en mij om samen de modderigste plek in het bos te nemen, waar je net twee bivvy’s op de iets schuine grond kunt plaatsen.
Deze plek ligt verscholen in een bosrijk gebied en is via een smal pad bereikbaar.

Toen ik die plek had bekeken, want we kregen een rondleiding van Simon, moest ik gelijk weer denken aan La Horre, waar we dit jaar op plek 9 hebben gezeten en ook alleen via een smal modderig bospad was te bereiken en waar ik vier keer met een volle kar honderden meters ver de boel over moest brengen.



Daar had ik geen trek meer in, niet meer in het sjouwen en ook niet meer in de modder, want zoiets breekt je op en zeker op mijn leeftijd en slechte lichamelijke conditie (hart).

De plek had wel een flinke vlonder, waar je uitgebreid op kunt zitten en je rodpod’s kunt plaatsen.
Later in de week bleek dit de beste plek te zijn van het hele meer en daar kom ik nog uitgebreid op terug.



Nick besloot om een plek aan de kant van het huis of Lodge te kiezen, want de tweepersoonsplekken waren op en bleven alleen nog maar de eenpersoonsplekken over.
Zijn plek had ook een vlonder, die een stuk smaller en kleiner was, waar hij net zijn rodpod op kon plaatsen en naast de vlonder ruimte om zijn rubberboot in het water te laten liggen.

De ruimte voor de vlonder was net voldoende om een bivvy en een brolly neer te zetten en vijf meter naast hem stond een driepoot, weegzak, onthaakmat en een schepnet om de karper te wegen en verder te behandelen.



Ikzelf had een ruime eenpersoonsplek op een afgebakende met houtsnippers gevulde plaats, waar ik gemakkelijk mijn grote Fox bivvy en brolly op kon plaatsen.
Mijn plek had geen vlonder, maar liep tot het water, waar ik een bootje aan kon leggen en gebukt het water kon beroeren door het geringe hoogte verschil van de kant.

Er was ruimte genoeg voor mijn rodpod met drie hengels en zag er keurig verzorgt uit.
Ook mijn plek had een driepoot, weegzak, onthaakmat (2 stuks) en schepnet en lagen onder een mooie treurwilg te wachten tot ze gebruikt zouden worden.



Dat doe ik dus nooit meer.
Zitten op een eenpersoonsplek, want dan duurt je week een eeuwigheid in je zielige eentje.

De dagen duren drie keer zo lang en je zit van verveling (als je geen beet hebt) te dommelen in je karperstoel, want je kunt ook niet even met de anderen praten en op bezoek gaan, omdat je hengels “uit” liggen en dan kun je niet even weg lopen.
Wat een ellende.



Nu zat ik slechts 100 meter van de keuken en toiletruimte af en zelfs dan kun je niet volledig van die faciliteiten gebruik maken als je hengels uit liggen.
Nee, dan ben je weer aangewezen op je eigen poepdoosje (The Pett) en je behoefte te doen in je bivvy, waar je met een schuin oog door het gaas van je deur of raam naar je hengels kunt kijken en hopen dat je geen beet krijgt tijdens het persen.

Je wilt het niet weten, maar ik vertel het je toch, op welke gekke tijden je uit de broek moet tijdens een week vissen op karper.



En natuurlijk zijn dat altijd op de ongelukkige momenten dat je net je drie hengels met aas hebt uitgevaren op strategisch gevoerde plekken en onderweg tijdens het roeien naar je plek krachtige buikkrampen krijgt te verduren.

Tja, dan ren je ook niet even naar het toilet verderop in de “hoop”, dat je aas niet door een karper wordt genuttigd, want dan ben je dubbel de pineut.
Dus wordt er weer snel gebruik gemaakt van je meegenomen zetel.
Wat heb ik eigenlijk een hoop plezier van die aankoop.



Corinna kwam langs en vroeg of ik ’s morgens vers stokbrood van de bakker uit het dorp wilde en eventueel verse knapperige croissants of overheerlijke pain du raisin broodjes.
Ja, dat wilde ik wel en die kwam ze ook elke morgen rond 08.00 uur brengen.

Dat bedoelde ik nu met de eerder vertelde service, want dat is bijzonder aardig van de familie Mansbridge.



De plek die ik had gekozen, bleek een foute plek.
Dat kan ik achteraf wel zeggen, want de aanbeten waren sporadisch te noemen.
Ik heb deze week ook slechts drie (3!) karpers mogen vangen, een brasem van 65 cm (de grootste van het meer) en vier poison chats ( kleine dikbuikige meervallen tot 40 cm) en dat was alles.

Twee aanbeten in de nacht waren lossers in de plompenbladeren op 60 cm water en de karpers waren binnen drie seconden al hun haak kwijt, terwijl ik in mijn bivvy in het donker mijn bril, laarzen en hoofdlamp aan het zoeken was en daarna de rits van de bivvy.



Met vier grote (onzekere) stappen op de glooiende helling voor mijn bivvy, was ik bij mijn hengel en dan was het al te laat, omdat de karper vast zat in de donkerste hoek van het meer.

Dan moet je in het schaarse licht van je hoofdlamp de boot in, met het levensgrote schepnet en je hengel in je handen, waarvan je de hoofdlijn strak moet houden om de karper niet te verliezen en al draaiende aan je karpermolen tracht je de afstand tot de karper te verkorten.



Dat het lichte bootje om zijn as tolt en niet de richting uit wilt waar de karper zich bevindt is al een crime en onderweg daar naar toe krijg je met ver uitstekende takken te maken, dichtbegroeide plompenbladeren en terwijl je met priem ogen de richting tracht te vinden waar de karper zich heeft vast gezwommen, botst je ook nog eens tegen een eilandje aan, die zich al honderden jaren in de hoek van de plas bevindt.



Maar het lukt je uiteindelijk en na wat voorzichtig ruk en trekwerk blijkt de karper er allang vandoor, de haak in de plompenbladeren achterlatend.
Dan rommelt het achter mijn tanden door een paar Haagse vloeken achter gesloten lippen en wordt de rit terug naar de visplek nu wel met de riemen afgelegd.

Denk nu niet dat het ditmaal beter gaat, want in het donker is het voor een man met glaucoom moeilijk navigeren om weer heelhuids aan te komen.



De visplek leent zich ook niet om moeiteloos vanuit de boot de kant op te komen, aangezien er een paar flinke keien tegen de oever onder water liggen die het nauwkeurig aanleggen van de boot onmogelijk maken en met heel wat elastische bewegingen van je stramme lichaam uitgevoerd moet worden.
En dat vraag je aan een lichaam wat zo soepel is als een ijzeren bint.

Van de takken van de nabij gelegen struiken, die zich vlak bij de aanlegplaats bevinden, zijn de bladeren al door het stevig vastpakken afgetrokken en het riet langs de kant door mijn laarzen maat 44 platgetrapt.



Dacht je nu echt, dat ik de haak/hair weer opnieuw van aas zou voorzien en in het donker zal uit varen?
Nee dus, want dat is weer een hachelijke onderneming in mijn eentje, dus wacht ik tot de volgende dag.

’s Nachts hoor je met regelmaat in de verte piepers afgaan.
Dat kunnen de twee Duitsers aan de overkant, Nick aan de linkerkant of Jan en Reno aan de rechterkant zijn.



Vaak is het de rechterkant omdat ik de hoofdlampen aan zie flitsen in het donker en bedrijvigheid hoor op de houten vlonder waar de rodpods staan.

Ik hoor na een tijdje het plonzen van de karper voor hij geschept wordt en daarna het geklapper van zijn staart op de onthaakmat.
Soms kreeg ik het idee, dat de gevangen karpers te snel door de familie Vos uit het nat worden geplukt en niet hun energie tijdens het drillen zijn kwijtgeraakt, omdat naar mijn inziens de karpers nog veel te bewegelijk waren om onthaakt, gewogen en gefotografeerd te worden.



Maar, voorlopig kregen Jan en Reno weer een nachtelijke of dagelijkse aanbeet van mooie karpers waarvan het aantal gestaag opliep naar grote hoogten en met bovenstaande opmerking lijkt het net of ik hun dat niet gun.
Flauwe kul natuurlijk, want ik gun het ze van harte, maar ik denk ook aan het welzijn van de gevangen karpers.

Af en toe regende het pijpenstelen.
Soms een bui van een uur of iets langer, maar ook dat het laat in middag begon te regenen en het pas de volgende dag om 9.00 uur ophield met die nattigheid.



De eenzaamheid werd dan doorbroken door het ritme van de regen op je bivvy en brolly en daar kon je zelfs met een beetje fantasie een wijsje op neuriën.

Vlak langs de waterkant bleek een muisje zijn holletje onder een platte steen te hebben.
Altijd op zoek naar eten en dat kreeg hij van mij in de vorm van gekookt maïs en restjes grondvoer.
Misschien lag in een warm holletje onder de steen wel een complete familie te wachten tot er weer een beetje eten werd gebracht en ik bleek ineens als lid van een gruttersbedrijf te fungeren, die let op de kleintjes.



Groenlingen, kool- en pimpelmeesjes, huismussen en Vlaamse gaaien bleken ook van het gemorste voer te snoepen en ik had het er maar druk mee.

Af en toe zat er een IJsvogeltje op mijn hengel en telkens als ik voorzichtig mijn fototoestel wilde pakken, was de vogel al gevlogen.
Op een paar eenden na, enkele blauwe, gewone en zilverreigers, was er geen enkele andere vogel op het water te bekennen.



Geen zwanen, geen ganzen en geen meerkoeten, terwijl dit een paradijs is voor vele watervogels door zijn ondiepten aan de oeverkanten.
Gezien mijn aanvaringen met zwanen (La Horre) was ik er niet rouwig om dat deze er niet waren.

Helemaal aan de overkant van het meer, een beetje aan de rechterkant, lagen een aantal grote velden met plompenbladeren.
De zon scheen er zowat de hele dag op en later bleek, dat (bijna) alle karpers van het meer zich daar bevonden om te luieren in het opgewarmde water.



Tussen en onder de grote bladeren lagen vele tientallen karpers op vele kluitjes bij elkaar een beetje dom naar elkaar te kijken en te genieten van de warmte.
Die grote velden plompenbladeren lagen rechts van de vlonder van Jan en Reno en dan is het ineens niet meer zo gek, dat zij veel meer aanbeten kregen dan de rest van de karpervissers aan het meer.

De meeste karpers werden ook aan slechts een karperhengel gevangen, de hengel die het meest dichtbij de velden was gesitueerd.



Voor Reno (14 jaar, maar een bonk van een gozer) was het bijna vanzelfsprekend, dat na het uitvaren van de beaasde hairs er een aanbeet zou volgen.
Toen Nick en ik hem later vertelden dat het helemaal niet vanzelfsprekend is, keek hij ons een beetje vreemd aan.

In zijn optiek was dat wel zo, maar daar komt hij later nog wel achter als hij wat meer sessies heeft meegemaakt.



Jan, die zijn sporen al heeft verdiend met het vissen, wedstrijdvissen en meerdere visdisciplines vond het prachtig, dat hij de (goede) keus had gemaakt om op de modderigste plek van het meer zijn kampement op te slaan.

Nick en ik hadden daar wat meer gemengde gevoelens over, maar we gunden Jan en Reno de vangsten van het ogenblik.
Naarmate de week vorderde en de vangsten niet meer aantrokken dan het aantal wat ik al gevangen had, groeide bij mij de afbouwfase in mijn systeem.

Badger's Holt

Niet dat ik het bijltje er bij neergooide, nee, maar als je motivatie aan het tanen is, om nog mooie karpers te vangen en die maar weg bleken te blijven, dan kom je automatisch in die fase terecht.
Ik had mijn hengels op het droge geplaatst en stapte naar Nick om te zeggen, dat ik mijn bivvy al op die vrijdagmiddag af zou breken.

Toen ik zijn fronsende wenkbrauwen zag, lichtte ik toe, dat de tent nu lekker droog was geworden door de zon en morgenochtend weer zeiknat van binnen (adem condens) en van buiten (mist) zou zijn.



Omdat we allebei een brolly extra hadden geplaatst (eten en zitten) zou ik daaronder de nacht door kunnen brengen en nog maar een minimum aan karperspullen overhouden om op te ruimen voor 10.00 uur op zaterdag, de vertrekdag.

Dat is het uur, dat je van je plek af moet zijn.
Even later vernam ik, dat ook hij hetzelfde plan zou uitvoeren om een droge bivvy te behouden.



Omdat ik altijd met minstens twee man ben gaan vissen, wit, vlieg, roof, meerval en karpervissen is het alleen vissen op karper een ware beproeving geweest.
Het drillen van een karper, het scheppen, het onthaken, wegen en fotograferen wordt ineens een stuk moeilijker in je eentje en is bijna niet te doen door mij.

Als het hele ritueel in het pikkedonker geschiedt, in het flauwe licht van een hoofdlampje, want het lijkt wel dat je meer licht nodig hebt op oudere leeftijd, om hetzelfde waar te nemen, dan moet je roeien met de riemen die je hebt.



Ik vind dat ronduit goed waardeloos en dan ben ik nog mild met mijn terminologie in deze zin.
Dat ga ik dus ook niet meer doen.

Ik heb dat Nick duidelijk gemaakt en die kon zich daar best in vinden, want die vond het ook jammer dat we allebei op elk een andere plek moesten zitten, want die zat daar ook een beetje te verpieteren in zijn eentje.

Nick wist 6 karpers op het droge te brengen en Jan en Reno 17 stuks, zodat je wel mag spreken van een geslaagde week voor de heren en wat minder voor mij.







 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator