Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Alle verhalen over Het IJ zijn niet overdreven maar waar. 90 st
 

    
 
Alle verhalen over Het IJ zijn niet overdreven maar waar. 90 st


Ik weet niet wat jullie als lezer en visser voelt als je een dag hebt uitgetrokken om te gaan vissen, maar ik word er al dagen van te voren blij van.
De voorpret begint al achter de voordeur, zou ik zeggen en voor degenen die nog hun tijd als arbeidskracht of ZZPer vol moeten maken voor ze de leeftijd bereiken dat ze met pensioen kunnen gaan en uit het arbeidsproces zijn gestapt, is elk uur vissen tijdens deze (lange) werkperiode een verademing.



Je ziet het plezier in vissen ook toenemen, want nog nooit zijn er zoveel visboten met vissers op de Nederlandse wateren te vinden, die met een verticaal of dropshothengel op de snoekbaars vissen.
De boten worden steeds mooier, nieuwer en vollediger uitgerust met alle attributen die je voor het vissen op deze vissoort nodig hebt en het gemak dient de mens.

Niet iedereen heeft echter oog voor de natuur, een fraaie zonsopgang of ondergang, de variëteit aan vogels, de ontluikend knoppen aan de struiken en bomen in het voorjaar en het fraai kleurende herfstblad aan de oevers van de rivieren en plassen.



De futen met hun schreeuwende jongen die constant honger hebben en gevoerd willen worden, de kleine wollige eendjes die de aanwijzingen van de moeder volgen en de altijd ruziemakende meerkoeten.
Nee, een enkeling ziet dat allemaal niet en heeft alleen maar oog voor de top van zijn hengel, waar hij elk moment een ruk of beuk op kan verwachten van een bijtende vis.

Toch doet de natuur wat met je.
Een zonnige dag maakt je blij en de daarmee gepaarde vangsten ook, het naderende buitje in de verte wordt laconiek afgewacht en de regenkleding ligt in de tas voorhanden.



Een dampende bak koffie wordt aan de lippen gezet en met een oog de hengel in de gaten gehouden en het andere oog ziet de opstijgende zwanen.
Het vrije gevoel overmand je, kleine problemen verdwijnen als sneeuw voor de zon, je bent er uit en je deelt een passie met een of twee vismaten waar je al tijden mee vist.

Het is goed zo, de aanbeet is bijna bijzaak en van de daaropvolgende dril weet je eigenlijk de uitkomst al, maar de grootte van de rover blijft soms een verrassing en zeker als je de kromming van je hengel ziet.
Je bent gewoon blij als de “buit” wordt binnengehaald, want niemand zit met een sacherijnige bek te vissen of je vismaat moet al twintig snoekbaarzen in de boot hebben gebracht en jij nog steeds geen aanbeet hebben gevoeld.
Hahaha.



De rolling dropshotloodjes in een haltervorm van Effzett heb ik ditmaal weer ingezet tijdens een stukje verticalen en niet bij het dropshotten en nu komen de loodjes beter tot hun recht.
Omdat je tijdens het verticalen iets harder vaart met de boot krijgt het haltervormige loodje meer de kans om te rollen en dat is de bedoeling van dit stukje huisvlijt.

Omdat je ook voelt dat het rollende loodje contact op de bodem blijft houden, krijg je ook mee hoe de structuur van de bodem is.



Vandaag zit ik bij Arnold en Silvester in de boot en we dobberen op Het IJ, de plaats waar jongens mannen kunnen worden en het aantal gevangen rovers bepalen of je snel allround wordt of hopeloos achterblijft in je ontwikkeling als roofvisser.

Dat is Het IJ, de plek waar je niet vertwijfeld je aasje naar de bodem laat zakken, zonder een enkele aanbeet in het vooruitzicht, want binnen de kortste tijd wordt je aasje door een rappe rekel in de bek genomen en is een aanbeet verzekerd met de kans op een goede afloop.



We zitten met bliekjes van www.doodaaskopen.nl, want deze aasvissen blijven constant gegarandeerd van kwaliteit en eigenlijk weten we dat de bliek momenteel door de schavuiten hogelijk gewaardeerd wordt.

Soms met een goed gelijkend stukje rubber in een attractief visje gegoten, zijn deze struikrovers ook wel eens over te halen tot een aanbeet als je onverhoopt zonder aasvissen komt te zitten.
Alleen zijn de aanbeten niet zo talrijk als met bliek.



De eerste bengels zijn al binnenboord gebracht maar het formaat van sommigen is nog niet om over naar huis te schrijven.
Geef niks, we vangen en daar gaat het om en het maakt niet uit hoe groot ze zijn als er maar vinnen, schubben en een gemene bek aan vast zit.

Nu staat Het IJ bekend om zijn vele een, twee, drie en vierjarige snoekbaarzen en ook dat deze juveniele vlegels Het IJ een fijne plek vinden om aanwezig te zijn en om groot te worden.



Soms zie je honderden, zo niet duizenden kleine visjes van een cm of twee drie aan de oppervlakte van rustige stukjes water zwemmen en dan weet je, dat er altijd kapers op de kust en in de buurt zijn die dit aantal willen decimeren.
En natuurlijk zijn alle leden van de roofvisfamilies van de partij om aan het bacchanaal deel te nemen.

De aan de dropshothaken bevestigde bliekjes worden soms met de grootste omzichtigheid in de bek genomen, maar ook met een felle ruk van de haak gestolen op momenten dat je er niet altijd op bedacht bent.



Het nibbelen aan de bliekjes hoor je met een delicate dropshothengel te kunnen zien, want soms zie je dat je beet hebt, zonder dat je zelfs de aanbeet voelt.
Dat onderscheid moet je gewoon eens meemaken, dat je de aanbeet eerder ziet dan voelt en daar zijn de Killer Whale© Handmade Rod dropshothengels speciaal voor gemaakt.

Zelfs de grootste botterik met handen als kolenschoppen, en de meest ongevoelige creaturen van de natuur zien, in plaats van voelen, de hengeltop zachtjes stuiteren bij een aanbeet van de kleinste snotneus, die later op kan groeien als een van de vele wrede moordenaars van Het IJ of elders.



De aanbeten blijven gestaag komen, en de pauzes tussen de aanbeten blijven constant en dat betekent dat we niet verderop hoeven te gaan kijken of de kwajongens daar wat talrijker zijn met bijtgrage muilen en rammelende maagjes.

Soms kluiten ze bijeen of ze elkaar in de gaten houden als er sappige hapjes voorbij komen, want geen enkele wildebras met scherpe tanden laat een sappig vissnoepje liggen en schieten met een schot van de staart naar het lekkers.



De snelste en de vermetelste rakkers hebben de volste buikjes, maar de hongerigste bengels duiken desperaat naar elk op een vis uitziend voorwerp in het water.
Tot het grootste genoegen van ons als roofvisser.

De 50ers en dikke 60ers kwamen uit alle hoeken van Het IJ tevoorschijn en bleven maar komen.
We konden niets anders bedenken dan dat de stroming hier iets mee te maken had, want een dropshotloodje van 10 gram bleek niet op zijn plaats te blijven liggen.



Een 14 grams loodje ging een stuk beter, en de stroming was zo erg dat Arnold met zijn elektromotor de boot tegen moest houden anders gingen we veel te snel om fatsoenlijk te dropshotten.
Veel aanbeten waren echte nibbelaars, maar vergis je niet in deze aanbeten want dikke 50ers en 60ers bleken de boosdoeners te zijn.

De beuken op de top waren meer van de kleinere maten rovers, die waarschijnlijk sneller moesten zijn om een hapje te bemachtigen.



Voor de Oranjewerf aan Het IJ zijde werden we aangesproken door een werknemer aldaar en die wist ons te vertellen dat een paar dagen geleden een paar vissers in een zwarte `Marcraft de een na de andere snoekbaars in de bun liet verdwijnen om mee te nemen en we zaten ons af te vragen wie dat geweest kon zijn.

Arnold kreeg vandaag het idee, dat zijn bootrecord wel eens verbeterd zou kunnen worden.
Zijn bootrecord stond op 62 stuks en we zaten al op 55 gevangen snoekbaarzen.



Nog geen uur later was het zover, want toen hadden we al 70 rovers over de rand van de boot getrokken en het zag er naar uit, dat het nog lang niet voorbij was met de vangsten.
Je wilt niet weten hoe narrig de gehaakte struikrovers waren, want het was geen sinecure om ze te drillen.

Ze schoten van links naar rechts en doken met alle kracht steeds weer de diepte in, terwijl de slip van onze molens met regelmaat hoofdlijn moesten afgeven om aan het geweld tegemoet te komen.
Mijn dropshothengel kreeg elke keer op zijn duvel en boog soms tot zijn uiterste kunnen om de krachtige schavuiten de baas te zijn.



Maar ik was niet de enige in de boot die de schelmen de baas moesten blijven want tot twee keer toe schoot er een schurk door een andere dropshotlijn en raakte de lijnen in elkaar verstrikt tijdens de dril.
Maar de uitkomst van de dril en de bengel die uiteindelijk geschept werd, maakte alles weer goed en mocht na een foto weer in zijn element terug.

De bliekjes waren vandaag de grootste lekkernij voor onze gestekelde vrienden en telkens moesten de bakjes bijgevuld worden met bliekjes uit de koelboxen, want het ging erg hard met de aanbeten.



Toch konden we een flink aantal aanbeten niet met vis afsluiten, door missers waarmee je een halve bliek terugkreeg, maar ook door snelle aanbeten en waarbij de bliek aan de haak nog volledig in tact was, terwijl je een beuk op je top te verduren kreeg.
Het water was nu 14.9 graden, maar de vissen voelden allemaal warm aan in onze handen.

Waarschijnlijk kwam dat door de koude oostenwind, die je een paar koude handen bezorgde en de buitentemperatuur van een graad of 12 was gevoelsmatig een stuk lager en tegen het vriespunt aan.



We sluiten de dag af met, schrik niet, negentig (90) gevangen snoekbaarzen en zijn een flink aantal bliekjes armer.
Ook Silvester wist zijn eigen vangrecord in een vissessie te verbeteren en was daar heel erg blij mee.
De aanbeten waren zo talrijk dat we eigenlijk niet begrepen waar die vraatzucht vandaan kwam en het lijkt er op dat de rakkers zich snel vol willen vreten met misschien wel een spoedige aankomende winter in het vooruitzicht.

Ze lagen nog steeds op de plekken die we normaal ook aandoen, alleen veel talrijker dan normaal en geloof het of niet, maar alle verhalen over Het IJ zijn niet overdreven maar naar waarheid opgetekend.
Ga het zelf maar eens ervaren.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator