Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Als snoekbaarzen haar hadden gehad, dan had ik ze geaaid. 11 st
 

    
 
Als snoekbaarzen haar hadden gehad, dan had ik ze geaaid. 11 st


Helaas zijn snoekbaarzen geen aaibare dieren en dat komt niet alleen omdat ze geen haar hebben of een knuffelhuidje, maar ze bezitten een paar vervelende stekels en loeischerpe tanden, waar je je goed en pijnlijk aan kunt verwonden.

Ondanks de vele duizenden gevangen snoekbaarzen in de loop der jaren, krijg ik nog steeds warme gevoelens en rode oren van opwinding bij elke gevangen rover maar ik geef ze voor het terugzetten toch geen knuffel of kus als de Australiër Rex Hunt.



Waren ze door de natuur met een harig velletje toebedeeld, dan had ik ze vast wel even geaaid of snel een scheiding in het haar op hun kop gekamd, voordat ik ze had teruggezet in de habitat waar ze vandaan komen, maar helaas.

Maar ja, als ze daarentegen ook stembanden hadden gehad, en waarom niet, dan hadden ze je misschien wel verrot gescholden vanwege die vervelende haak in hun lip of verhemelte en je beschuldigd van verregaande seksuele intimiteiten aan hun blote lijf en dan kan je het aaien ook wel vergeten.



Soms merk je dat ze een hekel hebben aan een aanraking en zetten spontaan de poeperd open om je broek vol te schijten.
Of ze beginnen te trillen en maken zich twee keer zo breed en met vuur schietende ogen kijken ze je aan om je te imponeren en persen de lippen stijf op elkaar zodat ze ineens de klem in bek krijgen en je moeite hebt om ze te onthaken.

Het koudere weer heeft ervoor gezorgd dat de temperatuur op sommige delen van het water is gedaald tot ca. 6.5 graad en nu overwegen een flink aantal van de roofvisfamilies om naar dieper water te trekken.



´s Avonds trekken ze vaak nog naar ondieper water, maar dat kan elk moment afgelopen zijn en zeker als het speldaas aan het verdwijnen is.

Toch zijn alle rovers nog niet op hun eindbestemmingen aangekomen waar we ze gewoonlijk met koudere watertemperaturen aantreffen.
Je leest met regelmaat in de media dat de roofvissen zich verzamelen op bepaalde plekken en je ze echt moet zoeken, omdat ze meestal op de reguliere plekken niet meer aanwezig zijn.



Het lijkt wel of ze in een stoptrein zitten en af en toe uitstappen om zich te verzamelen maar zich wat later toch niet op hun plaats voelen en als er weer een stoptrein langskomt er weer opstappen om bij een volgende halte de boel te verkennen.

Heb je ze eenmaal gevonden, dan pluk je meerdere exemplaren uit het verzamelde groepje tot het ze gaat vervelen en weg trekken of gewoon hun bek op slot zetten.



Nu moet je niet denken dat deze rakkers apathisch samenscholen en dom uit hun ogen gaan kijken met het verstand op nul, want er moet een vetlaag aangekweekt worden om de winter door te komen en die krijg je pas door veel en vaak je buikje te vullen.

Soms zijn de aanbeten in deze tijd voor de aankomende winter zo fel, heftig en agressief, dat ze zelfs alle stukjes rubber (shads) voor voedsel aanzien en deze met grote graagte willen verorberen.
Ze trekken zelfs de staarten van de shads af.



In sommige vissessies ben je telkens met een onthaaktang bezig om de dropshothaak uit de kelen te plukken, want door de agressieve aanbeten zuigen ze het haakaas zo snel naar binnen om te verorberen, dat wij als roofvisser bijna niet kunnen voorkomen dat er dieper dan gewoonlijk wordt geslikt.

Marco en ik zijn weer een keer uitgeweken naar de Waal, een rivier die veel potentieel heeft en best wel grote roofvissen herbergt.
4 Oktober jl. was de laatste moeizame sessie op de Waal, want die dag stond niet in het teken van visvangen, maar het zoeken naar schubben en vinnen op de meest gekke plekken.



Met grote moeite wisten we met zijn drieën slechts 13 rakkers in de boot te krijgen en we hopen dat we vandaag met zijn tweeën iets meer succes zullen hebben dan in oktober.

Op deze rivier neem ik standaard mijn visdozen met uiteenlopende shads mee, want ik heb wat minder succes gehad met aasvisjes uit de vriezer.
Terwijl Marco in het verleden de ene na de andere aanbeet kreeg op de Waal en de Boven-Merwede, zat ik vakkundig mijn neus leeg te pulken, omdat ik vaak geen enkele aanbeet op mijn aasvisjes kreeg.



Ging ik uiteindelijk ook over op de shads dan kreeg ik gelukkig ook de aanbeten waar ik naar smachtte.
De eerste shad die ik aan mijn dropshotmontage monteerde was de bekende ITT Sander Trap Magic Brown van Rozenmeijer, die overigens nergens meer te krijgen is, want op sommige moeilijke wateren is dat gewoon de vanger.

Voor shads van die grootte neem ik de Gamakatsu Worm 36 van 4/0 en die haak verdwijnt al ruim 4 cm in de shad, zodat een aanbeet bijna altijd een gehaakte rakker oplevert.



De haak is lekker ruim in de bocht en pakt flink wat visvlees bij een aanbeet, mede omdat de shad van zeer soepel materiaal vervaardigd is en makkelijk dubbel vouwt.
Een nadeel van deze shad is, dat hij na een tiental aanbeten er uit ziet of er een trein over is gereden en daarna een vrachtauto met puin.
Maar zelfs als de shad zwaar gehandicapt is dan vangt hij nog steeds.

Voor Marco maakt het niet uit wat voor shad hij aan zijn haak monteert, want na tien minuten zonder een aanbeet gaat hij er toch weer vanaf en wordt een volgende shad op de haak gestoken.



Voor zijn voeten liggen altijd een flink aantal shads (ca. 80 st) van allerlei grootte en kleuren, bekende en minder bekende shads en die zijn allemaal een keer aan de beurt geweest om roofvissen te verleiden tot een aanbeet.

Iets verderop waren twee mannen vanuit een bellyboot zich aan de kant aan het opwarmen, want ik geef het je doen als je een paar uur op het water vertoeft.
Ten eerste krijg je de koude pies en ten tweede voel je door de kou op een gegeven moment je benen en voeten niet meer.



Het was vreselijk moeizaam vandaag.
In het eerste uur vingen vrij snel drie snoekbaarzen en toen moesten we ze echt gaan zoeken.
Volgens de beeldschermen van de fishfinders lag er genoeg vis boven de bodem van de Waal, maar slechts met mondjesmaat kwam er een aanbeet.

Het zoekspelletje was weer begonnen en regelmatig verkasten we naar andere plekken waar in het verleden mooie rakkers hadden gevangen.



Uiteindelijk kregen we elf (11) roofvissen in de boot en dat vonden wij een drama voor zo’n uitgestrekte rivier met zoveel potentieel.
Zij lijkt wel compleet leeggevist door het beroeps (Firma Klop), op een enkele roofvis na, die aan de netten of staand want is ontsnapt.

Bij de Steenfabriek en overnachtingshaven bij Hellouw kun je slechts vissen als je er een bekeuring van 360.- euro voor over hebt en daar komt nog 120.- euro voor elke hengel bij, omdat je in een natuurgebied zit te vissen.
Als Rijkswaterstaat je bootnummer nog niet heeft opgeschreven, blijft het bij een eerste waarschuwing, maar de volgende keer hang je er aan.
Voorlopig komen wij er niet meer, want dat is het ons niet waard.






 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator