Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Voor ons hoef je geen ruimte te maken, wij vinden de weg wel 25st
 

    
 
Voor ons hoef je geen ruimte te maken, wij vinden de weg wel 25st


Het IJ oefent nog steeds een bepaalde aantrekkingskracht uit voor Gertjan, Rob en mijzelf omdat er zeer weinig dagen zijn dat we geen roofvis in de boot krijgen.
Is een veelbelovende plek gevonden waar de roofvis zich ophoudt, dan wordt deze plek echt totaal uitgeharkt tot er geen schub meer aanwezig is of dat het restant van de rovers het eindelijk door heeft dat er op ze wordt gejaagd.

Soms kan een frivool dansend aasvisje ze nog een keer over de streep trekken, maar roofvissen zijn niet echt achterlijk en zeker niet als ze hun familieleden een voor een naar boven getrokken zien worden en met een pijnlijke bek terug zien keren.
Hahaha.



We hebben Turkse spiering, gewone spiering en bliek van Dennis Elings bij ons, want soms verlangen de rovers de ene soort boven de andere.
In principe kunnen we alle drie een aassoort uitkiezen om er achter te komen welk aas momenteel de voorkeur geniet en overschakelen op het aasvisje welke de meeste aanbeten opleveren.

Het kan natuurlijk gebeuren dat er naar geen enkel aasvisje omgekeken wordt en dan ga je vanzelf over op rubber, rubber waarvan je weet dat er altijd rovers zijn die dat stukje huisvlijt prefereren boven een ander nepvisje.
Vaak wordt er in de winterperiode meer omgekeken naar rubberen shadjes, die zo min mogelijk bewegen in het water en schijnbaar doelloos rondhangen.



Niet dat alle visjes ineens een deathwish hebben en wachten tot een predator een einde aan hun miserabel, ik bedoel, hun fantastisch leven maakt, nee, elke beweging kost energie en aangezien er in de winterperiode weinig voedsel voorhanden is, is elke beweging een teveel.
Ook de roofvissen willen zo weinig mogelijk energie verspillen en pakken pas een visje of shadje die als het ware voor hun koker hangt of heel langzaam aan komt zweven.

In de weekenden dobberen er vele andere visbootjes op vrijwel dezelfde plekken op Het IJ en foerageren om elkaar heen, steels elkaar in de gaten houdend of er een aanbeet gaande is.
Een aanbeet betekent vis en degene die nog geen vis in de boot heeft gebracht probeert stiekem maar zonder schroom de ander van zijn vangplek te duwen door quasi nonchalant zijn boot die richting uit te sturen.



Kinderachtig of niet?
Sommigen roofvissers kunnen daar niet tegen en zeggen er iets van, anderen laten ze hun gang gaan en weer anderen zoeken geïrriteerd een andere hotspot op.
Af en toe wordt dat op facebook geventileerd en dan proef je de boosheid van vermeende gedupeerde vissers en zeker als op bepaalde plekken goed werd of wordt gevangen en die plekken gelijk een volgende keer door anderen worden bezet.



Nu is Het IJ in principe maar een klein water waar je je niet kunt verstoppen en je iedereen makkelijk kunt spotten en zeker in het open stuk waar 11 tot 12 meter water staat.
Aan de ene kant werkt het een vorm van sociale controle in de hand, want je ziet direct of je met “kloppers” te maken hebt en aan de andere kant is niet iedereen van toeziend publiek gediend.
Je voelt ook soms de ogen in je nek branden van andere vissers als je met een kromme hengel in je visboot zit, maar pas als de vangst je wordt misgunt, sluipen jaloerse gedachten in sommige roofvisserskoppies rond.

Maar vandaag zijn we goedgeluimd en gunnen eenieder zijn visje, als ze maar niet op onze lip komen zitten, want daar is alleen maar plaats voor een koortsige korst vanwege een opgelopen Herpes Simplex (koortslip).



We hoeven niet echt te werken om een snoekbaars aan de dropshothaak te krijgen, omdat de drie soorten aasvisjes graag worden genomen.
Vanaf het begin van de sessie, tot nu toe, kwamen al 12 bandieten over de rand van de Killer Whale en we zijn pas twee uur bezig met onze hobby.

Het dropshothengeltje “Kan nie slaan” is puur voor de grap door Gertjan gemaakt, maar ik vind het een geweldig klein stukje maatwerk om de kantjes af te peuteren vanuit een visboot.
Als je in het midden van de boot zit kun je met een langere hengel echt niet uit de voeten, maar dit korte rapiertje van 120 cm is DE oplossing voor dit probleem.



Je weet niet wat je ziet als zo’n beul aan het stokkie hangt, want je kunt het vergelijken met een klein ijshengeltje waarmee je een flinke snoek uit een voorgeboord gat in het ijs moet drillen.
Vandaag is de vis in de middaguren minder los dan we hadden verwacht, en uiteindelijk kwamen we tot 25 rakkers.
Zo goed als het ging in de ochtenduren, in de middag kregen we sporadisch een aanbeet en leek Het IJ wel uitgestorven.

De vis lag er wel maar de aanbeten waren heel voorzichtig en zeer summier en niet alleen wij hadden er last van maar andere roofvissers die we spraken eveneens.




 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator