Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Onze bliek en spiering dienen op Het IJ niet als versiering.
 

    
 
Onze bliek en spiering dienen op Het IJ niet als versiering.


Je moet ’s morgens wel heel vroeg traileren om de eerste op Het IJ te zijn, want het lijkt wel of er roofvissers zijn, die een tentje op het grasveldje naast de helling opzetten en er overnachten.
Flauwe kul natuurlijk, maar dat er al op een zeer vroeg uur roofvissers aanwezig zijn is een ding wat zeker is en het lijkt wel of ze niks willen missen.

Misschien denken ze dat zij als eerste roofvissers meer of grotere snoekbaarzen vangen en de latere vissers door de hengeldruk een stuk minder.
Daar kun je echter geen echt bewijs voor leveren en zeker niet de afgelopen keren op Het IJ, aangezien iedereen vele tientallen deugnieten in de boot tilden terwijl ze vlak langs en naast elkaar lagen en ook de mannen die later op Het IJ kwamen toch ook de vangsten van hun leven hadden.



Heeft het dan nut om zo vroeg te traileren?
Kijk, als je vele uren naar Het IJ moet rijden om eindelijk deze aan te doen en als je al om 06.00 uur aan het traileren bent, hoe laat moet je dan wel niet opstaan om op die tijd aanwezig te zijn.
Dat kost gewoon je nachtrust en dat heb je er waarschijnlijk voor over.

Het kan natuurlijk ook de vangdrang zijn die je motiveert, of de vrees dat je niks meer vangt als je een uur of wat later aankomt.
Meestal maken wij pas om 08.15 uur de eerste spiering of bliekjes nat en wij vangen echt wel ons visje en denken er nooit over na, dat we zonder vis afscheid van het water moeten nemen omdat er een aantal roofvissers waren die als eerste op het water aangekomen zijn.



Misschien willen de vroege vogels niet in de rij staan om te traileren, want kom je wat later dan loop je dat risico, maar je kunt tijdens het wachten ook vriendschapsbanden aanhalen of een praatje met andere vissers houden.
Sommige gesprekken zijn echt verhelderend en soms leer je van elkaar.
Maar ja, ieder het zijne en als je denkt dat het in je voordeel werkt om vroeger te komen, dan moet je dat lekker doen.

De spiering en de blieken van Dennis www.doodaaskopen.nl lagen in de plastic bakjes hun best te doen om te ontdooien en het is omdat ze te stijf zijn anders hadden ze een vreugdesprong gemaakt om als eerste aan de dropshothaak geregen te mogen worden.



De eerste van velen zakte aan de dropshotonderlijnen naar de bodem van Het IJ om te wachten op een scrupuleuze schelm die ze met brute kracht aan zou vallen.

Gertjan, Rob en ondergetekende zitten vandaag wederom op Het IJ te dropshotten, want op een zondagochtend kan je ons hier vaak vinden.
Met regen of zonneschijn, met vorst of klef warme omstandigheden zie je ons vissen, behalve als de wind uit de verkeerde hoek spookachtige vormen aan gaat nemen.
Dat hebben we een aantal keren geprobeerd, maar als je nauwelijks je dropshothengel vast kunt houden en de aanbeten niet kunt registreren, dan gaat de lol er gauw van af.



Om ons heen zien we vaak dezelfde visboten met dezelfde vissers en na een korte groet geven we elkaar de ruimte om te gaan vissen.
In deze periode zien we meerdere visboten op Het IJ, want vele migrerende snoekbaarzen hebben de diepere gedeelten gevonden en dat weten (bijna) alle roofvissers.

Op de plek waar wij met de Killer Whale liggen, zien we talloze vismotieven op de beeldschermen van de fishfinders, maar weinige rovers pakten het aangeboden aas.
De schaarse beuken op de toppen verraden af en toe hapgrage snoekbaarzen die de spiering en bliek graag willen hebben.



Toch moet je in beweging blijven en niet de boot op een plek laten dobberen, ondanks na soms vele aanbeten, want ook zo’n plek kan even stilvallen.
Even de roofvis met rust laten en langzaam de plaats verlaten om later terug te keren voor een tweede of soms een derde kans op een aanbeet.
Maar na het verlaten van de hotspot kan een ander je plaats innemen en daar is niets aan te doen, dat moet je accepteren.

Maar op dagen dat de rover trek heeft in alles, kan je eigenlijk niet stuk, want al hang je er je middelvinger aan dan pakken ze die ook nog.



De laatste keer zagen we een aantal roofvissers met hele kleine shads verticalen en die kregen naar verhouding toch meer aanbeten dan de bliek/spiering vangers met de dropshotmethode.
De snoekbaarzen lagen strak tegen de bodem aan en pakten sneller een prooi die vlak langs de bodem zwom, dan een die 20 tot 30 cm hoger zwom.

Op zulke dagen moet je experimenteren en kijken waarmee je de rakkers kunt verleiden tot een aanbeet en direct omschakelen als de ene methode beter blijkt dan de andere.
Soms is afkijken bij een andere visser een methode, maar dat hoeft niet per se de beste methode te zijn.
Ik bevestigde bijvoorbeeld een kleine Turkse spiering aan de haak en plaatste het dropshotloodje slechts 10 cm daar onder.
Dat werkte prima.






 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator