Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Onze glasogen bekijken de aasvissen met argusogen. 1 stuks
 

    
 
Onze glasogen bekijken de aasvissen met argusogen. 1 stuks


Het lijkt wel of elke aangeboden aasvis in de vorm van een bliekje of spiering (ook Turkse), maar ook een rubberen shadje werkelijk door de snoekbaarzen met argusogen worden bekeken.
De vangsten lopen terug en niet alleen door het beroeps, die daar een groot aandeel in heeft, maar ook door het aanbod van dezelfde soorten aasvis, hierboven opgesomd, die blijkbaar de laatste periode een grotere argwaan bij de roofvissen opwekken.



Omdat bij de aangeprikte aasvissen de meest natuurlijke zwemgang ontbreekt, worden ze voorzichtig en omzichtig door de rovers benaderd en heel goed bekeken voor er besloten wordt om ze aan te vallen of bij argwaan zich af te wenden.
Niet altijd wordt een aasvisje prompt en direct aangevallen als er net als bij het verticalen de aasvis heen en weer is bewogen, maar vaker als het aasvisje naar beneden dwarrelt, zijnde ziek of schijnbaar een onvermogen heeft om verder te zwemmen.

Roofvissen zijn hier op ingesteld en herkennen direct een ziek witvisje en de drang om deze op te ruimen of te verorberen is sterk aanwezig.



Vaak zit ik te dropshotten met een stil hangend aasvisje en de enige beweging van het visje wordt veroorzaakt door de langzaam trollende visboot.
Het dode aangeprikte aasvisje op de dropshothaak is zich zogenaamd van geen kwaad bewust en beweegt zich argeloos in een wereld van kwade en bloedstollende acties van wrede roofvissen.

Vaker dan een snel bewegend aasvisje wordt mijn stil aangeboden visje sneller door wrede naturen woest en meedogenloos aangevallen als een eenvoudige snack.
Door de door ons ontwikkelde onderlijn, die trouwens ineens te koop blijkt te zijn bij een bekende hengelsportzaak en misschien wel gekopieerd is, is het mogelijk de aasvis telkens weer naar beneden te laten dwarrelen om ziekte of een aankomend verlies van de zwemkunst van de aasvis te veinzen, waardoor de roofvissen op een verkeerd spoor worden gezet en snel toeslaan.

Best wel hoge golven en een harde wind

Niet altijd is het omlaag dwarrelen de juiste manier, naast de hangende variëteit, maar als de snoekbaars niet bepaald los is, kan het dwarrelen een extra stimulans zijn om direct en zonder aarzelen de aasvis te pakken.
Je zou toch zeggen, dat de rover die tientallen keren groter is dan de aasvis en barbaarse wapens in de bek bezit, argwanend tegenover zo’n klein visje kan zijn, tenzij de snoekbaars er in het verleden vervelende herinneringen aan over heeft gehouden.

Zijn collectief geheugen blijft maar een aantal maanden productief, maar door intensieve bevissing op deze roofvissoort blijft de onvrijwillige regelmatige gevangenschap door de vangst ervan een bijna blijvende herinnering aan het aas wat deze tijdelijke detentie veroorzaakt heeft.



Logisch dat je in een weekend een redelijk aantal roofvissen kan vangen en een of twee dagen later lijken ze spoorloos verdwenen te zijn of gewoon hun bek niet open doen door deze onvrijwillige ervaring in het afgelopen weekend.

Dan wordt het steeds moeilijker om een roofvis door middel van een natuurlijk aasje te bewegen om het zonder er bij na te denken aan te vallen en het niet eerst uitvoerig te bekijken, tegenaan te duwen en aan de staart te trekken om er achter te komen of het wel koosjer is.
Dan zal uiteindelijk de techniek doorslaggevend zijn om de snoekbaars er toe te bewegen om het aas zonder aarzeling aan te vallen en die huidige techniek blijkt en schijnt toch enigszins verouderd en zal door ons allen aangescherpt moeten worden.
Tja……

Staand want?

Marco en ik zijn vandaag weer in de Macraft te vinden en ditmaal op de Mooie Nel, op zoek naar grove roekeloze rakkers, verborgen in sluw gevonden hindernissen, kuilen of taluds op de bodem van het water waar we varen en de Mooie Nel zit er vol mee.
Ik ben verhit en ik hoef echt geen thermometer in mijn kont te stoppen om daar achter te komen, want de vangdrang gloeit koortsig in mijn lijf.
Dat begint bij mij al na drie dagen niet vissen.

De Mooie Nel is een grillig stuk water en niet altijd zijn de vangsten optimaal te noemen.
Soms kleunt een mooie snoekbaars op het aas en soms verrassend een sterke snoek die het voorbijgaande aasvisje niet kan laten zwemmen.
Deze plas is ideaal om te pennen op snoekbaars en menigeen heeft hier al ruime 80ers in de boot mogen tillen.



Snoek zit er ook zat en als je er niet op vist, is de verrassing groot als je een metervis aan je dropshothengel krijgt.
Op sommige plekken op de plas kun je er op rekenen dat er een snoek tussen zit, dan moet je alle zeilen bijzetten en is het een feestje zonder drank om zo’n sterke kanjer te drillen.
Een bliekje aan de dropshothaak doet hier soms wonderen en de snoekbaarzen prefereren vaak zo’n aasje boven een aangeboden rubbertje.

De eerste snoekbaars kwam na een lange tijd met een korte dril boven water en zijn aangezicht sloeg direct op mijn darmen, want ik liet een krachtige harde wind die mijn darmen vacuüm trok en mijn huig in mijn keel liet schieten.
De bliek aan mijn dropshothaakje had weer een slachtoffer gevonden en zonder schroom had de rover het aasvisje opgeslokt.
Dat bleek vandaag de enige snoekbaars te zijn die wij konden vangen, want de aanbeten bleven voor de rest van de dag uit, tenminste, tot 13.15 uur want daarna zijn we er af gegaan.




 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator