Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Vangen we hom of vangen we kuit, ons maakt het niet uit. 55st
 

    
 
Vangen we hom of vangen we kuit, ons maakt het niet uit. 55st


Wij zijn eigenwijs, eigenzinnig, hardleers, koppig en dwars.
Dat is een van mijn kenmerken als kneitebijter, maar vlak mijn medevissers niet uit aangezien zij daar ook last van hebben, zij het soms in meer of mindere mate.

Vandaag proberen we wederom uit de schoot van het Noordzeekanaal een flink aantal felle raddraaiers te haken terwijl we eigenlijk weten dat het soms op een fiasco uit kan draaien.
Vorig jaar hebben we de laatste keer in december in het Noordzeekanaal echter 42 snoekbaarzen aan de dropshothengels gekregen en toch blijven we geloven dat in dit kanaal, ondanks de redelijke vangsten, snoekbaarzen rondzwemmen van flinke formaten.



Tja, hoeveel vissessies moeten we nog uitvoeren om met onze neuzen op de feiten gedrukt te worden voordat we het eindelijk door hebben dat dit kanaal eigenlijk een beetje op zijn retour is met haar bestand aan zeer grote roofvissen.
De betonnen plaat voor onze stijfkoppige Neanderthaler koppen blijft maar ons gezond verstand blokkeren en elke keer weer zijn we vol goede moed om hier te gaan vissen.
Zullen we vandaag hetzelfde aantal als de vorige sessie aan de haak krijgen met de vangst van een paar knoerten en straks met een voldaan gevoel naar huis rijden met de wetenschap dat we blijkbaar ons vergist hebben in het Noordzeekanaal?



We gaan het vandaag gewoon weer proberen en we zien wel of het Noordzeekanaal scheutiger is met de afgifte van mooie strak in het vel zittende snoekbaarzen of dat we weer een paar kleine miezerige schurftige exemplaren omhoog halen die bij voorbaat al aan het einde van hun levenscyclus zijn aangekomen en nog een sappig aasvisje als galgenmaaltijd willen nuttigen.
Want zeg nou zelf, zo’n sappig aasvisje van Dennis is eigenlijk nog te lekker voor het gewone snoekbaars plebs en is voorbehouden aan rakkers met een heldere blik en een stoere uitstraling.

Gewapend met twee Killer Whale dropshothengels, waarvan ik eerst degene met de gevoeligste top ga gebruiken, zit ik klaar om het dropshotloodje met een aasvisje naar de bodem te laten zakken.
Ik heb bliekjes en spierinkjes meegenomen als superaasjes, maar ook een paar dozen rubberen shadjes meegenomen als de aasvisjes van Dennis niet bekeken worden.



Dat gebeurt weleens, maar dat is gelukkig zelden voorgekomen en dan ben je blij als je vangende shadjes kunt inzetten en ze toch tot een aanbeet kan verleiden.

Kees, Nick en Gertjan, Silvester en Arnold zijn vandaag ook van de partij dus we zijn met drie boten, waarbij Marco, Frido en ik in de Marcraft zitten.
Het zou deze zondag droog blijven met slechts een paar graden buitentemperatuur en met een Noordoosten wind tot kracht vijf, wat net is te doen en zeker met deze windrichting.



Net als de vorige sessie kregen we te maken met superzachte aanbeten en vele plaagstootjes van vermoedelijk kleine roofvis en daar reken ik ook baarsjes onder.
Vaker dan we gewend zijn wordt het lichaam van de kop van de aasvisjes gescheiden zoals je dat in de oude Franse spektakel films ziet, waarbij de afgehakte koppen in de mand rollen als de Guillotine zijn werk heeft gedaan.
Haarzuiver achter de kieuwbogen is het aasvisje afgehapt, net achter het scherpe dropshothaakje die de schelm zou kunnen haken.

Dat zijn geraffineerde en arglistige, maar ook gewiekste en doortrapte streken, die ze in de loop van jaren hebben opgebouwd.



Over dressuur gesproken zeg.
Zo klein als ze zijn, zo bijdehand zijn ze opgevoed en hebben geleerd door te kijken naar hun broertjes en zusjes die wel de gehele aasvisjes in de volle bek namen.
Die werden plots uit hun veilige zone gerukt en stegen als een engel met heimwee naar de oppervlakte van het water om wat later, als ze geluk hebben, weer met een pijnlijke bek terug te keren naar de rest van de familie.

En tja, na het uitwisselen van deze nare en akelige gegevens en het visueel meemaken van dergelijk onheil, is een juveniel als jonge aankomende predator niet zo snel geneigd om in een rap tempo de aangeboden aasvisjes in een hap te nuttigen.
Nee, die aasvisjes worden argwanend bekeken en heel voorzichtig van de buikinhoud ontdaan en als ze een te erge honger hebben tot aan de kieuwbogen afgehapt met een snelle maar o zo voorzichtige beet.
Wat een rampenplan, hebben wij dat?



Zitten wij weer te dropshotten tussen een zooitje bijdehandte geschubde ellendige creaturen die van elkaar afkijken hoe ze een aasvisje van een haak kunnen snoepen om niet in de bek gepenetreerd te worden door de vlijmscherpe dropshothaak.

En al ga je met je visbootje 100 meter verderop zitten, ze blijven dezelfde rotstreken uithalen of je moet net een geestelijk gestoorde rover tegenkomen die van voren niet weet of hij ook nog van achteren leeft en spontaan de aasvis naar binnen schrokt.
Wij blij als we er een gevangen hebben, maar als je naar die verwarde ogen kijkt waar de waanzin in te lezen is, dan krijg je daar ook een negatieve erectie van.



Wij zitten te wachten op een aanbeet van een stoere breedgebouwde rakker met een uitgesproken air van heb ik jou daar, een die welzeker weet dat een aasvisje een scherpe haak zou kunnen bevatten, maar daar gewoon het risico incalculeert dat het niet zo is.
Des te groter is de strijd als er wel een haakje in het aasvisje verborgen zit en de struikrover daarmee geconfronteerd wordt.

Op die vette bakken zitten wij te wachten en daar zijn we vroeg voor uit bed gekomen en hebben we daar een lange rit voor over.
Het materiaal kan het aan, daar hebben we voor gezorgd, de techniek hebben we ons eigen gemaakt en laat die onverlaten maar komen, want we zijn er klaar voor.



Zo ineens tussen het nibbelen en zachte aanbeten door kreeg ik een echte lel van een aanbeet en dat beloofde wat, tenminste, daar ging ik van uit.
Ik neeg snel de hengeltop naar boven en voelde duidelijk een worsteling van een mooie rakker die waarschijnlijk er ineens achter kwam dat hij gehaakt werd.

Het bleek gewoon een 50er te zijn die de allures van een 80er had en zijn hele hebben en houwen in de strijd gooide om los te komen.
Verderop zag ik dat ook een andere vismaat met een kromme hengel zat en ook die handeling bleef niet onopgemerkt.
Vandaag kregen wij 55 snoekbaarzen over de reling, waarvan zeker de helft aan baarzen.
Ook in de boot van Kees wisten de mannen 52 roofvissen te vangen, waarvan ook het overgrote deel aan baarzen werden gehaakt.
Van Arnold en Silvester weet ik het niet aangezien zij eerder van het water zijn afgegaan.




 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator