Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Hollands Diep, een klap water met grove onderdanen 80 stuks
 

    
 
Hollands Diep, een klap water met grove onderdanen 80 stuks


Vanochtend ging het wekkertje om 04.30 af.
Vandaag zit ik bij Nick en Arnold in de boot en wij gaan de bodem van het Hollands Diep eens omploegen om een stel snoekbaarzen uit hun schuilplaatsen te verjagen.
Dit water is zo’n beetje het thuiswater van deze beide fanatieke roofvissers geworden, door de soms grove vangsten en de kneiters van snoekbaarzen die daar gewoonlijk vertoeven.



In dit machtig groot water zit plenty roofvis, ondanks dat er vaker dan gewenst door het beroeps vele mooie snoekbaarzen worden onttrokken.
Zoals het Hollands Diep vroeger is geweest, qua vangsten dan, en dit in de loop der jaren sterk is afgenomen, kun je nog steeds je visje vangen.

Niet in die hoeveelheden waar je weleens oudere roofvissers over hoort praten, maar veel roofvissers die op dit water op de pelagic manier aan het vissen zijn, weten toch af en toe hun grove snoekbaarzen aan de haak te krijgen.



Eigenlijk zou je de plekken waar je roofvis hebt gevangen moeten markeren als Waypoint op je fishfinder, tenminste, als je die mogelijk op je fishfinder hebt, want het is ondoenlijk en niet te doen om een plek op dat grote water te onthouden waar je regelmatig mooie snoekbaarzen van de bodem kan plukken.
Deze GPS functie is uiterst functioneel en handig gebleken om snel de hotspots te lokaliseren op groot water, want je weet een volgende keer gegarandeerd niet meer waar die prachtige plekken of mooie taluds onder water liggen.

Arnold en Nick vissen beiden met een extra bijhengel om hun kansen op aanbeten te verhogen, terwijl ik in het midden van de boot met slechts een handhengel zit te dropshotten.



Zou ik ook met een bijhengel gaan vissen en je dus met vier hengels aan een kant van boot zit te harken dan is de kans op het in elkaar haken van de onderlijnen groter dan gewenst.

De eerste knal op de top van mijn hengel verraadde een zeer gulzige snoekbaars en die had zichzelf al gelijk gehaakt voor ik eigenlijk aan hoefde te slaan.
Het was niet de eerste aanbeet van ons drieën, want de mannen hadden al met een kromme hengel gezeten, maar dit was echt een knoertharde aanbeet waar ik naar uitkeek.



Aan de kromming van mijn hengel te zien, was het niet echt een beul van een snoekbaars, maar elke aanbeet is welkom al valt de maat van de rover soms tegen.

Op de bodem van het Hollands Diep liggen vele kneiters van roofvissen die groepjes witvissen nauwkeurig in de gaten houden of er niet een visje een appelflauwte of een vroegtijdige dood door ouderdom of een hartaanval krijgt, want dan wordt het visje er snel uitgepikt en door de opruimdienst verorberd.
Misschien is daarom wel van belang om je shadje zodanig te bewegen dat het direct door de rovers opvalt en onmiddellijk denken dat er iets mis is of er wat aan het zwemvermogen mankeert.



Deze tekens van zwakte zijn onmiskenbaar belangrijk voor deze rovers omdat het afwijkt van een normaal zwempatroon en direct het aanvalsinstinct bevorderd.
Dan ben je als snoekbaars geen dierenbeul, maar dat ben je wel als een slang Viagra geeft.

Binnen de kortste keren hadden we al 25 snoekbaarzen in de boot en daar zaten mooie bakken tussen.
Dit aantal bleek al uniek volgens Arnold en Nick, maar er zouden nog veel meer verrassingen door het Hollands Diep aangeboden worden.
De knoertharde beuken werden afgewisseld door miezerige aanbeten, die, eenmaal gehaakt toch snoekbaarzen van een flink formaat opleverden.



In de verte zagen we een stuk of zes, zeven bootjes, soms bij elkaar gekluit en dan weer uit elkaar en ook daar werden de roofvissers met kromme hengels beloond.
De gevangen rovers waren soms dik en supervet en blonken uit door hun gezonde uiterlijk en de vrouwtjes hadden gezwollen buiken vol met kuit.

Bijna elke rakker bleek narrig en vol met vechtlust te zitten, want ze bleven knokken tot ze uiteindelijk in het net of via de kieuwgreep uit het water werden getild.
Zelfs in het rubberen schepnet bleken ze door te vechten, en het moeilijk was om ze stil te houden om de haak uit de bek te bevrijden.
En de teller stond inmiddels al op 45 stuks.
Het viel op dat we praktisch geen aanbeten meer kregen op de spiering, dan af en toe, en werd er overgegaan op shads.



Ook was het vreemd dat er op de dropshotmethode ook minder aanbeten plaats vonden, dus werd er ook overgegaan op het verticalen met een loodkopje.
De aanbeten namen weer toe.
Soms knalden de roekeloze struikrovers volop de shads en zogen die tot het keelgat naar binnen en af en toe kregen we met optillers te maken, die de shad tijdens de neergaande beweging vol in de bek werd genomen, waardoor je geen gewicht meer op de top van je hengel meer voelde.

We kregen ook met missers te maken.
De kleinste voelbare bewegingen werden aan de toppen van onze hengels doorgegeven en dat bleek ook elke keer een vlegel te zijn die de shad even aantikte of snel de staart van de shad in de bek nam.



Dan voelde je bij het aanslaan een worsteling onder water, soms een paar meter en dan schoot je kromme top weer recht door het lossen van de rekel.

De mannen visten al met een stinger, geplaatst bij het laatste deel van de staart en toen ik te veel keren de shad in de haakbocht trok, heb ik ook maar een stinger aangebracht en toen waren de missers verleden tijd.
De aanbeten die toen verzilverd werden, kon je aan zien dat ze praktisch allemaal aan de dreg waren gehaakt en vaak niet aan de loodkophaak.



Het dregje zat ook soms net aan de bovenlip vast, ten teken, dat het stingertje uitstekend functioneerde.
Op de teller stond inmiddels het aantal op 68 stuks.
We hadden al ruim van tevoren afgesproken dat we langer door zouden vissen als de vangsten mee zouden vallen en we onderweg een hapje zouden gaan eten om de file naar huis te vermijden.
Dat de vangsten zo formidabel veel waren, was een verrassing voor ons drieën en daar hebben we ruim van geprofiteerd door tot 18.00 uur door te vissen en niet langer om de trailerhelling niet in het donker op te hoeven zoeken.



Arnold kreeg een enorme beuk om de top van zijn hengel en die bleef permanent krom staan en zijn slip begon plots te lopen.
Door het praktisch ontbreken van een stompende kop, kregen we alle drie de indruk dat Arnold een grote snoek had gehaakt.
De enorme massa trok meer lijn van de spoel van de molen, dan Arnold op kon spoelen, maar na een kwartier kwam de vis omhoog en groot was onze bewondering toen de vis naar boven kwam, want het bleek toch een massieve snoekbaars te zijn.

Het gevaarte paste eigenlijk niet goed in het schepnet, maar slechts met moeite en na vele kreten van bewondering werd de gigant opgemeten en bleek ruim 93 cm te zijn.
Na talloze foto’s werd de beul in het water net zolang aan de staart vastgehouden tot zij op eigenkracht en met een krachtige zwembeweging van de staart naar de diepte van het Hollands Diep zwom.

Snoekbaars 93+ cm

Tijdens de verdere vissessie werd het gesprek geleid door de vangst van deze prachtige geweldenaar en de teller stond op een gegeven moment op 75 stuks.
We besloten, gezien de tijd, om te stoppen als we het aantal tot 80 snoekbaarzen hadden bereikt en dat bleek om 18.15 uur het geval, waarna de boel een beetje werd opgeruimd en we naar de helling voeren.

Vandaag kregen we niet alleen een flink aantal snoekbaarzen in de boot, maar ook een vette bak van ruim 93 cm en veel snoekbaarzen waren goed vet zaten vol met kuit en hom om straks voor hun nakomelingen te zorgen.
Wij weten niet hoe het met de andere vissers is gegaan, want die waren allemaal van het water, wel weten we dat op het IJ praktisch geen schub werd gevangen en was het daar huilen met de pet op.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator