Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Snoekbaarzen op de Ebro bij ebrowhoppers in Playas de Chacon 1
 

    
 
Snoekbaarzen op de Ebro bij ebrowhoppers in Playas de Chacon 1


Richard Vreedenburgh en ik staan dit jaar (2018) aan de vooravond van een vijfdaagse visvakantie in Spanje, waar we de snoekbaarzen schrik aan gaan jagen door gericht op ze te gaan vissen.
We gaan met zijn tweeën met het vliegtuig, want zoals ik al eerder in een verhaal over de Ebro heb aangehaald, is het niet te doen om 15 uur heen en 15 uur terug met de auto te gaan rijden en de hoge kosten die er mee gemoeid zijn.



We gaan vliegen met Transavia vanaf Schiphol tot vliegveld Reus in Spanje, waar Rinus met zijn eigen auto klaarstaat om ons naar zijn huis in Playas de Chacon te brengen.
In mijn duffel past nog steeds de pvc hengelkoker van ca. 90 cm en met zijn doorsnede van 10 cm passen daar makkelijk drie of vier reishengels in, namelijk drie of vierdelige dropshothengels om te dropshotten en eventueel een vier of vijfdelige zwaardere spinhengel om te trollen.



Liever dropshot ik met mijn huidige eendelige Killer Whale hengels, maar die zijn uit een blank gemaakt en zijn veel kwetsbaarder en duurder om te laten vervoeren in een (langere) pvc koker in een vliegtuig.

Van het trollen op de snoekbaars is het de laatste keer in mei van vorig jaar met Rob de Groot weinig van gekomen, dus besluiten we om geen spinhengel om te trollen mee te nemen.
Dat scheelt ook weer een viskist of visdoos met plugjes en kunnen er iets meer dozen shads naar behoefte meegenomen worden.



De inmiddels bestelde Poolse shadjes die op een Spiering of een Alver lijken gaan weer mee, evenals de bliekjes van Savage Gear in diverse kleuren en maten, want daar doen de snoekbaarzen in de Ebro een moord voor en klappen op het aangeboden shadje of dat het een van de laatste visjes is wat daar rond zwemt.
We nemen nu wel genoeg dropshotloodjes mee en voorgeknoopte onderlijnen, want door de rotsige bodem en spleten onder water, kan je veel lood verliezen en snijden de scherpe randen van de spleten soms snel je onderlijnen door.



Met slechts een toertje van 100 meter met de visboot kun je op sommige plekken al drie keer onder water vast komen te zitten, maar in veel gevallen vaar je even een tiental meters terug en dan komt de boel vaak weer los.

Je moet wel je dropshotlood over de grillige bodem laten schrapen met daarboven een dropshothaak met shadje op ca. 25 tot 35 cm boven het lood, want in bijna alle gevallen liggen de rovers juist in die kuiltjes, of tussen de spleten van de vele losliggende rotsen, tegen de schuine taluds aan en komen regelmatig op een ramkoers vanachter heimelijke plekken van de bodem van de Ebro vandaan.



Op een gelijkmatig lopende bodem, zonder al deze kuilen, rotsen en taluds zie je weinig vlegels op de beeldschermen van de fishfinder, dus zoeken we automatisch de gevarenzones op met het risico op lijnbreuk.

Niet altijd kun je deze snelle jongens op de beeldschermen van de fishfinders in de gevarenzones waarnemen, maar reken maar dat ze aanwezig zijn en soms plat tegen de bodem aan liggen.
De aanbeten zijn ook fantastisch en overweldigend hard, want als je een nieuwe hengel zou gebruiken dan krijgt deze wel zijn vuurdoop door de knalharde aanbeten van gulzige roofvis en daarbij hoeven ze niet groter te zijn dan 50 of 60 cm, al lijkt het soms wel zo.



Praktisch geen enkele snoekbaars wordt in de Ebro teruggezet door de lokale vissers of Oost-blokkers aldaar die daar vissen, dan alleen door de toeristische roofvissers, want elke gevangen roofvis is daar gewoon een extra aanvulling op het eten en ze verklaren je voor gek als je een gevangen rover, hoe klein of groot hij ook is - dus een potentiele hap avondeten - terugzet.

Dat betekent dus, dat praktisch elke snoekbaars in de Ebro nauwelijks of geen ervaring heeft met de vangtechnieken die wij als roofvissers toepassen omdat de dressuur gewoon ontbreekt.
Dat kun je afmeten aan het brute geweld hoe de rovers het aangeboden aas aanvallen, want die straffe aanbeten zijn overmeesterend en overrompelend en dat zijn wij in Nederland praktisch niet meer gewend.



Daar hebben we vaak te maken met nibbelaars, buikzuigers, kopstoters, staarttrekkers en hele voorzichtige aanbeten, die soms ook nog tot missers kunnen leiden.

Nee, alleen bij ons op de grote rivieren en plassen kun je nog van die fanatieke aanbeten verwachten, maar de aanbeten op de Ebro zijn ronduit spectaculair te noemen.
Knoerthard kleunen ze op de shads en laten de top van je dropshothengel diep doorbuigen als een kromme bejaarde met acute reuma en de strijd die dan volgt is net zo opwindend en enerverend of je een 90er in plaats van een 50er aan je dropshotstokkie hebt gekregen.



Eigenlijk mogen we blij zijn dat die dressuur ontbreekt, want de snoekbaarzen in de Ebro pakken praktisch alles wat op een visje lijkt.
Al gaat hun voorkeur toch naar bepaalde modellen en natuurlijke kleuren shads uit, en juist die ene shad heeft vaak meer succes dan de ander en levert meer aanbeten op.

Helaas mag je al jaren niet meer met dood aas, laat staan met levend aas vissen, al wordt dat door vele lokalen toch gewoon stiekem gedaan.
De boetes zijn hoog en het kan consequenties hebben voor de aanvraag van je visvergunningen en inname van je visgerei.

Dubbele aanbeet

Dat je dan met dood aas meer en ook grotere snoekbaarzen vangt mag duidelijk zijn, want we hebben lokale vissers gezien, die de een na de andere knappe snoekbaars aan de haak kregen en vakkundig met een stuk ijzer de hersens werden ingeslagen om dan te verdwijnen in een flinke koelbox voor latere consumpties.

De halfbevroren aasvisjes werden in thermosflessen met een liter inhoud bewaard, zodat bij een eventuele controle niet direct zichtbaar is of er met aasvisjes wordt gevist.



Zij vissen gewoon op de top, met het aas op de bodem aangeboden en binnen de kortste keren staat de top krom door een opname van het aas door een snoekbaars.
Dat gaat de hele dag door en er moet wel elk seizoen een enorme aanwas van juveniele snoekbaars aanwezig zijn om aan die constante stroperij te voldoen.

Controle is er nauwelijks dus elke snoekbaars is vogelvrij in de 925 km lange Ebro, die ontspringt in het Cantabrisch Gebergte in Noord-Spanje en uitmondt in de Middellandse Zee bij Tortosa.



Omdat dus in verhouding slechts weinige gevangen snoekbaarzen op jaarbasis door toeristische roofvissers worden teruggezet, kun je van een optredende dressuur nauwelijks spreken.

Het collectief geheugen is snel gewist door het ontbreken van constante aanvoer van rubberen shads of dribbelende plugjes en de rovers gaan snel over tot het aanvallen van elke voorbij zwemmende prooivis, waarbij er niet argwanend naar de prooi wordt gekeken of die wel koosjer is.



Dat is bij ons in Nederland vaak anders, aangezien bijna elke eerder gevangen rover behoorlijk kritisch is geworden of de aangeboden aasvis wel de moeite van het aanvallen waard is.

Zelfs met het dropshotten met dood aas als bliek, spiering of andere kleine vissoorten, zijn de snotneuzen niet gelijk bereidt om tot de aanval over te gaan en wordt er als het ware even voorgeproefd.



Een van de boten van Rinus is een platbodem en daar vissen wij het liefst mee.
De visstoelen in de boot zijn door het jaarlijkse intensieve gebruik door roofvissers niet echt optimaal geworden, maar voor een kleine week is het redelijk te doen, al heeft Rinus voor extra dikke zittingen voor in de stoelen gezorgd om een beetje comfortabel(er) te zitten, zonder dat je het gevoel krijgt dat je achterste na een paar dagen zitten in een rauwe biefstuk is veranderd.

Omdat we allebei aan een kant van de boot kunnen vissen, nemen Richard en ik slechts een dropshothengel mee om te vissen en een als reserve voor als er breuk op zou treden.



Ik heb een paar dozen (oké, iets meer) vol met shads in mijn duffel meegenomen, vangers, die hun nut al hebben bewezen en tot het bot worden afgeknauwd tot ze vervangen moeten worden door de hoge slijtageslag van bijtende schelmen.

Want denk nou niet dat de aangeslagen roekeloze rakkers lijdzaam naar de boot kunnen worden gesleept, nee, ze leveren een strijd onder en boven water die je zelden bij een struikrover in Nederland meemaakt.



Het vergt ook het uiterste van je materiaal en kundigheid om zulke wilde rekels fatsoenlijk in de boot of in het rubberen net te krijgen en soms is de hulp van je vismaat in de boot onmisbaar en noodzakelijk om de schurk te landen.

Nu zijn de maanden april en begin mei niet de ideale maanden in Spanje om lekker in de warme zon te vertoeven (16 – 19 graden), maar daar kwamen we ook niet voor, dus is een warme trui en winddichte regenkleding of een poncho onontbeerlijk.
Gelukkig hebben wij in die paar dagen een paar (2) lichte korte buitjes regen gehad en voor de rest was het 25 tot 29 graden.





’s Morgens kan het behoorlijk fris (lees: koud!) zijn of behoorlijk mistig zijn en dan ben je blij dat je een warme jas/trui hebt meegenomen, maar dat kun meer in de latere maanden van het jaar meemaken.
Het begint al in de vroege ochtenduren als je met stijve tepels en een gekrompen scrotum je bed uitkomt en ben je blij je eigen gebit nog te hebben, omdat die anders door de kou je mond uit kan klapperen.

Iets later op de dag kunnen de warme jassen en truien uit omdat de ochtend dan voldoende is opgewarmd door de zon.



Ga snel door naar deel 2 van onze belevenissen.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator