Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Snoekvissen bij de Visclub de Kwakel 18 november 2018
 

    
 
Snoekvissen bij de Visclub de Kwakel 18 november 2018


Eigenlijk ben ik een witvisser en een roofvisser van huis uit, die de laatste tijd het liefst op brasems en snoekbaars vist, aangezien het vissen op karper en meerval nu op een zeer laag pitje staat.
Door ook het snoekvissen weer op te pakken heb ik mij eigenlijk gedwongen om deze brute rovers met hun loeischerpe tanden opnieuw te benaderen maar met de kennis die ik nog uit vroegere dagen heb opgedaan en een beetje de nieuwe stijl van vandaag de dag.

Want zeg nou zelf, wat is er eigenlijk wezenlijk veranderd in de loop der jaren op het gebied van het vissen op snoek dan het verbod om nog met levend aas te vissen.



Het ijzerwerk waar je mee vist, is praktisch hetzelfde gebleven en de haken en dreggen zijn misschien nog scherper dan vroegere jaren.
Vroeger ving je ook snoek door een levend of dood visje vanaf de kant aan te bieden of op de bodem van een water met als beetindicatie een paar volgdobbers in verschillende maten die de vermeende handelingen van de snoek visualiseerde of je liet de levende aasvis radeloos rondzwemmen.

Werd het dode visje van de bodem opgenomen en de dobbers onder water getrokken, dan kon je de snoek volgen via de kleinere volgdobbers die op een ruimere afstand op de hoofdlijn waren geplaatst, maar was er een roofvis in de buurt van je levende visje dan zag je dat aan deze dobbers omdat het aasvisje tevergeefs probeerde weg te komen.



Stopte iets later de snoek met zwemmen met natuurlijk de prooi in de bek met de bedoeling deze te keren om hem door te slikken, dan kon je dat zien aan de dobbertjes die begonnen te huppelen in het wateroppervlak en dan wist je dat je na enkele seconden de haak moest zetten.

Tenminste, dat was de regel die vrijwel iedereen toen hanteerde.
Dat was je geleerd, uitgelegd en dat kon je bij andere vissers afkijken.
Wachtte je te lang, wat bij vele snoekvissers veel te vaak gebeurde, dan had de snoek het prooiaas al doorgeslikt en dan was de snoek vaak de lul omdat de haak dan ook mee doorgeslikt was.



Dat kwam hoofdzakelijk omdat een van de haken of dreg vaak door de lippen van het dode aasvisje werd bevestigd en de haak of dreg bij het keren van de vis door de snoek direct richting keelgat wees en al doorgeslikt was voor dat de roofvisser aan had geslagen.

Dat was na de vangst goed te constateren aangezien de stalen onderlijn in de open bek was te zien die direct in de richting keelgat en de maag verdween, waar de dode ingeslikte vis zich bevond.
Er aan trekken was uit den boze, want een haak of dreg die samen met de aasvis ingeslikt is, krijg je er niet uit door aan de onderlijn te rukken en trekken in de hoop de dreg of haak te lossen, dan dat je de hele maag en slokdarm naar buiten afscheurt.

Helaas vertel ik dit weer, want ik heb drama’s meegemaakt, door “roofvissers” die “vakkundig” hun ingeslikte dreg of haak van een paar centen terug wilden en hun gelaarsde voet op de vis plaatsten om zo meer kracht uit te oefenen om hun onderlijn en dreg terug te krijgen.



Walgelijk.
De toenmalige Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) opgericht in 1952 en later in 2006 gefuseerd met de Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties (NVVS) heeft toen onderzocht hoe je een dreg/haak en onderlijn het beste kon verwijderen uit de slokdarm of maag van de gehaakte snoeken.
Uiteindelijk bleek het “advies” overduidelijk en wat iedere roofvisser eigenlijk al wist.
Probeer te voorkomen dat de roofvis de haak of dreg inslikt, en mocht dat onverhoopt toch gebeuren dan was er niets aan de hand, want door het kort afknippen van de stalen onderlijn, waarbij de dreg of haak gewoon in de slokdarm of maag bleef zitten, kon de snoek weer zonder zichtbare schade terug in zijn habitat en volgens het OVB verder leven.

Binnen een paar dagen zou de dreg of haak volgens de richtlijnen van het OVB zijn verdwenen door optredende corrosie door het roesten van het ijzer en was er verder niets aan de hand.



Aan mijn hoela (die zit vlak bij je lurven).
Stop maar een dreg of haak in een emmer met water en er mag van mij ook nog een hand zout in gestrooid zijn om de corrosie te bespoedigen en na een aantal maanden lijkt het of er nog steeds niets is gebeurd met de dreg.

Echt weer een broodje aap verhaal om de roofvissers en daarmee ook je geweten te sussen dat je eigenlijk verkeerd bezig was en veeeeel te lang hebt gewacht met aanslaan en de gehaakte snoek mooi de pineut is en daarna langzaam kan en zal verhongeren (volgens de cijfers van toen rond de 75%)

Nee, dan zijn de uitgekiende tuigjes die de dode aasvissen nu bekleden in veel opzichten humaner voor de snoeken, voor zover je over al dat scherpe ijzerwerk kan spreken, want als de aasvis in de bek is genomen door de rover, dan kan vrijwel direct de haak/dreg gezet worden omdat deze zich gelijk in de bek bevindt na het opnemen van de prooivis.
Ook de stalen onderlijn in het tuigje is vaak vervangen door een dikkere fluorocarbon onderlijn die goed bestand is tegen de scherpe tanden van de snoek.

Zeer vermagerde snoek uit mijn verleden (1980)

Door diverse acties van de Partij voor de Dieren is het vissen op roofvis en snoek met een levend visje verboden met een boetebedrag dat na een paar jaar al opgelopen is naar 380.- euro (2018) per constatering omdat menige roofvisser er zich niet aan hield en daarmee massaal de wet overtrad.

Het grootste deel van de roofvissers geven momenteel aan deze flinke aderlating ook werkelijk gevolg, omdat het boetebedrag op generlei wijze overeenkomt met de foute handeling, terwijl er altijd nog vissers zijn die er lak ( lees: schijt) aan hebben en gewoon hun ding doen en toch stiekem met levend aas op roofvis vissen met de hoop dat ze niet gesnapt worden.
Immers op groot water en in kleine havens is de pakkans veel kleiner dan dat je in openbaar water je heimelijke sessies houdt.

Eigenlijk geeft de wetgever deze roofvissers nog steeds de lengte om de vigerende regels te omzeilen door een aantal levende vissen in een bun toe te staan, die je pas zogenaamd dood maakt als je ermee gaat vissen, terwijl een totaal verbod op levende vissen in je bezit dat veel moeilijker maakt.
Veel roofvissers betreuren deze gang van zaken, maar het gros geeft hier toch gehoor aan en vist met een dode aasvis, die ze eerder in een vorige vangst ervan de moord hebben laten steken naast hun andere soortgenoten die ook collectief boven op elkaar in een lege emmer of in een bodempje water ademnood kregen en spartelend van ellende gezamenlijk afscheid van het aardse namen.



Geen enkele roofvisser gaat gelijk na de vangst van de toekomstige aasvissen met een chirurgische precisie en met een scherp mes de gevangen visjes uit hun lijden verlossen voor ze de moord steken, dan ze na de vangst in de vriezer te deponeren na de massale verstikkingsdood.
Nee, dat wil je als roofvisser eigenlijk zelf niet op je geweten hebben en dan koop je de bevroren aasvissen maar bij een Hengelsportleverancier of een andere leverancier en betaal je wat pecunia om dat slechte gevoel maar af te kopen.

En laten we de vrouwen van deze roofvissers even niet vergeten, die staan nooit toe dat er in “hun” keuken de dode vissen in plastic zakjes worden ingepakt en in “hun” vriezer worden geplaatst.

Ook het voorvissen op 11 november jl. heeft weinig geholpen, slechts 2 snoekjes.

Nee hoor, daar willen veel vrouwen helemaal niks mee te maken hebben en zal je een eigen tweedehandse vriezer in het klompenhok of fietsenberging aan moeten schaffen om de dode have te sorteren en te herbergen en je het gevoel hebt een begrafenisondernemer in spe te zijn die de lijken adequaat moet koelen, terwijl de vrouwen je aankijken en het gevoel hebben met een potentiele massamoordenaar getrouwd te zijn die elk moment geestelijk kan ontsporen en die je na het ombrengen je bij de bevroren visjes rangschikt.

Met die kennis in mijn achterhoofd heb ik mij opnieuw gewapend en ben ik weer de strijd aangegaan met de families snoek, ten dele om er achter te komen of bovenstaande tuigjes voldoende bewijs kunnen leveren dat de snoek vrij ongeschonden uit de strijd kan komen dan een paar kleine gaatjes in de bek en natuurlijk een gekrenkt ego dat ze in een half bevroren visje zijn getuind en gelijk of deze manier mij beter bevalt dan de snoekvangsten in het verleden, waarbij er bij vele snoeken ingeslikte haken of dreggen voorkwamen met vaak daarna de dood door verhongering als gevolg.



Als je dat kunt vermijden, dan ben je beter bezig dan op de oude manier van vroeger en misschien moet er ook meer aandacht aan besteedt worden aan jeugdige vissers die zich geen raad weten met het onthaken van een dergelijk “monster” als ze een ferme snoek hebben gevangen.
Ook mag meer de aandacht aan het vastpakken van de roofvissen worden besteed en zeker met de alom bekende en minder bekende kieuwgreep.

Trouwens, die vreselijke bekkenspreiders moesten ze eigenlijk ook verbieden, want dat zijn werkelijk ondingen in de praktijk, die of wegschieten uit de bek als ze een lepelvorm hebben aan de uiteinden of door hun scherpe V=vorm aan de uiteinden schade kunnen veroorzaken aan de binnenkant van de snoekenbek.
En zeg nou zelf, ga jij je halve hand in de bek van een grote snoek steken om een dreg of haak te lossen met een onthaaktang, waarbij de bekkenspreider danig in de weg zit en ook nog plots los kan schieten? (Sorry Ron)

Er waren vandaag helaas maar 16 leden die meededen en de vangsten van 5 snoeken hebben gerealiseerd.
Erik had de grootste 94 cm.
Corwin had de kleinste snoek van 70 cm.
Ook in centimeters had Erik de grootste , namelijk 174 cm





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator