Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Snoekvissen bij de visclub de Kwakel 10 februari 2019
 

    
 
Snoekvissen bij de visclub de Kwakel 10 februari 2019


Vandaag staren de aasvisjes mij met lege ogen aan en tonen geen enkele reactie, en dat komt natuurlijk omdat ze net uit de vriezer komen.
In de dode levenloze oogjes zit geen sprankje hoop meer op een gezellig leventje met hun speelkameraadjes , waar ze voorheen tussen de plompenbladeren aan het spelen waren, voordat ze aan een beaasde haak gevangen werden en ruw gescheiden van hun soortgenootjes.

Radeloos en verdwaald zwemmen ze iets later na de vangst in een bun of emmer rond, snakkend naar hun familie en hunkerend naar een beetje vers water om aan hun zuurstofbehoefte te voldoen, maar tevergeefs.


Nooit meer spelen met hun soortgenootjes tussen de planten en happen naar insecten in het water en op het wateroppervlak, niet meer dollen met broertjes en zusjes tot ze uitgeput tussen de waterplanten in slaap vallen en de volgende dag verder gaan, want nu gaan ze zelf als zielloze lichamen als aas dienen voor de grote rovers in soms vreemde wateren.

Monsters met loeischerpe tanden en wrede blikken in hun ogen, groot en sterk en snel als een jachtluipaard met heimwee schieten ze naar een vermeende prooivis om deze te verzwelgen in hun enorme malende kaken.
Hadden die aasvisjes maar die made weerstaan, die daar zo uitnodigend kronkelend aan het haakje hing en inviterend aan het wenken was, want dan was hun dit lot bespaard gebleven.



Nu worden ze behangen met scherpe haken en dreggen en gaan ze een tweede leven tegemoet om te dienen als aas voor de rovers in hun oude habitat.
Uitgedost met zwaar uitgevoerd materiaal, hangend aan een sterke onderlijn zweven ze nu schijnbaar doelloos in het water, wachtend tot ze door een hongerige snoek worden gezien en aangevallen.

Want ze hebben niet voor niets het leven gelaten en zich onvrijwillig opgeofferd ten dienste van de roofvissers, nee, hun lijkjes worden adequaat gebruikt om de ruwste creaturen van alle zoetwateren een poepje te laten ruiken dat ze niet ongebreideld en straffeloos klein speldaas aan kunnen vallen zonder dat er een risico van een pakkans aanwezig is.



In mijn vriezer liggen tientallen dode visjes in vrijwel alle jaargangen te wachten op hun beurt om als aas te dienen.
Ze liggen per vijf broertjes of zusjes rond dezelfde leeftijd naast elkaar in een afgesloten plastic zakje en zien alleen een lichtpuntje in hun dode leven als de vriezer opengaat.
Straks worden ze weer teruggegeven aan de natuur, want de vriezer blijft geen permanente verblijfplaats als een koud graf voor deze prachtige speelse maar voortijdig gestorven visjes.

En nu maar wachten op de knalharde beuk op de top van mijn hengel of het wegschieten van mijn dobber in de diepte als er een formidabele aanbeet plaatsvindt door een gretige snoek met een reuze honger, want dan heeft het vrolijke gestorven aasvisje zijn uiteindelijke door mij uitgekozen bestemming en nut bewezen.



Gelukkig worden de gevangen aasvisjes dood en levenloos aan de snoek aangeboden, tenminste, daar ga ik van uit, want dat kan je misschien wel als verzachtende omstandigheid aanvoeren.

Vandaag waren slechts 10 vissers bereid om de zeer slechte weersomstandigheden te trotseren, want de rest hadden allemaal kutsmoesjes om niet te hoeven snoeken in die barre toestanden van vandaag, want we waren allemaal verzopen. Hahaha.
Jan van der Zwan had de grootste, namelijk 94 cm
Leo Olierook de kleinste van 50 cm.
De 10 harde kern vissers hadden in totaal 688 cm aan snoek op de kant of in de boten gekregen, waarvan Jan vd Zwan 346 cm, Ron Noorlander 169 cm, Bert van Veen 123 cm en ondergetekende de vette lengte van 50 cm.






 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator