Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Toms Creek in Lelystad. Nieuw avontuur, vissen op steur en meerval.
 

    
 
Toms Creek in Lelystad. Nieuw avontuur, vissen op steur en meerval.


Je gelooft het niet, maar Richard en ik zijn opnieuw (2e en 3e keer) naar Toms Creek in Lelystad gaan vissen op de aanwezige steuren en meervallen.
Ditmaal wilden we niet vijver een (1), maar de avonturenvijvers 3, 5 of 6 proberen, die groter zijn en dezelfde soorten vissen herbergen als vijver 1.
Ik kreeg nog pas geleden een e-mail van een lezer van mijn verhalen op mijn site kneitebijters.nl en die zat zich af te vragen wat mij eigenlijk bezielde om in een kweekvijver te gaan vissen, terwijl ik altijd in de Nederlandse rivieren vis op snoekbaars, in het buitenland op forel en karper heb gevist en op de meerval en snoekbaars in de Ebro in Spanje.



Volgens hem moet ik dat een “verschrikking” hebben gevonden om een vis te vangen die in een kweekvijver is uitgezet en waarbij meerdere vissers om de vijver naast elkaar zitten om een aanbeet te krijgen.
In het vorige verhaal over dit onderwerp heb ik al aangegeven dat deze visdag eigenlijk een soort compensatie is van de gemiste Ebro vakanties van dit jaar (2020) door de corona perikelen en we toch een exotisch visje (steur) wilden vangen die in de Nederlandse wateren zelden of nooit voorkomt.
Het is weer eens wat anders en is bijna vergelijkbaar als een betaalwater, zoals een karperput in Frankrijk, die je heel wat meer pecunia kost dan de enkele tientjes in Toms Creek voor een hele dag vissen van 08.30 tot 17.00 uur en dat zijn twee dagdelen.



Voor deze en eventueel volgende gelegenheden heb ik een opvouwbare bolderkar gekocht op de “Slajeslag site” en die kon ik voor weinig in mijn bezit krijgen.
Je kunt hem opvouwen tot een klein plat pakketje, uitgevouwen is hij makkelijk om je visspullen van en naar het viswater te vervoeren en neemt opgevouwen weinig plaats in de auto om te vervoeren.
Richard had er twee en van een van deze opvouwbare bolderkarren heb ik de vorige keer gebruik van kunnen maken, maar je wilt niet altijd afhankelijk zijn van een ander, al is het natuurlijk goedbedoeld en kun je zo’n eigen bolderkar ook voor andere gelegenheden gebruiken.
Ditmaal zijn we een stuk minder zwaar bepakt als de eerste keer, want toen leek het er net op of we een week in plaats van een dag zouden gaan vissen.



Onwillekeurig sleep je altijd teveel handel mee om te vissen en nu nemen we echt het noodzakelijke mee en meer niet.
Ook vandaag huren we twee dagdelen om een hele dag te gaan vissen op deze vissoorten, want slechts 4 uur vissen (een dagdeel) is na een uur rijden naar Lelystad echt te weinig om een geslaagde visdag te noemen.
Het is vandaag op vrijdag druk, het lijkt wel of het daar elke dag van de week druk is, behalve dan op de zondag, want dan is Toms Creek gesloten voor publiek.
Misschien komt die drukte ook omdat nog niet alle scholen in het land geopend zijn na de schoolvakanties en de vaders (en moeders) nog even met de kinderen een visje proberen te vangen in de elf vijvers die Toms Creek rijk is.



Weer nemen we onze eigen hengels mee en natuurlijk maar een schepnet en een onthaakmat die we samen delen omdat we vlak naast elkaar aan de waterkant zitten.
Wel hebben we ook onze brolly’s en paraplu’s meegenomen omdat het vandaag kan gaan regenen en dan zit je tenminste droog en je visspullen in je bolderkar ook omdat die kar precies naast je visstoel onder die grote brolly of visparaplu gezet kan worden.
Maar de regen is uitgebleven en we hadden al de brolly’s en paraplu’s in de auto gelaten en waren vrij snel bereikbaar als het mocht gaan druppelen.



Als voer voor een voerplek gebruiken we een plastic bakje met een paar ons Halibut pellets die je aan de kassa van het bedrijf kunt kopen en omdat we nu weten (van de vorige keer) welke pellets je wel als grondvoer mag gebruiken, hebben we ook onze eigen Halibut pellets meegenomen die we ook spaarzaam gebruiken om de vis te lokken naar je haakaas.
De hengel waar ik mee vis heb ik uitgerust met een lichte dobber die slechts 0.4 gram lood kan verdragen, zonder onderlijn overigens, aangezien ik de weerhaakloze haak direct aan de hoofdlijn van 32 honderdste heb geknoopt.



Door de hevige dressuur van het alle dagen vissen op deze vissoorten is het van groot belang dat de vissen bij de aanbeet praktisch geen weerstand van de dobber of zwaar(der) lood voelen, want als er bij de aanbeet teveel weerstand wordt ondervonden, dan wordt direct na de aanbeet het haakaas uitgespuwd.
Later bleek dat de antenne van mijn dobber toch nog iets te kort was en met een beetje wind vrij snel onder water verdween en heeft Richard mij eerst een van zijn dobbers met een langere antenne te leen gegeven, maar ook deze antenne bleek tekort en was het even zoeken naar een dobber in mijn viskist die wel aan de gewenste lengte voldeed.



Natuurlijk gaan de Bifi worstjes mee, een stukje oude kaas, gerookte kip, stukjes zalm, grote ongekookte garnalen en een potje zure haring en wat grotere Halibut pellets mee als haakaas, want deze ingrediënten aan de haak of hair schijnen de aanwezige vissen in de vijvers erg te waarderen.
Nooit eerder heb ik het genoegen gehad om aan een beaasde haak met zure haring een steur te vangen, maar je ziet dat het mogelijk is.
Het aas meurt verschrikkelijk en je blijft het voorlopig aan je vingers ruiken, ondanks dat je de handen hebt afgespoeld in een emmertje water naast je stoel die je uit de vijver hebt geschept.



Deze dag bleken 13 steuren bereid om hun habitat even te verruilen voor de onze en daar zaten twee exemplaren bij, een die iets groter was dan de tweede van 1.45 meter.
Met de eerste grote steur heb ik 25 minuten gestoeid om hem binnen te krijgen aangezien die in zijn zijkant was gehaakt en het hele meer nodig had voor we hem konden scheppen.
Die grootste steur, die groter was dan de tweede van 1.45 meter was trouwens niet van de onthaakmat te krijgen voor een foto, ondanks dat ik op mijn knieën voor de onthaakmat zat en hem door zijn gewicht en gladde huid, maar ook door zijn zware gewicht niet fatsoenlijk kon hanteren.
Hij bleef maar spartelen zodra hij op zijn buik werd gelegd om hem fatsoenlijk op te pakken voor een foto, dus bleef het bij een foto terwijl hij op de mat lag.



De dag ging eigenlijk te vroeg om, maar we waren toch wel tevreden met het resultaat al hadden we wel iets meer verwacht en dat er kortere tussenpozen tussen de aanbeten zat.
Zo vingen we regelmatig een steur vanaf ca. 09.00 uur als we de eerste beaasde haken in vijver lieten zakken en rond 10.30 uur bleven de aanbeten een tijdje weg om dan weer met een volle hevigheid toe te nemen.
Zo ging dat de hele dag en dan tel ik de voorzichtige gemiste aanbeten niet mee, want we verspeelden toch een flink aantal steuren die of net gehaakt of het aas snel uitspuwden voor we fatsoenlijk aan konden slaan.



Maar dertien steuren is toch niet niks op zo’n dag en we keken naar het vooruitzicht dat we na het weekend weer op maandag van de partij waren om weer een nieuwe steursessie te houden en we misschien eens de grootste steur of een meerval mochten haken.
Richard en ik waren door de vangsten van de bijzondere zware en sterke steuren van een paar dagen geleden zo van onder de indruk geraakt, dat we vandaag (maandag) weer naar Toms Creek zijn afgereisd om wederom zo’n weergaloze visdag mee te maken.
Nu proberen we vijver 5 eens uit te harken, want daar zagen we een paar dagen geleden een visser die een steur van zo’n geweldige afmeting in zijn net had gekregen, waarvan het water je uit de bek stroomt.



In principe maakt iedereen die daar op avonturenvijver 5 vist, kans op deze weergaloze vechtmachine en onze intentie was om vandaag de grootste steur van de vijver te vangen.
Is dat een ijdele hoop of zit de kans er in dat we zullen slagen, want de eerste steur leek er een beetje op en werd door Richard gehaakt en dat was er gelijk een van 1.40 meter, die ogenschijnlijk groter leek door zijn massieve lichaam en grote kop maar ons visueel in de war bracht door zijn imponerende verschijning.
Het meetlint bracht uitkomst al hebben we hem twee keer opgemeten om absoluut zeker te zijn dat we hem correct hadden opgemeten en hij bleef 1.40 meter.
Dat is natuurlijk voor een steur een hele beste afmeting en een goed begin van deze sessie.



Waarschijnlijk liggen de steuren (en meervallen) gestapeld in deze vijver 5, want verschillende keren kregen we te maken met onjuist gehaakte steuren die in een zijvin of staart waren gehaakt en probeer die maar eens binnen te krijgen.
Dat zijn de zogenaamde lijnzwemmers die bij het passeren de hoofdlijn aanraken en daarbij de beaasde haak van de bodem tillen en zichzelf in de zijkant of zijvin haken.
Zo’n onjuist gehaakte vis heeft een specifieke manier van een vluchtgedrag, want die voel je alleen maar door zijn gewicht aan de hengeltop trekken en niet op de normale kopstotende manier om los te komen.



Dan voel je echt de beuken van de kop op je hengeltop en die voel je niet als de vis onjuist is gehaakt.
De dril duurt dan veel langer omdat de steur vrijelijk kan zwemmen en eigenlijk alleen maar gehinderd en tegengehouden wordt door de uitstaande lijn en de buiging van de hengel van de visser.
Het laat zich raden dat de vis dan soms de hele vijver rond kan zwemmen zonder dat hij echt gehinderd wordt in zijn zwembewegingen en dat hebben wij af en toe ondervonden.
Is de slip van je molen niet goed afgesteld, dan kan dat het breken van je onderlijn of hoofdlijn veroorzaken of de knoop van de haak aan de onderlijn kan het dan begeven.



We hebben ook steuren gevangen die meerdere haken in de bek of zijkant hadden zitten die zich vrij hadden gevochten van (on)deskundige vissers waarbij draadbreuk is opgetreden.
Gelukkig mag je daar alleen met weerhaakloze haken vissen en waren die haken vrij snel te verwijderen en alleen een heel klein gaatje in de huid of bek hadden veroorzaakt.
Rond het middaguur hadden we reeds vijftien (!?) steuren op onze naam staan en we hadden nog een paar uur tegoed.
De bijtmomenten werden wat korter en de beetloze momenten wat langer, maar toch wisten we met regelmaat een steur aan de haak te krijgen en soms kregen we gelijktijdig een aanbeet.



Dat is een prachtig moment, dat je allebei met een kromme hengel in je handen staat en je uit alle macht probeert om niet in elkaars lijnen te kruisen door de vechtende steuren.
Maar je hebt het niet altijd voor het zeggen en zeker niet als ze dezelfde of direct van richting veranderen en elkaar toch nog onder water ontmoeten in hun strijd om los te komen.
Soms kregen we de steuren weer aan het azen als we een klein handje Halibut pellets bij de dobbers gooiden, want daar leken ze op af te komen door waarschijnlijk nieuwsgierig gedrag.
Ook als we van aas veranderden kregen we opnieuw aanbeten en hoe meer het aangeboden aas stonk hoe sneller we vis op het haakaas konden verwachten.



Richard ving nog een albino steur en die bleek haast onhandelbaar om een foto van te maken, want hij had de grootste moeite om de steur in bedwang te houden.
Eerst dacht Richard dat hij een karper aan de haak had, maar bleek net voor het scheppen met het schepnet toch een albino steur te zijn.
Inmiddels was het aantal steuren opgelopen tot 27 (!) stuks toen om 16.20 uur, ruim een half uur voor het einde van de visdag de hengel van Richard door een aanbeet krommer dan krom ging staan en gelijktijdig was er ook een kromming van mijn hengel te constateren.
Hadden weer een dubbele aanbeet?



Ineens kwamen onze dobbers naar elkaar toe, terwijl we allebei met een kromme hengel aan het stoeien waren en we begrepen dat onze hoofdlijnen in elkaar verstrengeld waren en de steuren elkaar hadden opgezocht in hun strijd om los te komen.
Er was in beide steuren geen beweging te krijgen om ze even aan de oppervlakte te zien, want ze bleven diep onder water.
Daar stonden we dan, twee kromme hengels en er was geen beweging in te krijgen dan alleen aflopende spoelen van onze molens en onze snaar strakke hoofdlijnen die zongen in de wind.
We keken elkaar aan en we wisten eigenlijk helemaal niet wat er aan de hand was en het iets heel anders moest zijn dan twee vechtende steuren die in onze twee lijnen verstrikt zouden zitten.



Na 20 minuten zagen we eindelijk een grote staart van een steur en onze twee lijnen die er naar toe wezen.
We hadden naar alle waarschijnlijkheid allebei dezelfde steur gehaakt en vermoedelijk had de een hem in de bek en de ander in een vin gehaakt tijdens de run van de steur om los te komen.
Nu was het de zaak om de lijnen heel te houden en niet dat ze elkaar door zouden snijden met een wilde poging van de steur om los te komen.
En daar kwam hij dan half boven water en we ontstaken allebei gelijk in vreugde want de steur bleek een enorme afmeting te hebben die waarschijnlijk helemaal niet in het net zou passen.



Tot drie keer toe probeerde Richard de steur te scheppen, maar omdat hij door ons aan de achterkant slechts half uit het water getild kon worden omdat daar onze haken bleken te zitten, bleef de kop nog onder water en die moest juist als eerste in het net.
Uiteindelijk kregen we de kop in het net en na nog wat na scheppen om de gigant toch nog voor het grootste deel in het net te krijgen, tilden we samen het net omhoog om de steur in de cradle te plaatsen.
Toen pas zagen we wat een kneiter we samen hadden gevangen want de cradle van een meter lang was echt een kinderbedje vergeleken bij de afmeting van de steur.
De haak van Richard zat vast aan de vin aan de buik en mijn haak zat aan de laatste vin vast bij de staart.



De vissers die verderop stonden te vissen waren net als wij verrast van de lengte en massief voorkomen van de steur en na het opmeten bleek hij bijna 1.70 meter lang te zijn.
Omdat we hem allebei gevangen en gedrild hadden, besloten we om van ons beiden apart een foto met de steur te maken en aldus geschiedde.
Nu was de gigant wel, weliswaar met enige moeite door het gewicht uit de verhoogde cradle te pakken en vast te houden voor een foto wat eerder bij de grote steur op een onthaakmat op de grond niet lukte door het spartelen van de steur.
Wat een prachtige afsluiting van deze visdag was dit toch en toen ik nog de laatste worp maakte slechts een paar minuten voor het 17.00 uur was, de tijd om te stoppen, kreeg ik nog een laatste steur binnen waarop de stand op 29 steuren kwam te staan.



De vangst van deze gigant was het gesprek in de auto onderweg naar huis en we spraken af dat we weer over een tijdje een nieuwe sessie zouden houden omdat we deze steursessies een mooi alternatief is voor de meervalsessies die we dit jaar niet op de Ebro konden houden door de corona ellende.
Richard raakte zijn tripod hengelsteun kwijt die per ongeluk in het water viel en niet meer is terug te krijgen omdat het langs de kant al gelijk drie meter diep is en ons schepnet met steel niet lang genoeg is om de driepoot er uit te scheppen.
Dat zou misschien wel met een sterke magneet lukken.



Helaas is de toiletruimte een flink eind lopen en ben je geneigd om in de spaarzame bosjes te wildplassen, maar omdat er redelijk veel vissers aan de vijvers zitten is die mogelijkheid er niet zonder betrapt te worden, dus liepen we een paar keer per dag met een overvolle blaas naar de toiletruimte waar je ondanks de twee wc’s met deur en twee pisbakken aan de wand maar een (1) persoon aanwezig mocht zijn in verband met de corona regels.
Zit er dus een op de wc het alfabet te kakken, dan moet jij met je overvolle blaas wachten tot die persoon klaar is voor je in zijn stank je blaas in de pisbak mag ledigen.



We zijn er achter gekomen dat onze hoofdlijnen niet voldoen aan onze wensen om de grotere steuren die een langere dril behoeven voor de volgende vangsten uit te werpen.
De nylonlijn kringelde rondom het uitgooien om de ogen van de hengel en sprong spontaan van de molenspoel af als de beugel van de molen openstaat.
Dit kinken van de lijn gebeurt vaak bij stugge(re) nylonlijnen die een groter geheugen bezitten dan de soepele lijnen en na een of meerdere stresstesten van het vangen van sterke zware vissen eigenlijk niet meer in staat zijn fatsoenlijk te doen waar ze voor gemaakt zijn.



Voor een volgende sessie zullen we deze nylonlijnen dus moeten veranderen in een soepele lijn om ergernissen in het vervolg te voorkomen.

Soms kan een molen met een bredere spoel dat verhinderen maar als de lijn toch te veel wordt uitgerekt door een of meerdere zware vechtpartijen, komt deze te sterk uitgerekte lijn vaak niet meer in de stand van voorheen en dan kan het verwijderen van een meter of tien hoofdlijn (tijdelijk) uitkomst bieden of zal de hele spoel van nieuw draad moeten worden voorzien.
En dan te bedenken dat er nog grotere steuren rondzwemmen die schreeuwen om onze aandacht.



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator