Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Roofvisverhalen|| Toms Creek. Een aantal kweekvijvers met ballen. 37 stuks
 

    
 
Toms Creek. Een aantal kweekvijvers met ballen. 37 stuks


Richard en ik hebben nu drie keer van deze vijvers mogen proeven en de 29 steuren van de laatste sessie zitten nog steeds in ons achterhoofd.
Vandaag gaan we met zijn drieën naar Lelystad waar Toms Creek gesitueerd ligt, en de derde persoon is eveneens een lid van ons hengelclubje “Hengeltuig”, namelijk een lid met een uiterst kordate reputatie, Peter genaamd.
Peter heeft al een reputatie opgebouwd vanwege zijn enorme inbreng aan gevangen 50er centimeter brasems uit de Kromme Mijdrecht, maar helaas een povere inbreng als hij in de grote rivieren zijn hengels uitlegt en met name de Waal.



Nadat ik Peter bij mij thuis uitgelegd had hoe we de steuren gaan benaderen, namelijk met een dobber en met aas op de bodem van een van de vijvers die Toms Creek rijk is, begon het enthousiasme bij hem te ontwaken en werd hij razend benieuwd hoe een gevangen steur zich gedraagt tijdens een dril en vooral als deze aan zijn weerhaakloze haakje 6 vastgeklonken zit.
Vandaag sleuren Richard en ik hem er doorheen, zodat hij op zijn beurt de gehaakte steuren uit het nat kan sleuren.



Peter gaat met zijn eigen bus naar Lelystad, waarin de bolderkarren van ons drieën een plaatsje kunnen vinden, maar ook de hengels en paraplu’s.
We gaan wederom op een maandag, net als de laatste keer, want de kindervakanties zijn voorbij en de meeste vissers moeten thuiswerken of op hun werk aanwezig zijn, zodat er een stuk minder vissers present zullen zijn.
Misschien is dat voordelig en meer bijtende vissen voor ons als we aan een bepaalde vijver zitten, want eenmaal een gevangen steur uit zo’n plas water door een andere visser, is misschien een gestreste vis die niet snel meer een nieuw aasje in de bek wilt nemen.



Nou, we kwamen bedrogen uit want in de ochtenduren zaten we eerst met acht mensen aan de waterkant verdeeld, maar in de middaguren liep het aantal vissers op naar 15 man aan de avonturenvijver 5 waar wij zaten.
Niks thuis werken of gewoon naar het werk, want het leek er op dat er meer werkelozen aan de waterkant zaten dan de regering ons doet geloven.
Geintje natuurlijk, want de meeste vissers waren oude snikkels, die graag een flinke tegenstand wilden ondergaan door een sterke vis, namelijk een steur aan de haak te krijgen.



Op de zondagen is Toms Creek gesloten en wordt waarschijnlijk het visparadijs onder handen genomen door de boel schoon en proper te houden en de aanwezige vissen in de elf vijvers een dag rust te gunnen en kan het bacchanaal de volgende dag, dus de maandag, weer plaatsvinden.
En dan zijn wij er weer met een heerlijk geurig aasje aan onze haken, waar ze zich vol honger en vol ijver op zullen storten om vervolgens een potje te gaan knokken om ons, als visser een groot plezier te doen.



Richard en ik nemen een reservehengel met molen mee, want voor hetzelfde geld breek je je hengel door buitensporig geweld door een van de knoerten van steuren die in sommige vijvers aanwezig zijn.
Er moeten steuren rondzwemmen die zo enorm groot zijn, dat je die met drie man moet vasthouden om er een foto van te maken, als je de galerij foto’s van Toms Creek moet geloven.
Kom maar op, zou ik zeggen, wij zijn er klaar voor.
Binnen tien minuten waren de visstoelen opgesteld, de hengelsteunen en de bijzettafels geïnstalleerd en het uitloden van de dobbers kon beginnen.
Behalve Richard want die had al twee aanbeten voor Peter en ik onze hengels klaar hadden gekregen.



Richard wist zelfs een albino meerval aan zijn weerhaakloze haakje 6 te krijgen.
In onze koelboxen zaten plastic doosjes met halfbevroren stukjes zalm en rauwe garnalen, een glazen potje met haring in het zuur, een aantal verpakte BabyBel kaasjes, een paar Bifi worstjes en een blik met knakworstjes.
En niet te vergeten een boilie of een Halibut pellet voor aan de hair op de haak en als grondvoer een bakje met Halibut pellets in een 4 mm maat, waar we spaarzaam gebruik van maken om de aanwezige vissen te lokken naar het haakaas.



Dat zijn de ingrediënten waar we vandaag mee vissen en niet voor de inwendige mens, want de steuren hebben een uitgesproken voorkeur voor deze eerder genoemde zaken.
Wij moeten het doen met een boterhammetje en een kopje thee of koffie en misschien een koekje er bij.
Karig, vergeleken bij het aanbod voor de steuren, maar we zullen alles in het werk moeten stellen om een bak van een steur aan de haak te krijgen.
Nu zijn we ook tevreden met dikke meter steuren, maar die steur van bijna 1.70 meter, die we de vorige keer mochten vangen, staat natuurlijk ook hoog op ons verlanglijstje.



Omdat er meerdere soorten vis in deze avonturenvijver zwemmen, zoals karper en snoekbaars, heb ik ook wat bevroren vacuüm verpakte spiering meegenomen, die ik nog in de vriezer had liggen voor snoekbaarssessies vanuit een visboot.
Wellicht kan ik een snoekbaars verleiden om een hele of halve spiering op de bodem te pakken en is het de vraag of een steur het aas niet eerder in de bek zal nemen.
Deze alleseter en bodemopruimer vreet zo’n beetje alles wat eetbaar is en zal de snoekbaars moeten knokken voor het aangeboden hapje en sneller moeten zijn als de aanwezige steuren.



Die meegenomen visjes waren geen succes, want ze bleken te drijven, dus bleven ze niet op de bodem liggen en er volgde na een geruime tijd geen enkele aanbeet, dus heb ik ze maar niet meer gebruikt.
Heel opmerkelijk was dat Peter zijn dertien steuren uitsluitend met stukjes Babybel kaas ving en met niets anders en omdat hij daar zo’n succes mee had, dat een ander aas voor hem niet hoefde.
Het was geweldig om hem te zien vissen en te vangen, maar daar zette Richard en ik toch wel kanttekeningen bij.
Vaak genoeg moest Richard, die naast hem zat, geregeld Peter er op wijzen dat hij een aanbeet had, want of hij stond met zijn rug naar zijn dobber toe in een vistas te rotzooien of hij zat te turen naar zijn gsm in de hand.



Voor je het weet krijg je een felle aanbeet van een steur, eentje die je hengel zo het water intrekt en dan heb je het nakijken en dat is zonde van je spullen.
Maar gelukkig is dat uitgebleven.
We waren Richard een tijdje kwijt, want die kreeg een aanbeet van een knappe vis die niet te houden was en helemaal naar een hoek van de vijver zwom, waarmee hij vijf vissers moest passeren die aan het vissen waren.
Pas na een kwartier kwam hij teleurgesteld terug, want de laatste visser had niet op tijd zijn dobber uit het nat gehaald en kwam tegen zijn uitstaande lijn en vechtende vis vast te zitten en brak daarmee zijn onderlijn.
Dag vis, nooit gezien en bekaf.



Peter bleef maar de aanbeten krijgen met nog steeds de Babybel kaas aan zijn haakje.
Gelukkig had Richard tien stuks in een zakje gekocht en dat was eigenlijk maar net genoeg.
Peter bleek echter een hele bak met gesneden kaasblokjes bij zich te hebben, die hij niet gebruikte om mee te vissen, maar om te nuttigen.
Ik stak er een paar in mijn mond toen hij met die bak lekkers langskwam en pakte er twee om mee te vissen.

Ik sneed het blokje kaas in vieren en bevestigde een stukje aan mijn haakje.
Na twee minuten kreeg ik een aanbeet en de vangst bleek een mooie schubkarper te zijn als een welkome afwisseling.



Karpers zwemmen er dus ook in deze vijver en tijdens de vorige drie sessies hebben wij er geen een door een visser zien vangen dan alleen maar steuren en meervallen.
Weer waren de gevangen steuren loeisterk en waren soms moeilijk te drillen, maar ook lagen ze niet stil in de cradle om onthaakt te worden.
Probeer dan maar eens de haak te verwijderen, die ondanks dat hij weerhaakloos was, soms verder in de bek was beland.
De bek die onder de steur zit en waar de haak zich doorgaans bevindt, maakt het noodzakelijk om de steur op zijn rug te keren en daar houdt hij duidelijk niet van.



Het was elke keer weer een verrassing welke steur en welke afmeting de volgende kon zijn.
Soms waren ze even over de meter en je merkte aan de strijd die na een aanbeet volgde of hij groter was dan de vorige, waar je overigens ook een pittige strijd mee moest leveren.
Peter had de dag van zijn leven en stond telkens weer met een kromme hengel de ene na de andere steur te drillen.
Of hij nooit iets anders deed en had gedaan.
Mijn dobber overleed na de derde steur, want toen de steur in de cradle werd getild, lag de dobber onder zijn lijf en brak in twee stukken.
Einde van een prachtige dobber.



Richard was de redder in nood en viste uit zijn viskist een ander dobber voor mij, een, die een dikkere duidelijke top had die ik goed in het water kon zien staan.
Even uitloden en daar stond hij fier in het water tot hij langzaam onder water getrokken werd door de aanbeet van de volgende steur.
Deze leverde een beter strijd dan de vorige en zonder hem te hebben gezien wist ik al dat deze groter was.
Hij zwom van links naar rechts en de mannen moesten hun hengels met dobbers uit het water halen om niet met mijn uitstaande lijn en vis verstrikt te raken.
Maar daar kwam hij dan en kon uiteindelijk geschept worden.



Deze steur lag zo hard te spartelen in de cradle, dat hij nauwelijks was te mannen en je gelooft het niet, weer bleek de gekregen dobber onder de vis te liggen en was duidelijk in tweeën geknakt.
Met een paar stukjes leukoplast, van een rolletje leukoplast die Peter in zijn viskist had gevonden, kon ik de dobber enigszins repareren en er verder mee vissen.
Helaas kan leukoplast helemaal niet tegen water en twee steuren verder liet het natuurlijk los en toen omwikkelde ik royaal de halve schacht van de dobber met leukoplast, met in mijn achterhoofd de hoop dat hij het wel deze dag zou uithouden.



De twee Surinaamse mannen die tegenover ons aan de overkant zaten, sleurden de een na de andere steur in de cradle.
Soms visten ze vlak langs de kant en kon je prachtig zien hoe ze aan het stoeien waren met gekromde hengels en het uiteindelijke resultaat.
Ze kregen ook, net als wij de vorige keer, een steur van 1.70 meter aan de haak en daar zijn ze even zoet mee geweest.
Ze hadden de hele vijver nodig om dat beest te drillen en na een half uur kregen ze hem langszij, maar bleek het schepnet veel te klein te zijn om de steur te herbergen.
Ze werden geholpen door een derde persoon, die de staart van de steur vastpakte met zijn handen en de kop van de steur paste toen wel in het schepnet en zo trokken ze hem op de kant.



Nu was het mijn beurt om eens te laten zien wat ik in huis had.
Ik had de hele dag nog niet geplast en zat met een volle blaas en was net van plan om naar de toiletruimte te lopen toen ik een ferme aanbeet kreeg.
De rukken aan de top van mijn hengel bleken zo hard en overtuigend, dat het een zwaardere en grotere steur moest zijn dan de vorige steuren en gestaag trok de vis lijn van mijn spoel.
Eerst kon ik hem voor mij houden, maar op een gegeven moment zwom hij met krachtige slagen naar links en moest Richard, Peter, maar ook nog twee andere vissers verderop hundobbers uit het water halen om de steur de ruimte geven om te vechten voor zijn leven.



Maar ook de volgende drie mannen moesten hun dobbers uit het water verwijderen om de vis de ruimte te geven en daar bleef ik maar met een kromme hengel de steur drillen die van geen opgeven wist.
Ik stond daar met een overvolle blaas en het duurde en duurde maar voor de vis het op wilde geven.
Na een half uur kwam hij langszij en een van de laatste mannen wilde hem voor mij scheppen met zijn eigen schepnet en liep samen met mij naar onze plek waar onze cradle stond.
Daarin gelegd vond de steur het nodig om nog even verder te stoeien en bleek het haast een onmogelijke opgave om de haak te verwijderen en de vis op te tillen door zijn zware gewicht.
Richard maakte snel een paar foto’s van de 1.40 meter steur en ik stond daar krampachtig de zeer zware steur beet te houden en als ik niet snel naar het toilet zou lopen, ik gewoon in mijn broek zou plassen.



Helaas kregen we weer te maken met gekinkte hoofdlijnen.
Als je de beugel van je molen opendeed, dan sprong de lijn om je oren en kinkte gelijk tussen de werpogen van je hengel.
Er staat natuurlijk heel veel spanning op je hoofdlijn als je een steur of een andere zware vis aan het drillen bent en die rekt gewoon tot het uiterste uit.
Daar kregen we de hik van en was alleen maar op te lossen door een meter of vijftien hoofdlijn te verwijderen en de dobber opnieuw uit te loden en van een nieuwe onderlijn met haak te voorzien.



Rest mij nog te vertellen dat Richard zich als een duizendpoot heeft gedragen en constant in de weer was om Peter en mij te helpen met het scheppen van de gehaakte vissen.
Gelukkig kreeg hij tussendoor ook voldoende aanbeten om mooie steuren en een albino meerval te vangen, zodat het ook hem aan niets ontbrak.
Na een eenvoudige optelsom kamen we aan een totaal van 37 steuren, meegerekend de albino meerval en de schubkarper.
Voorwaar een fijne droge zonnige vissessie met kapitale vangsten en het ontlokte bij Peter de opmerking dat hij hier eens een keer met Marry naartoe wilde gaan.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator