Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Technieken en materialen|| Vlokvissen op de ruisvoorn, wat heb je daar voor nodig?
 

    
 
Vlokvissen op de ruisvoorn, wat heb je daar voor nodig?


Als u de hond aan het uitlaten bent, dan heeft u ze wel eens gezien in de sloot of vijver.
Ik bedoel de spelende en azende ruisvoorns tussen de plompenbladeren met hun gespetter en geplas.
Soms wordt de hele zwik uit elkaar gerukt door een jagende snoek of baars en dan springen ze zelfs uit het water om weer snel weg te schieten voor de jagende roofvis.

Ruisvoorn 38.5 cm.

Dat geluid maakt bij mij wat los.
De altijd aanwezige drang, dat latente sluimerig gevoel, de plotseling geactiveerde neiging om ze aan de haak te krijgen en voorbereidingen te treffen om ze met het grootste plezier te gaan vangen.
Bij mij in de buurt zijn honderden sloten, vaarten, plassen en rivieren waar de ruisvoorn zich ophoudt en rond spetteren of het een lieve lust is.
Rondstruinen en de ruisvoorn opzoeken langs de waterkanten is een van de leukste manieren om ze aan de schubben te komen.
Die prachtige sterke vissen met hun mooie rode vinnen en soms goudgele gloed, zijn strelend en een lust voor het oog.
Je moet niet in stoeltje langs de waterkant gaan zitten en wachten tot ze misschien bereidt zijn om langs te komen, nee, je gaat ze opzoeken en dat kan lopend langs de waterkant of met een bootje.

Ik heb al duizenden ruizers gevangen en ik kan daar geen genoeg van krijgen. Grote en kleine ruisvoorns, het maakte mij niks uit, genieten deed ik toch wel.
Maar wat hebben we dan voor deze manier van vissen nodig?
Voor het struinen langs de waterkant is een lichte bepakking noodzakelijk en dat betekent een licht hengeltje,

Lichte spinhengeltje van 135 tot 200 gram met een werpvermogen tot een gram of 10 en 1.80 – 2.00 mtr lang


een licht molentje, wat reserve haakjes, een doosje zachte loodhagels, reserve vlokdobbers en een arterietangetje met een dunne bek om eventueel diep genomen haakjes uit de bek van de vis te halen.

Lichte molens zijn gewenst. Probeer eens een klein molentje te kopen van maximaal een gram of 200 met 12 honderdste nylon er op gespoeld


Verder een oprolspeld met een lijnknippertje en eventueel nog een aparte oprolspeld voor je arterietangetje, die allebei aan je vliegvisvest kan spelden.
Al dit kleine spul past in een klein heuptasje of in en aan een vliegvisvest met een heleboel zakken.
Verder nemen we nog een schepnetje mee, een doekje om je van het slijm van de vis te ontdoen en een klein bakje maden en een paar sneden brood in een plastic zakje tegen het uitdrogen. Op je hoofd zet je een hoedje of petje en een polaroid zonnebril tegen de soms lage of felle zon.
Op de rug van je vliegvisvest zit een rits met een ruimte en in die ruimte past een klein opgevouwen regenjasje en dan kan het (aan)vangen beginnen.

Dit vestje heeft 35 zakken, daar kan je genoeg handel in kwijt. Een petje met logo naar keuze en een goede klep tegen de zon


Als uitgangspunt nemen we 12 honderdste nylon op de molen, want dat is dik genoeg en gooit nog zelfs prettig met harde zijwind.
De bledjes van de langstelige haakjes dopen we thuis van te voren even in de blanke nagellak, want dan wordt je nylon niet zo snel doorgesneden door het scherpe bledje bij soms zware vis. Wel de haakjes even goed laten drogen.
Als dobber kunnen we een vlokdobbertje nemen met een centraal gaatje in het midden, want daar gaat de lijn doorheen. Boven het dobbertje zet je een stuitje zodat het dobbertje niet verder naar boven kan schuiven.
Het dobbertje dient alleen voor beetindicatie, dus deze hoeft helemaal niet zo zwaar uitgevoerd te zijn. Enkele loodkorrels plaats je aan je lijn net onder de dobber, zodat er een wapperlijntje van ca. 30 cm. overblijft.

Arterietangetjes met smalle bekken

Aan de langstelige haak plaats je twee maden of een korstje brood en met een soepele worp werp je naar de plek waar je de vis hebt gespot.
Soms schrikken ze even van het plonsje dat de dobber veroorzaakt, maar de ruisvoorn is nieuwsgierig genoeg om direct de maden op te merken om ze proberen op te peuzelen.
Het aasje dwarrelt langzaam naar beneden en je dobbertje schiet heen en weer en verdwijnt dan onder water.
Je ziet dan dat je nylonlijn op het water strak getrokken wordt en dat is het moment om te slaan. Meestal wacht ik 2 á 3 volle seconden voor ik aan sla, aangezien dat vele missers scheelt.
Kijk eens naar die prachtige boog in je hengel en de ruisvoorn trekt zelfs nog wat lijn van je spoel af en je hoort je slip, die je van te voren nauwkeurig hebt afgesteld.

Ruisvoorn van 41+ cm.

Je staat werkelijk te genieten, want je dobbertje met aas kwam precies op de plek tussen de plompenbladeren waar zich de ruisvoorns ophielden en dat wordt beloond met een mooie aanbeet en een mooie rode rijer.
Je voelt de ruisvoorn vechten voor zijn vrijheid en je voelt ook het trillen van de vlokhengel tot in je elleboog toe.
Fantastisch!

Als je door de hengelsportwinkelier nylon op je molen laat spoelen, zorg er dan voor dat deze goed vol wordt gespoeld. Desnoods spoelt hij wat opvuldraad op je spoel, want 300 meter 12 honderdste is echt te gek en ik ken persoonlijk hengelsportwinkeliers die dat ondoordacht of gewoon deden.
Zo’n volle spoel gooit veel prettiger en je gooit ineens veel verder dan voorheen.

Zacht lood is gewenst evenals haakjes met een langere steel in de maten 6 en 8


Persoonlijk vervang ik mijn haakje maat 6 of 8 na ongeveer 20 ruisvoorns.
Waarom?, zal je jezelf afvragen.
Het haakje aan je lijn heeft maar een beperkt leven en blijft niet eeuwig scherp.
Dat is een reden om hem tijdig te vervangen, maar ook om de knoop bij het bledje van je haakje te vervangen, want die verzwakt na een flink aantal gevangen ruisvoorns aanzienlijk en zo duur zijn haakjes niet.
Als je zachte knijploodjes aanschaft, kijk dan of ook werkelijk zacht zijn en niet dieper zijn ingesneden om ze zacht te laten lijken.
Die loodjes zijn ook een kritieke schakel op je tere dunne nylonlijn, want je verzwakt je lijn op een verschrikkelijke manier als je harde loodjes gebruikt.
Druk de loodjes altijd met de hand ( vinger en duim) op je lijn en niet met een tang.

Als je langs de waterkant loopt, probeer dat dan met beleid te doen en loop niet te stampen als de eerste de beste bouwvakker met veiligheidskistjes aan zijn voeten.
De trillingen die veroorzaakt worden door jouw gestamp op die drassige grond is als een luide koeienbel voor de vissen, die gelijk weten dat er gevaar dreigt.
Loop ook niet direct vlak naast het water, maar een aantal meters er vandaan, want alleen dan kan je de vis beter spotten en ze niet direct laten opschrikken.

Aan dit netje heb je voldoende. Oprolspeld met een knippertje voor het teveel aan je lijn te verwijderen


Ik heb mij daar ook schuldig aan gemaakt en zag vlak langs de kant van het water de karpers die in het zonnetje lagen ineens geschrokken wegschieten.
Neem je een paar boterhammen mee, dan kan je een paar korsten in het water gooien en ze met de wind mee laten voeren.
Let even op of er geen eenden of zwanen in de buurt zijn.
Hebben de ruisvoorns de stukjes brood gevonden, dan houdt je ze met het brood langer op een plek om ze weg te vangen.
Elke ruisvoorn die je hebt aangeslagen trek je snel van de vangplek weg om de rest niet al te argwanend te laten worden.
Persoonlijk houd ik van vlokdobbers met een gele kop, want die vervloeien niet zo snel met de natuur en het water, als de dobbers met een rode kop.

Enkele zelfgemaakte vlokdobbers van balsahout en polystyreen (piepschuim) en een doosje met verschillende haakmaten


Ook een leuke manier als beetindicator is een oud stuk floating vliegenlijn van een cm. of zeventig met twee lussen aan elk uiteinde met daaraan je onderlijn en aan het andere eind je hoofdlijn gebonden.
De vliegenlijn vervangt je dobber en door het gewicht van de vliegenlijn en in combinatie met een gedoopte vlok in het water, heb je ook geen lood meer nodig om te gooien.
Niks plons….maar deze combinatie landt als een veertje op het water en verstoort de spelende ruisvoorns nauwelijks.

Ook ruisvoorns vangen uit een bootje is ideaal.
Je kunt stukken van een plas bevissen, die je lopend langs de waterkant nauwelijks of helemaal niet kan bereiken.
En op die plekken houden zich vaak grote scholen flinke ruisvoorns op tussen de plompenbladeren en het riet.
Je hoeft je ook niet zo snel te verplaatsen, want je kunt vier zijden van het bootje bevissen als je in het midden van een plas ligt.
Het voordeel van een bootje is ook, dat je wat meer materiaal mee kunt vervoeren.
Een thermosfles met koffie, een klein buta-gasje met koekenpan om een eitje te bakken als je honger hebt en een wat grotere tas om dat allemaal in op te bergen.
Misschien neem je wel een gemakkelijke stoel mee, want die houten zitplaatsen in een bootje voelen na een paar uur niet meer prettig aan en het lijkt wel of je billen van hetzelfde materiaal zijn geworden.

Vlokvissen, een enorme leuke manier van vissen voor jong en oud en voor elke portemonnee. Het “gereedschap” om te vlokvissen is voor iedereen betaalbaar en het geeft er zoveel plezier en vreugde voor terug.
Doen!




 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator