Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| Witvissen in Wilnis in de Zuwe aan de Bovendijk (mei 2009)
 

    
 
Witvissen in Wilnis in de Zuwe aan de Bovendijk (mei 2009)


De vorige keer zat ik ook in de polder Wilnis, in de Zuwe te vissen op brasem en andere witvissen en nu ging ik weer naar deze plek op donderdag 30 april 2009 om ca. 06.00 uur, maar nu niet in mijn eentje, maar met Ron.
Met mijn auto is het maar 5 minuten rijden van huis naar de plek, dus hoefde ik niet al te vroeg op.
De hengelspullen waren snel uit de auto gehaald, maar ik moest toch twee keer naar de waterkant lopen omdat ik het niet in een keer kon sjouwen.
Het zou vandaag zonnig worden met later op de dag een mogelijke bui, dus ik had uit voorzorg toch maar mijn paraplu meegenomen.

Het kanaal is ca. 20 meter breed en het zag er veelbelovend uit


Mijn swingtip hengel was weer van de partij en natuurlijk mijn matchhengel van 4.20 meter.
Aan mijn swingtip hengel zat weer een voerkorfje bevestigd en aan mijn matchhengel een licht dobbertje.
In mijn voeremmer zat weer geurig grondvoer met de nodige poppen ( casters) en maden, maar natuurlijk had ik ook mas en hennep toegevoegd.
Een tweetal voerplekken waren snel gemaakt en weldra plonsde mijn voerkorf tussen de plompenbladeren met aan de haak een tiental maden geprikt.
Intussen was ik bezig geweest met het uitloden van mijn dobber aan mijn matchhengel en ik zag al een aantal bellen aan de oppervlakte van het water verschijnen.
En daar kwam Ron aangelopen.
Binnen de kortste keren was ook hij klaar met zijn voorbereidingen om te gaan vissen.
Ik zie ze net azen, zei ik tegen Ron.
Mijn dobbertje van mijn matchhengel trilde licht en kwam langzaam omhoog, verplaatste zich verticaal en gleed met een snelle zwaai naar de diepte. Mijn hengel boog weer op een fraaie manier en de slip gaf een kort en een enkel geluidje toen ik had aangeslagen.

De brasem was snel geschept en onthaakt


Hij zwom van links naar rechts, maar de brasem was helaas snel aan het eind van zijn Latijn. Zijdelings gleed de eerste brasem van de ochtend in het nieuw aangeschafte net.
Het onthaken was een fluitje van een cent met het arterietangetje met smalle bek.

Ron gooide met uiterste precisie op een plek aan de overkant, net voor een aantal plompenbladeren. Hij had zijn hoofdlijn aan de lijnclip van zijn spoel gehaakt en door deze manier van bevestigen gooide hij steeds weer op dezelfde afstand.
Ron had ook aan de gevlochten hoofdlijn van zijn matchhengel een shockleader aangebracht, waar zijn voerkorfje via een wartel heen en weer kon schuiven.
Aan de shockleader was zijn 12 of 14 honderdste nylon onderlijn met haakje 12 vastgeknoopt.
Als hij aansloeg, dan rekte de shockleader van powergum ( een soort sterk elastiek) iets uit om de haak beter te zetten aangezien er geen rek in een gevlochten lijn zit en de bek van de vis kan beschadigen.
Weldra zag ik zijn gekromde hengel en ook in zijn net gleed zijn eerste gevangen brasem.

Ron met zijn eerste brasem

Nu was mijn swingtip aan de beurt.
De tip zwaaide met kleine tikjes omhoog en ik had de kurken handgreep van de hengel al in mijn hand om aan te slaan.
Ineens zwaaide de top omhoog en ik sloeg aan.
Onmiddellijk beukte de vis naar het midden van het water en zwom met krachtige slagen naar de linkerkant.
Een mooie grote rugvin werd zichtbaar toen ik de brasem kon keren en hij net onder de oppervlakte van de Zuwe zwom.
Hij probeerde nog weg te komen, maar gaf het snel op vanwege de brute kracht van de swingtip hengel en zijn beperkte uithoudingsvermogen.

Een mooi gezond exemplaar die een pluk vers brood niet kon weerstaan.

Waar zit jij mee te vissen, vroeg Ron belangstellend.
Met brood en maden, was mijn antwoord.
Wil je straks ook eens wormen proberen, want ik heb er genoeg, zei hij en ik keek naar zijn gekromde hengel, waar een brasem druk doende was om zich van de scherpe haak te bevrijden.
Je hebt het maar druk, was mijn antwoord.

Deze was van dezelfde grootte als de vorige, maar minder slijmerig

Mijn dobber was verdwenen toen ik even niet had opgelet, maar naar de omgeving zat te kijken.
Ik greep de hengel en sloeg schuin omhoog aan en voelde iets bijzonder zwaar aan de andere kant van de lijn, maar de haak schoot vrijwel direct weer los.
Zonde, sprak ik hardop.
Dat was een mooie Leo, hoorde ik Ron zeggen.
Zag je wat er gebeurde, was mijn vraag, terwijl ik mijn hoofd naar hem toe wendde en Ron antwoordde, ik zag het aan de actie van je hengel.
Er ontgaat Ron maar weinig, zullen we maar zeggen.
Ik gooide weer een aantal handen voer in het water en vrijwel direct daarna gleed mijn dobber naar de diepte.
Heerlijk, dacht ik nog, vast weer een brasem, maar het bleek een kolblei te zijn en Ron haalde een ruisvoorn van zijn haakje.

Even later gleed er weer een mooie brasem in het schepnet van Ron.
Het onthaken nam even tijd in beslag en ik gebruikte die tijd om mijn fototoestel in te stellen.

Wie zit er nu zo vergenoegd te grijnzen? De brasem of Ron? Deze formaten zijn loeisterk

Ik had al een tijdje geen aanbeten meer gezien op mijn slappe lullenhengel, die Ed zo typisch adresseerde en weer reeg ik enkele verse maden en casters aan de haak in de hoop nu wel een aanbeet te verkrijgen.
Mijn topje trilde even en ik wilde net aanslaan toen ik mijn dobber van mijn matchhengel naar de diepte zag glijden.
De matchhengel ging nu even voor en ik sloeg aan.
De pluim brood aan de haak was een lekkernij voor de brasem die hem met gulzige graagte had genomen.
Joepie, zei mijn hart en automatisch zocht mijn hand het schepnet wat in handbereik lag.

Even een mooie foto die door Ron werd gemaakt

De brasem deed nog een verwoede poging om aan het schepnet te ontsnappen, maar voor dat hij het wist lag hij al op de kant.
Ron had weer een ruisvoorn gehaakt en zat zich te verwonderen over de mooie rode vinnen. Mooi snoekaas, zei hij nog, maar we weten allemaal dat het een beschermde vissoort is.

Ik kreeg geen aanbeten meer.
De aassoorten aan allebei mijn hengels werden totaal genegeerd door de aanwezige vissen in de Zuwe, terwijl Ron met regelmaat de een na de andere brasem of voorns uit het nat haalde.
Dan ga je denken, wat kan de reden zijn?
Voorkeur van aassoort?
Voertje niet lekker genoeg?
Zwemmen ze met een grote boog om mijn aasjes heen?
Lig ik in de prut of verstopt tussen plantenresten in het water?
Lig ik soms op een hoop stront?

Weer het aas verwisselen. Broodvlok, worm, maden, mas en casters. Nee, dat is het niet.
Maar eens meer naar de overkant bij de plompenbladeren gooien.
Nee, dat is het ook niet, want de aanbeten bleven uit.
Even zwevend geprobeerd te vissen, nee, dat is het ook niet.
Dan maar schuin onder de brug op de bodem mijn aas aangeboden.
Ja, een aanbeet en een kolblei werd zichtbaar en dat gaf weer een beetje hoop.
Ron pakte weer een mooie brasem met paaiuitslag.

Een brasem met paaiuitslag

Ron had het druk en ik zat naar een bewegingloze dobber en swingtip te turen.
Ok, ik kreeg wel een aantal gemiste kansen te verduren.
Het lossen van de haak in een dril of dat ik aansloeg en totaal geen weerstand voelde.
En dat voelt vreemd aan, moet mij van het hart.
Je dobber stijgt op een prachtige manier, ligt plat op het water en glijdt dan schuin het water in. Je pakt je hengel beet en slaat ineens een gat in de lucht.
Totaal geen weerstand aan de andere kant van je lijn.
Dat had ik niet alleen met mijn matchhengel, maar ook met mijn swingtip die langzaam omhoog ging en de hengel langzaam van de steun begon te glijden door de grote druk aan de andere kant.
En dan gewoon bij het aanslaan niets voelen. Geen enkele weerstand, helemaal niks, nada, noppes.

Ik had het drukker met fotos nemen, dan met vissen

Edwin en Koos kwamen naar ons toe gelopen.
Het bleek, dat ze op nog geen 50 meter van ons vandaan voor hun bivvies op karper zaten te vissen in de Heinoomsvaart ( verlengde van de Zuwe). We zagen wel twee bivvies staan, maar we wisten niet dat deze twee mannen daar al de nacht hadden doorgebracht.
Zeven aanbeten van karpers mochten ze registreren, maar slechts werden er twee karpers op de kant gebracht.
Weer sloeg ik aan en weer voelde ik geen weerstand en door de zwaai zwaaide mijn dobber en lijn in de knoop.
Je hele zooitje zit in de knoop, zei Edwin, alsof ik dat zelf nog niet had geconstateerd.
Op mijn gemak haalde ik de lijn uit de knoop en dat ging mij makkelijker af, dan ik dacht. Zonder vloeken of slechte gedachten, stond ik de boel te ontwarren.

Zullen we zo gaan verkassen?, vroeg Ron aan mij, toen beide heren Edwin en Koos richting huis waren gegaan.
Dan gaan we aan de andere kant van de brug zitten, dat is ook een mooie plek.
Zo gezegd, zo gedaan.

Inderdaad, dit is een mooie stek voor knappe vis

Na twee keer lopen, waren de hengelspullen overgebracht en na het installeren van de hengelsteunen en het gooien van een paar handen voer, zaten we naar onze toppen en dobbers te staren.
Mijn dobber vertoonde ineens een onrustig gedrag en ging zwaar gestrest onder.
Hangen!, dacht ik en een ruisvoorn kwam naar de oppervlakte.
Die hoefde ik niet te scheppen, want daar was hij gewoon te licht voor.
In mijn ooghoek zag ik, dat Ron een mooie brasem had gehaakt.

Je hoorde hem niet meer, hij had het gewoon te druk

Na nog een voorntje besloot ik te verkassen een tiental meters naast Ron. Na even door de brandnetels te hebben gelopen, om ze een beetje plat te krijgen, had ik een mooi plekje uitgezocht.
Echt ideaal was het plekje niet, aangezien er wat takken uit het water staken en er ook een paar overhangende takken aanwezig waren. Links naast mij stond ook een flinke pluk riet in het water, maar daar zou ik waarschijnlijk geen last van hebben met een aanbeet.

Intussen was Marco op komen dagen.
Na het bestuderen van de plekken en het aanhoren van de vangsten, besloot hij ook maar een hengeltje uit te gooien.
Hij liep naar zijn auto, waar hij altijd wel een opgetuigd hengeltje heeft klaarliggen.

Weldra stond Marco naast Ron en stond de kunst af te kijken

Na een uurtje had Marco het echter weer bekeken en vertrok naar huis.
Even daarna kreeg Ron een aanbeet en na het binnendraaien van zijn lijn, zat er een klein visje aan zijn haakje.
Leo, moet je kijken wat ik nu heb gevangen, wacht ik kom even naar je toe, sprak Ron met enige emotie in zijn stem.
Aan zijn haakje zat een klein visje die mij met pientere oogjes aankeek.
Dat is een Alver, zeiden we bijna gelijktijdig.
Later kwamen we door een andere vismaat er achter dat het een Grondel bleek te zijn( in Duits: Grundel)
Daar moeten we even een foto van maken, vind je niet, vroeg Ron.
Hij hield het kleinood in die grote klauwen van hem en de verschrikte Grondel vergat een paar keer adem te halen van de schrik.

Kijk hem daar nu eens zien liggen op die dikke vingers, lief h

Mijn swingtip ging op de klassieke manier omhoog en er kwam een bocht in mijn hengel, terwijl hij op de steun lag.
Kom maar hier, geschubde klerelijer, dacht ik hardop en hij hing!
Ja goed zo, zei ik vaderlijk, kom maar bij pappie.
Moet ik komen helpen, vroeg Ron, maar ik antwoordde, dat ik het zou redden.
Wil je wel een foto maken voor het verhaal?, vroeg ik aan hem.
Na het scheppen, nam ik de slijmjurk in mijn handen en leunde op een knie voor de foto.
Floep!
Hij glibberde uit mijn handen en kwam gelukkig zacht in het gras terecht.
Ik raapte hem van de grond en brandnetels van de platgetrapte planten deden hun brandende werk.
Terwijl Ron de foto nam, stonden mijn onderarmen in de fik en daar zou ik nog lang last van hebben

Zo, die staat er op

Al met al, zat ik te overpeinzen, waarom Ron zoveel meer vis had gevangen.
Hij wist zeker twee tot drie keer meer vissen te vangen.
Deze vruchtbare dag werd afgesloten met zeker 50 ἀ 60 kilo witvis, waarvan Ron het leeuwendeel in heeft gehad.
Later bleek, dat waarschijnlijk mijn voertje voor de voerkorf mij parten heeft gespeeld.
Ik maak namelijk voor een hele dag een voertje klaar en Ron slechts een of anderhalve kilo en als het op is weer zon pluk.
Bij mij kan het voer dus wat verzuren, door de casters, mas en andere ingredinten die je toevoegt en kan later op de dag ook behoorlijk indikken als een betonnen koek op de bodem van je voeremmer.
Je hebt dan geen vers los voer voorhanden om de ingedikte koek weer wat losser te maken.
Tja, of ik kan gewoon niet vissen.

Pets!
Mijn swingtip sloeg helemaal uit en haalde mij uit mijn overpeinzingen.

Je hebt beet Leo! Opletten!

Met een bijna sierlijke zwaai, voelde ik weerstand aan de andere kant van de lijn.
Gelukkig, hij is gehaakt, stelde ik mij gerust.
Bij het binnenhalen keek ik even om waar ik mijn schepnet had gelaten en daarbij hield ik niet de hoofdlijn van mijn swingtip hengel helemaal strak.
Voor ik het wist, zat de draad om de uitstekende takken in het water gedraaid en het leek er op, dat dit voorgoed en permanent zou zijn.
Nee h, kreet ik binnensmonds, maar Ron had het toch gehoord.
Zit je vast? , vroeg hij smalend en een grijns van oor tot oor kwam op zijn gezicht.
Nee hoor, sprak ik luchtig, die maak ik zo weer los, en inderdaad kon ik de draad die om de takken heen was gewonden op een eenvoudige manier ontwarren en de kolblei na het scheppen weer in het water laten glijden.
Eigenlijk was ik een beetje trots op mijzelf, dat het mij zo goed af was gegaan.
We sloten de dag om 17.30 uur af en gingen weer huiswaarts met in ons achterhoofd, deze dag weer eens over te doen, want het is en blijft een mooie sport.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator