Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| La Horre plek 1 in mei 2009
 

    
 
La Horre plek 1 in mei 2009


Eindelijk was de dag aangebroken, dat Theo en ik weer richting Etang de La Horre in Frankrijk gaan rijden.
Vandaag is het zaterdag 16 mei 2009 en wij gaan elk apart met eigen auto, aangezien Theo wegens privé omstandigheden elk moment terug naar huis gevraagd kan worden, maar ook omdat hij niet helemaal lekker in zijn vel zit door een wat grieperig gevoel. Hij is vanuit Ede, zijn woonplaats, naar de A27 gereden om daar mij tegen te komen en samen met mij in colonne naar Frankrijk toe te rijden.
Ik heb mijn auto afgeladen met mijn karperspullen en elke ruimte benut en er is werkelijk zelfs geen plaats meer voor een natte krant.
In de benzinetank kan geen druppel benzine meer bij en de banden zijn op spanning gebracht. De auto is in een tiptop conditie en klaar voor de rit.

Is dit alles?, volgens de band Doe Maar. (Moet je vrouw ook niet tegen je in de slaapkamer roepen)


Ik heb met eten en drinken rekening gehouden dat Theo weggeroepen kan worden en ik dan geen gelegenheid meer heb om boodschappen in een naburig dorp te doen, zonder dat ik al mijn karpermateriaal van duizenden euro’s onbeheerd op de stek achter moet laten.
Zo goed van vertrouwen ben ik ook niet meer in de medemens.
En natuurlijk heb ik mijn draagbare wc meegenomen, want veronderstel dat je de Poeperitus Niagarawatervallis krijgt, dan haal je de wc op het terrein echt niet meer zonder dat de vrolijkheid langs je benen loopt.
En wat is lekkerder dan boutkezen op je eigen opvouwbare toilet.
Zo kan die wel weer.

Ideaaaaal! Zo’n opklapbaar toilet en wat een uitkomst. Die gaat altijd standaard mee op karpertrips in het buitenland


We hebben deze weg natuurlijk al een paar keer gereden dus we kennen de route.
Het onrustige kriebelgevoel van de laatste weken heeft plaats gemaakt voor een grote zin om weer eens sterke karpers aan de haak te krijgen, want het verlangen om achter de rod pod plaats te nemen op de vlonder in dat prachtige meer in Frankrijk werd sterker dan ooit.
Ik voelde mij de laatste tijd als een tandarts, die op zijn tandvlees loopt

Natuurlijk nam ik mijn 4 karperhengels (6 delig en 3 lb) mee

De laatste maand was ik steeds aan het dromen van grote karpers met zo’n een enorme vechtlust, dat ik ’s morgens wakker werd met spierpijn in mijn armen, van het eeuwigdurende drillen van die oersterke kneitebijters in mijn dromen.
Het is eigenlijk een feestje als je alle voorbereidingen uit kunt voeren en daarmee je verwachtingen opschroeft, maar de vorige sessie in La Horre, in september 2008 moesten we het zonder een enkele karper afsluiten en dat was voor ons een zeer pijnlijke ervaring.
Dat voelde aan of je mond op mond beademing had gekregen van een lelijke tandeloze vrouw, die net een paar haringen heeft gegeten.

Mijn 3 Shimano Long Casting Baitrunners, karpermolens bij uitstek, volgespoeld met verse 31 honderdste nylon

Dat was geen fysiek, maar een pijnlijk psychisch lijden, want het doet wat met je metabolisme, kan ik je verzekeren.
Ook niet voor het geld of de moeite van alle voorbereidingen, maar het niet beantwoorden van je hooggespannen verwachtingen en de hoop om weer eens een lekkere zware karper in je handen te hebben na een enerverende strijd.

• Een karper waar heel veel karpervissers ’s nachts van dromen en na het goed aflopen van die droom je ‘s morgens met een gelukzalige glimlach wakker laat worden, omdat je de vangst weer in je dromen hebt herbeleefd en je daarom nooit met het verkeerde been uit het bed kan stappen.
• Een karper die je weer in opperste staat van alertheid brengt en alle adrenaline, die je lichaam op dat moment aan kunt maken, in je aderen pompt met krachtige gulle golven, zodat je het volle rijke leven in je lijf voelt stromen.
• Een karper waar je tranen van in je ogen krijgt, vanwege zijn schoonheid, zijn brute onverminderde krachtige uitstraling en vechtlust, maar ook door het zien en voelen van de prachtig gekromde karperhengel en het zingen van de gierende lijn van de gloeiend hete spoel die klieft als een laserstraal door het water.
• Een karper die het uiterste van je uithoudingsvermogen vergt, maar ook het maximale verlangt van je kennis en kunde om hem uiteindelijk na een voor hem en jouw zware strijd over te geven en gewillig te laten landen.

Dat zijn toch een paar enorme hevige emotionele momenten die we de laatste sessie moesten missen en die we ook een lange tijd daarna hebben gemist. We voelden ons als een stel smurfen, die een blauwtje hebben opgelopen.

Een van de twee rodpods. Ik twijfelde nog welke ik mee zou nemen

We hadden weer plek 1 gekozen, vlak naast het parkeerterrein en dat scheelt ons weer 6 x 200 meter zwaarbepakt sjouwen naar de plek. ( plek 11 ligt zo ver weg)
We hebben er op gerekend, dat het paaiseizoen in mei nog steeds plaats zou vinden, want dat kan ons in ieder geval bijna verzekeren van meerdere vangsten van zware karper.
Toch was het even vreemd, dat we weer naar dezelfde plek waren gegaan waar we vorig jaar een zeperd hadden gehaald en allebei, maar ook vele andere karpervissers, moesten blanken.
Eigenlijk zei mijn lichaam krachtig tegen mij, dat het fout was om hier weer een vruchteloze poging te ondernemen om de karper aan de haak te krijgen. Het voelde aan of we incontinent waren en onszelf in de zeik hebben genomen.



Er viel een stilte in mijn gedachten en ik keek even over het meer en plotseling werd ik door een gevoel van onbehagen overspoeld.
Het was maar even, maar het gevoel was duidelijk herkenbaar en het beviel mij helemaal niet.

Topbaits. Wat valt er over te zeggen? We gaan er deze reis voor. We nemen 3 smaken van elk 10 kg

Blanken is toch eigenlijk iets voor anderen en niet voor ons, dat overkomt toch altijd een ander. Je lijf schreeuwt het uit, dat het gewoon onacceptabel is en dat je een groot onrecht is aangedaan.
Bij het opzetten van de bivvy verdween dit gevoel echter snel en met het vorderen van de uren met het voorvoeren en het klaarmaken van de rod pod, karperhengels, molens en rig keuze waren mijn gedachten alleen nog maar bezig met de voorbereidingen om weer te gaan genieten en weer karper te vangen.

Welke lijp heeft zoveel loodjes nodig? Je sjouwt je een breuk aan je ( soms overbodige) spullen

Deze week waren slechts 5 plekken door karpervissers bezet.
Plek 1 (wij) 2, 4, 10 en 15. Zou de recessie ook onder de karpervissers hebben plaats gevonden?
Rob de bailliff had zijn intrek genomen op swim 3 en viste vrolijk mee in zijn vrije tijd.
Theo was heel bedreven met de werppijp geworden, waarmee hij de boilies naar de voerplekken wierp.
Toen de emmer voerboilies leeg begon te raken gooiden wij hem weer vol met de meegenomen boilies en wat denk je? De diameter van de meegenomen boilies waren te groot voor de werppijp en daar sta je dan.
Voeren kon dus niet meer en met de katapult was de afstand bij lange na niet te halen.
PVAzakjes met stukjes boilies aan de haak was het enige wat overbleef of gooien met de spod.

Twee maal een opstelling van mijn rodpod ( staand en liggend in het water)


Het paaien was afgelopen. Al meer dan een week, volgens Rob de bailliff.
Jammer.
Dat betekent dat de karpers afgepaaid zijn en daarmee ook kilo’s lichter zijn geworden. Ik zag dat Rob een karper ving met een enorme brede rug, die volgens hem meer dan 25 kg moest wegen en aan de weegschaal “slechts” 22 kg woog. Was hij niet afgepaaid, zei hij, dan had hij dat gewogen.
Beet!
Ik kreeg een volle fluiter.
Bij het omhoog brengen van de hengel voelde ik even een grote weerstand toen ik met een slag van de slinger van de baitrunner zijn vrijloop uitschakelde.
Los! Ik haalde de lijn binnen en voelde een druk op de hengeltop.
Wier en niet zo weinig ook.

Zo haalde je elke keer je lood en onderlijn binnen. Deze hoop is van 3 x binnenhalen


De karper had zich vermoedelijk in het wier vast gezwommen en daar de haak gelost.
Het begon om 21.00 uur te regenen en dat zou de hele nacht gaan duren. Van slaap kwam weinig terecht van het gekletter op de stof van de bivvy en het geklater op het water.
Op zondagmorgen 07.00 uur was het windstil en droog.

De regen kwam in bakken neer

Ik ververste mijn boilies en deed aan een hengel een dubbele gele ananas pop up en aan de andere hengels KK78 en een zoete Cream boilie.
Ik kreeg last van mijn hooikoorts en mijn slijmvliezen begonnen op te zetten. Met tranen in mijn ogen, en dat was niet van de ellende in mijn leven, en een loopneus kreeg ik op 12.50 uur een nieuwe aanbeet.
Het was de hengel met de dubbele gele pop up.
Ik moest de hele tijd met een hoog geheven hengel de karper drillen om hem weer niet te verliezen in het wier. Haast machteloos moest ik toezien, dat het mij niet elke keer lukte om hem uit het wier te houden, want het wier groeide boven het water uit.
Eindelijk kon hij geschept worden, want hij gaf de strijd op na een vermoeiende sessie.
34 pond zei de weegschaal en ik was tevreden.

Daar moet op gedronken worden, hihaho


Het was 100% meer dan de laatste sessie in september 2008. Want toen hadden we niks.
Na een paar foto’s mocht hij weer in zijn eigen vertrouwde nat en daar ging hij en met een paar krachtige slagen verdween hij uit het zicht.
Een uur later weer een aanbeet aan de dubbele pop up. Ze zijn gek van ananas pop ups, schoot nog door mijn gedachten en de karper verloor ik weer in het wier.
Enige Haagse vloeken bromden achter in mijn keel.

Theo kreeg om 16.30 uur een flinke aanbeet en zijn leugendetector piepte als muis in doodsnood.
Zijn lijn viel ineens slap en bij het binnenhalen was zijn rig op de helft doorgesneden.
Een zielig krulletje nylon staarde ons aan en we zaten ons af te vragen wat de rig heeft doorgesneden, want mosselbanken komen op deze plas niet voor.
Pas om 22.35 uur kreeg Theo weer de kans om een karper te landen.
Deze keer bleef hij wel aan de haak en het viel niet mee hem uit de wierbedden te houden.
Het lukte en bij het wegen bleef de naald op 32 pond steken.

32 pond zwaartekracht

Zo, de kop is er af, zei ik tegen Theo, we gaan gelukkig weer niet op onze bek.
Op maandag was het water 18 graden de wind kracht 4 kwam uit het Zuidwesten. Om 06.00 uur in de morgen kreeg Theo een fluiter.
Hij vloog van zijn stretcher en bij aankomst bij zijn hengel bleek er een zwaan in zijn uitstaande lijn te zijn verstrikt.
Het werd heet tot 28 graden in de zon en we zagen geen leven meer aan onze hengels.
Ik ging even kijken in het andere meer, waar je niet mag vissen.
Er lagen twee dode karpers in het water, die al aangevreten waren door ander ongedierte.

Twee dode aangevreten schubkarpers


Ineens zag ik een aantal vinnen boven water uitsteken en wat dichterbij gekomen zag een stuk of vijf schubkarpers rondzwemmen.
Ik schatte ze zeker op 50+ ponders en ze lagen een beetje te zonnen in het warme water en zwommen een beetje verveeld rond.
Ik durfde bijna geen adem te halen, zo spannend vond ik het. Ik maakte een aantal foto’s van het stel, maar geen enkele foto was duidelijk genoeg om ze bij dit verhaal te plaatsen.
Zonde, maar door de lichtbreking van het water was het moeilijk om ze goed te fotograferen.
Dit zouden natuurlijke karpers moeten zijn, omdat ze daar niet in uit zijn gezet om groot te groeien.

Het meer vanaf de sluis. Op de tweede foto zag je net de vlonder van stek 1 aan de linkerkant


In de middag hoorde ik zeer luid twee Fransen gesticuleert met elkaar praten. Het geluid kwam van de sluis af en het duurde al zeker een kwartier voor ik actie ondernam. Het aas van mijn rechterhengel lag net voor de sluis en op deze manier werd de plek danig verstoord.
Ik pakte mijn scheidsrechterfluitje, floot en toen ze naar mij keken riep ik keihard, Fuck off!
Direct daarop beenden ze naar onze stek toe en ik zei tegen Theo, dat kan wel eens hommeles zijn. Laat ze maar komen.
Het bleek de baas van Rob de Bailliff te zijn, die verhaal kwam halen en de ander liep door. Ik stond met gekruiste armen voor mijn borst hem op te wachten en met een gemene bek stak hij gelijk in het Frans van wal.
Ik hoorde het even aan met gefronste wenkbrauwen en legde hem met verbeten stem in het Engels uit dat hij mijn aasplek stond te verzieken en daar was ik niet van gediend. Hij was er niet blij mee met mijn reactie, maar hij begreep het wel. Theo bemoeide zich ook met het gesprek en aangezien hij moeiteloos Frans spreekt werd het toch nog een geanimeerd gesprek.

Weer een prachtig avondrood plaatje en op de volgende Theo die zijn aas aan het verwisselen is


Om 19.00 uur wilde Theo naar huis. Hij voelde zich niet lekker en zat in over zijn vrouw Annelies.
Het was te verwachten, omdat hij al met twee auto’s naar La Horre wilde en hoe meer ik er over nadacht, hoe meer ik de indruk kreeg dat hij eerder weg zou gaan, maar niet na 3 dagen vissen en om 19.00 uur 's avonds.
Ik was duidelijk teleurgesteld en voelde me duidelijk in de steek gelaten.
Toen hij weg was heb ik mijn bivvy op de vlonder geplaatst en ben onder mijn paraplu gaan zitten, aangezien hij de nieuw aangeschafte tent heeft meegenomen omdat ik daar geen plaats meer voor had in mijn auto.

Daar zat ik dan in mijn zielige eentje. Als je geen aanspraak hebt, gaan de uren zeer traag voorbij

Er spookten allerlei gedachten door mijn hoofd en ik besloot Els mijn vrouw op te bellen.
Had ik toch een beetje aanspraak en ik vertelde haar het verhaal. Even later belde Ron uit Etang de la Livardiere in Frankrijk, want die was met 14 anderen ook aan het karpervissen in dezelfde week als wij en hij wist mij te vertellen dat het donderdag bij mij beestenweer zou worden met regen en windvlagen.
Ik ben vroeg naar bed gegaan ( 10.45 uur) want ik was moe van de emotionele dag.
’s Nachts heb ik geen aanbeten gehad en ik stond om 05.30 uur naast mijn hengels om ze van nieuwe boilies te voorzien.
Het was mistig geworden en alles was zeiknat.

Een prachtige mistige woensdagmorgen


Rob kwam om 08.15 uur een lekker vers stokbroodje brengen en vroeg of ik nog iets gevangen had. Nee, was mijn antwoord, zelfs geen aanbeet. Hij wist te vertellen, dat er op de andere plekken ook niets gevangen was.
De mist trok op en het werd heet.
30 graden in de zon en 25 graden in de schaduw en het water warmde op tot 20 graden.
Op 13.00 uur ging mijn linker beetverklikker af met een snerpende aangehouden gil van een keukenmeid, die stiekem in de billen wordt geknepen.
Hoera, zei ik hardop en mijn hart miste bijna een slag van het plotselinge geluid in de stilte.
Het bleek een schubkarper te zijn van 20 pond op een dubbele aardbei pop up.

20 pond pure kracht

Ik leefde helemaal op, want ik was duidelijk een beetje ingekakt.
Gelukkig had ik mijn fototoestel op een statief geplaatst en al van te voren afgesteld. Even instellen en na 10 seconden werd het plaatje geschoten.
Ik zag later pas, dat ik net een stukje staart op de foto miste, maar dat vond ik niet zo erg.

Op 13.30 uur kreeg ik weer een fluiter en ik kon mijn geluk niet op.
Weer aan een dubbele pop up, maar nu aan twee witte.
De strijd voelde gelijk aan de vorige en schatte hem net zo zwaar of iets lichter.
Het was het laatste.
Toen ik hem schepte, dacht ik even dat het dezelfde was die ik net had gevangen en daar was ik heilig van overtuigd.
Bij het wegen echter bleef de naald steken op 18 pond. Ik haalde hem van de haak en plaatste hem er weer aan, maar de naald ging niet verder dan 18 pond.
Een broertje of een zusje? Want de gelijkenis was treffend.

18 pond schub, uit hetzelfde gebroed?

Toen ik wat later de foto’s vergeleek, kon ik niet anders constateren dat ze misschien wel uit hetzelfde broedsel kwamen.

Ik had honger gekregen en ik deed twee klein gesneden hamburgers, uien en verse rode paprika en een pot bruine bonen in de koekenpan.
Wat heb ik daar een last van gekregen zeg.
Ik flatuleerde er nog geen half uur later op los. De ene na de andere wind wrong zich naar buiten en als scheten een kleur hadden gehad, dan had ik geen hand meer voor ogen gezien.

Wachten op de volgende aanbeet

Om 19.05 uur begon mijn beetverklikker schokkerig geluid te maken en zette daarna een keel op.
Ik vloog met mijn oude botten uit de stoel en voelde behoorlijke weerstand.
Zal ik eindelijk een kneitebijter aan de haak hebben, mompelde ik om mij heen en een euforie maakte zich van mij meester.
Ik stond te tralala-en en ik voelde mijn spierpijn niet meer in mijn gooiarm.
Het schepnet lag al in de aanslag en na een strijd van zeker twintig minuten zag ik zijn brede hoge rug.
Een mooie spiegel zwom er voor mijn ogen en het gewicht van een 50+ ponder flitste door mijn gedachten. Wat een knoerterik dacht ik nog en wat een power zit er in zijn lijf.
Hij gaf zich nog steeds niet gewonnen en net voordat hij het net ingleed, schoot de haak uit zijn lip. Ik gooide vertwijfeld mijn hengel op de vlonder en deed nog een verwoede poging om hem te scheppen met twee handen om mijn schepnet.
Maar elke karpervisser weet, dat een nat schepnet onder water, praktisch niet te verplaatsen is en ik faalde dan ook jammerlijk. De karper boog zich af en zwom verrassend krachtig weg.

Ik ging van binnen een beetje dood en keek met lede ogen naar de in vrijheid zwemmende karper. Het karpernet lag als een lomp ding in mijn handen en ik probeerde nog even waarom ik dat net onder water niet sneller kon verplaatsen.
De carbon steel en de armen van het net buigen eerst zwaar door vanwege de weerstand van het water en deze handeling kostte mij mijn supervangst. Dat zijn momenten dat je een karpermaat nodig hebt en vervloekt dat die er niet is.
Hoorde ik de karper mij onder water uitlachen of niet?

En dit gebeurt, als je te diep bukt

Om 20.20 uur kreeg ik de schrik van mijn leven.
Ik twijfelde nog even of ik eerst het aas van mijn rechter of mijn linker karperhengel zou verversen.
Ik besloot de rechterhengel het eerst te doen.
Bij het opnemen van de hengel uit de steunen en bij het uitschakelen van de vrijloop voelde ik ineens een hevige weerstand en een grote kolk in het water werd zichtbaar.
De karper had het aas genomen op hetzelfde moment dat ik de hengel opnam en hij zat er maar even aan vast, want hij was gelijk weer los.
Had ik maar eerst de linkerhengel gepakt, schoot het door mijn hoofd. Dan had ik een mooie aanbeet gehad en hem misschien geland.
Als een gespannen boog schoot mijn karperhengel weer recht en ik keek met ongenoegen naar de uitdijende golven op het meer.

Hoeveel mazzel kun je toch hebben, zat ik mijzelf vertwijfeld af te vragen en zuchtend en steunend draaide ik het aas binnen.

Honderden van deze insecten vlogen om je oren en zaten overal in je spullen

Donderdag zat ik ’s morgens om 05.30 uur aan een heerlijk kopje hete thee.
Pieppiep!, zei mijn beetverklikker met als aas een dubbele pop up met aardbeiensmaak. Piepperdepiep!, zei weer mijn beetverklikker en ik bedacht me geen moment.
Dat was vis, die aan mijn aas zat te nibbelen en ik nam mijn hengel van de rodpod en na een draai aan de slinger van de molen neeg ik de hengel omhoog.
Ik voelde weerstand aan de andere kant van de lijn, maar dat was niet het gewicht van een karper.
De vis bood weinig weerstand en ondanks het wier op zijn kop leek hij bijna niks te wegen. Het was een zeelt.
Een mooie zeelt, die je eigenlijk met een matchhengel van 4 meter hoort te vangen en niet met een karperhengel, want daar is geen sport aan te beleven.

Een zeelt van 58 cm

Hij bleek een lengte te hebben van 58 cm! En dat is een PB ( Personel Best), want zo groot had ik ze nog niet gevangen.
Ik was er toch wel heel erg blij mee, maar daar was ik niet voor gekomen.

Het was koud en je kon merken, dat er een weersverandering plaats zou vinden.
Om 09.30 uur, zag ik ongeveer 15 meter uit de kant vier grote kolken van spelende karpers en inwendig hoopte ik op een aanbeet, die helaas uitbleef.
Om 12.00 uur was het doodstil op de plas.
In de verte hoorde ik de klappen van onweer en de plas was als een spiegel zo glad. Om 13.30 uur begon het te pikkelen ( zachte motregen) en later steeds iets harder.
Om 14.00 uur en om 15.15 uur had ik twee aanbeten van karper.
Met een juichend hart begon ik aan het karwei ze binnen te krijgen en bij allebei moest ik bakzeil halen.
Het wier was zo toegenomen, dat de karpers die hier inzwommen als een zware deken omarmt werden en ik kreeg ze er met geen mogelijkheid meer uit.

Ik was in staat mijn kleding uit te trekken om ze al zwemmend uit het wier te trekken, maar mijn gezond verstand liet dat idee maar varen.
Moe en gedesillusioneerd gaf ik het geestelijk maar op, want ik had er even de balen van. Ik liep even naar Rob de Bailliff, die twee plekken naast mij zat en zei tegen hem dat ik vrijdag al naar huis zou gaan.
Vrijdagmorgen om 05.30 uur stond ik mijn auto te vullen met mijn karpermaterialen, ik reed naar de douches en toiletten om mij op te knappen en een tijdje later reed ik op mijn gemak naar huis.



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator