Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Vliegvissen op forel in Ierland 1980
 

    
 
Vliegvissen op forel in Ierland 1980


Na het bootvissen op congeraal, welke voor mij wel een succes is geweest, maar voortijdig is geëindigd door de zeeziekte van Toto ( mijn neef Leo van der Brand) zijn we met de gehuurde auto de omgeving gaan verkennen om in de riviertjes en beken een forelletje te bemachtigen.



Links rijden is even wennen, want als je in een geanimeerd gesprek bent met je bijrijder, dan heb je de neiging om weer naar de rechterkant te gaan rijden.
Mijn neef had steeds die neiging en ik heb mij maar opgeofferd om de auto te besturen, aangezien ik wat geconcentreerder auto rijd.

Op de secundaire wegen kun je gewoon niet hard rijden al zou je dat willen.
Zo kom je de bocht uit en dan staan er ineens een aantal koeien op de weg.
De natuur is er ook grillig, want zo zit je in de zon en zo regent het ineens pijpenstelen.
Wat een waardeloos klimaat.
Niet een buitje, zoals je bij ons gewend bent, maar harde regen die stroompjes vormden op de wegen en het zicht flink beperkten.



Wat ons op viel waren de wilde klipgeiten die met het grootste gemak tussen de rotsblokken op de heuvels omhoog klommen en soms met adembenemende sprongen hun weg vervolgden.
Op de nauwe wegen konden soms maar net twee auto’s elkaar passeren en omdat je links moest rijden was dit wel eens een opgave.



We zagen onderweg de mooiste plekjes om onze vliegenhengels uit te proberen en dat hebben we ook gedaan.
We hadden geen idee of we daar ook mochten vliegvissen en of er vergunningen nodig waren en we zagen ook in de verste verte geen dolende ziel waar we dat aan konden vragen.

Elke keer als we de buurt aan het verkennen waren, keken we angstvallig naar de benzinemeter, want benzinepompen waren in die buurt schaarser dan sneeuwballen in de hel.
Je moet er niet aan denken dat je zonder benzine komt te zitten in het midden van drie keer niks.

Ondergetekende in actie in een van de snelle beken in Ierland

In de buurt van Cappoquin waren genoeg beken en riviertjes om een forel te vangen en daar zijn we ons geluk gaan beproeven.
Groot waren de forellen niet, maar wel spectaculair om te doen.
Af en toe vingen we toch een mooie forel, maar overwegend was het klein grut.
Naast de vliegenhengel hanteerden wij ook de spinhengel en daar vingen we ook ons forelletje mee.



We hadden net een jaar vliegvislessen achter de rug van Ome Klaas Pigge, van Castingclub ’s Gravenhage en we konden al een redelijk vliegje op de plekken serveren waar wij vis vermoeden.
Allround kon je ons nog niet noemen, maar wel leergierig om het steeds beter te willen doen.
Het leek wel of er nooit in die beken was gevist op forel, want ze waren gulzig en zeer gretig om elke aangeboden vlieg te pakken.

Ook deze forelletjes zaten er tussen. Superklein maar mooi van kleur

Op een middag gingen we met de auto een schuin lopend pad af om in een gevonden rivier te gaan vliegvissen.
De bocht was te krap om verder te rijden en ik besloot voorzichtig een stukje in de struiken te rijden, die naast het pad stonden.
Wist ik veel, dat daar een stenen muur was opgetrokken, waarvan het zicht door de struiken was ontnomen.
Boem!

De zijkant helemaal ingedeukt en het spatbord liep tegen de band aan.
Dat hebben wij weer. Met zijn tweeën trokken we aan het spatbord om deze van de band af te krijgen en na enige moeite ging dat gelukkig.
We betraden de rivier de gingen met onze vliegenhengels aan de slag.



De natuur was prachtig, maar wat een waardeloze weersomstandigheden
Plotseling begon het weer te regenen.
Het vervelende was nog wel, dat het fototoestelletje waar onder andere sommige van deze foto’s gemaakt zijn, telkens aan deze vochtige omstandigheden bloot was gesteld en zelfs een keer in het water is gevallen.
De meeste foto’s van dit cameraatje van de Hema zijn dus ook mislukt en ik was blij dat ik nog wat dia’s heb kunnen maken met mijn eigen camera.

Rivier de Blackwater


Nu was mijn neef ook geen ster in het foto’s maken en dat onscherpe en wazige is ook duidelijk terug te zien in de slechte kwaliteit waarin de foto’s verkeren.

Zullen we terug gaan naar de kroeg, zei ik tegen Toto, toen we elkaar weer bij de auto tegen kwamen. Het was inmiddels donker geworden en je zag amper een hand voor ogen.
We stapten in de auto en na een dotje gas geven vonden de banden geen grip op de gladde ondergrond van het pad, die door de regen zeer onbegaanbaar was geworden. Op de schuine helling waren nog de stroompjes regenwater te zien.



We keken elkaar aan en we vreesden het ergste.
Mijn neef stapte uit de auto en begon aan de voorkant van de motorkap te duwen, terwijl ik het gas probeerde te doseren om de banden een beetje grip te laten krijgen.
Vergeet het maar.
We hebben alles geprobeerd. Takken onder de banden, handdoeken, maar niets hielp en de regen was weer aangevangen en kletterde op ons neer.
Stom, dat we daar niet aan gedacht hadden, maar we waren zo geobsedeerd om te gaan vliegvissen, dat we nooit meer aan de auto op het schuine paadje hebben stilgestaan.

Juist in stroomnaden achter de rotsen lagen mooie forellen en zeg nou zelf, die plek is een zalfje voor je ogen

Tja, en daar sta je dan. Geen hond in de buurt en uit het zicht voor iedereen in het pikkedonker.
Een licht paniek kroop als een dief in de nacht over ons heen en ineens hoorden wij in de verte een tractor op de weg boven ons.
Mijn neef rende naar boven en heeft de bestuurder van de tractor aangehouden.
Na een kort gesprek was de boer bereid om ons uit deze penibele situatie te bevrijden.
Met een sleepkabel trok hij ons omhoog en opgelucht haalden we adem toen we weer op de weg stonden.
Na uitvoerige bedankjes gingen we op weg naar het “Pension”.



Waar was dat “Hotel” alweer? In het donker leek alles op elkaar en we wisten na vele uren rijden pas het plaatsje Cappoquin te vinden.
De hele week viel letterlijk en figuurlijk in het water.
Regen, zon, regen, zon en we waren op een gegeven moment zo doorweekt en zo koud, dat we ons niet meer warm en behaaglijk konden krijgen.
Een hete douche ( die er dus niet was) was meer dan welkom.

Onze kleding kregen we ook niet meer droog en elke dag in klamme kleding vliegvissen is echt geen pretje.

Nee, het is nu 30 jaar geleden dat we dit hebben meegemaakt en er zal inmiddels veel veranderd zijn.
Laten we het er maar op houden, dat we een pilot trip hebben gehad die niet voor herhaling vatbaar is.

Fijn hč, zo’n steadyshot neef



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator