Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Andere visverhalen|| Zeevissen op congeraal in Ierland 1980
 

    
 
Zeevissen op congeraal in Ierland 1980


Toto (mijn neef Leo van der Brand) en ik besloten in 1980 naar Ierland te gaan om te zeevissen op congeraal en daarnaast ook de vliegenhengel te gaan hanteren in de vele stroompjes en riviertjes die Ierland rijk is.
Met het vliegtuig vlogen we van Amsterdam naar Heathrow airport in Engeland en vandaar naar Dublin in Ierland.
Er stond een rode gehuurde auto voor ons klaar op het vliegveld bij Dublin en we reden aan de linkerkant van de weg naar het dorp Cappoquin in County Waterford waar ons hotel zich bevond.
Dit dorpje lag in de buurt van de rivier de Blackwater.



Bij aankomst bleek,dat het een gewone bruine kroeg was met een aantal vochtige kamers op de bovenverdieping, die je met een krakende trap kon bereiken.
The Toby Jug heette het kneipje.
In het gereserveerde kamertje was een grote vochtplek in een van de hoeken op het behang te zien en slechts een klein raampje bood uitzicht op drie keer niks.
We sliepen samen in een tweepersoonsbed en moesten een veel te kleine kledingkast delen.
Het toilet was op de gang en er was geen douche of bad, maar een klein fonteintje met koud en warm water.



Het zeevissen op congeraal zouden we met een schipper en een gehuurde charterboot vanuit het stadje Dungarvan gaan doen.
De boot heette de Kingfisher en de schipper was een zekere McGormack.
We hadden zijn boot een aantal dagen gehuurd om de grondhaai en de congeraal aan de haak te krijgen en hij wist waar de wrakken lagen, waar deze vissen zich op zouden houden.



Bij mijn huisarts had ik om pillen gevraagd die zeeziekte verschijnselen zouden onderdrukken, aangezien ik vrij snel last van zeeziekte heb. Met een doosje Marzine tabletten op zak, kon mij in ieder geval niets gebeuren.
Voordat wij aan boord van de Kingfisher gingen had ik er al twee van te voren ingenomen en mijn neef Toto, die nog nooit last van zeeziekte heeft gehad wees de tabletten van de hand.
Dat is iets voor watjes, zei hij nog met een glimlach om zijn lippen.



De haven van Dungarvan bood een troosteloze aanblik.
We hadden nog nooit zoiets armoedigs gezien.
De mensen die zich in de naburige cafés ophielden waren in vuile kleding en vodden gekleed en we kregen de indruk, dat de tijd hier 100 jaar had stilgestaan.
Zo’n trots volk, maar wat een weemoed straalden hun uitgebluste ogen uit.



We maakten kennis met de schipper, maar die moesten we eerst lokaliseren in een van de cafés.
Je hoefde maar de naam van de schipper te laten vallen en ze wezen direct waar je moest zijn.
Een krachtige verschijning verpletterde onze handen met een stevige handdruk en we hezen ons aan boord en voeren met de boot de haven uit.

Eerst moesten we een flink aantal makrelen takelen die later als aas konden dienen voor de congeraal en de grondhaai.
Binnen een zeer korte tijd hadden we genoeg makrelen gevangen aan de paternosters die we in allerijl aan onze hengels hadden bevestigd.
Ik heb ook nog met een uitschuifbare holglas hengel en een enkele haak op de makreel gevist en dan ontplooit de makreel zich als een aparte sportvis.
Sterk als een beer en ze zwommen in hun eentje dwars door je slip en wat een plezier heb ik daar aan gehad.

Makreel aan een enkele haak, wat een sport! Rechts: Ondergetekende in actie met een grondhaai


Voor de congeraal heb ik bij de hengelsportzaak Jan Brune op de Beeklaan in Den Haag een
uitschuifbare holglas boothengel en een reel de Mitchell 624 gekocht met gevlochten draad.
Jan weet precies welke hengelspullen je nodig hebt om deze vissen zonder problemen met het gekochte materiaal te vangen.

Jan had al vele records als biggame visser op zijn naam staan.



Deze combinatie was niet kapot te krijgen en ik heb de hengel en reel nu na 28 jaar nog steeds.
Het werd express een uitschuifbare boothengel omdat hij in mijn koffer moest passen.
De kapitein gaf ons een teken en we haalden de lijnen in en we voeren naar een wrak een 30 km verderop.
Het wrak bleek een gezonken onderzeeboot (U-boat) te zijn, namelijk de U1276, die op 20 februari 1945 door dieptebommen van de HMS Amethyst van de Britse Marine is versplinterd.
De gehele Duitse bemanning van 49 personen zijn hierbij omgekomen. De onderzeeboot was in Bremen gemaakt in 1943 en was vaarbaar in 1944.

Het weer was een beetje omgeslagen en er verschenen witte schuimkopjes op de golven.
Het anker werd uitgegooid bij het wrak en de kapitein bevestigde een stuk lood aan een wartel en een grote haak met een onderlijn van meer dan 100 honderdste aan onze gevlochten lijnen.

Een makreel werd in stukken gesneden en een gedeelte aan de grote haak gehangen en we moesten de hele zooi naar de bodem laten afdalen.
Hij vertelde ons dat we bij een aanbeet we als gekken de uitstaande lijn binnen moesten gaan halen, want de congeraal mocht zich niet onder water ergens aan vast grijpen.

Je schrikt je een hoedje als zo’n kneitebijter boven water komt. Ze sissen heel gemeen en zijn sterk, niet gewoon meer


Gebeurde dat wel, dan kon je net zo goed je lijn doorsnijden, want ze laten niet snel meer los.
Eerst ving ik een aantal grond- of hondshaaien en pas na een tijdje ging ik congeraal vangen. We draaiden als een stel orgeldraaiers aan de hendel van onze reels om de lijn strak te houden bij een aanbeet.
Lamme poten kreeg ik er van en ook krampen in mijn onderarmspieren van het op en neer hijsen van die grote congeralen.
De zee hielp ook al niet mee, want de boot ging op en neer en ik verloor een paar keer bijna mijn evenwicht ondanks het profiel van mijn lieslaarzen en kukelde bijna overboord door de te lage reling.

De regen striemde in onze gezichten en de kapitein zat lekker in zijn warme cabine naar onze handelingen te kijken en kwam alleen tevoorschijn als er weer een grote congeraal gegaft moest worden



De een na de andere congeraal haalde ik binnenboord en tot mijn verrassing ving Toto alleen maar grondhaaien en geen enkele congeraal

Ik kreeg een ruk aan mijn hengel en die schoot bijna uit mijn handen.
De slip stond op aanraden van de schipper strak afgesteld om de congeraal geen haarbreed toe te geven.
Hij zag de ruk en riep mij toe dat ik hem zo snel mogelijk van de bodem af moest halen en ik begon te trekken en te pompen alsof het lieve lust was.
De spieren in mijn armen waren al zwaar verzuurd en doodmoe van het draaien aan de slinger van de reel en ik begon, ondanks het ruwe koude weer, te zweten en er was geen beweging meer in de strakke lijn te krijgen.
Waarschijnlijk had de congeraal zich onder water ergens aan vast gegrepen.



De schipper trok een handschoen aan en wikkelde de strakke gevlochten draad om zijn hand en begon te trekken met zijn hele gewicht.
De boot deinde op de golven en door het harde rukken van de vis onder ons, verloren zijn laarzen grip op het dek en hij dreigde voorover in het water getrokken te worden.

Ik schoot hem te hulp en vatte hem bij zijn kraag van zijn jas en ineens schoot hij overeind omdat de congeraal los had gelaten.
Draaien, riep hij en ik begon met hernieuwde kracht de gevlochten draad op de reel te winden.
Het zware stompen onder water was indrukwekkend en sloopte mij volkomen en toen hij in zicht kwam keek ik met grote ogen naar die dijendikke congeraal die sissend en blazend door de schipper aan boord werd gegaft.
Ruim anderhalve meter en wat een dikkerd.

Als voorbeeld heb ik haakje 10 er bij gevoegd


Elke keer moest ik weer mijn spierpijn trotseren, want ik bleef ze vangen. Dan weer een congeraal, dan weer een hondshaai.
Ineens was ik mijn neef Toto kwijt.
En ja hoor, daar kwam hij spierwit uit de kajuit tevoorschijn.
Ik zag dat hij het moeilijk had.
De zeeziekte had hem eindelijk gevonden en hem slachtoffer gemaakt.
Hij keek mij met een wanhopige blik in zijn ogen aan en ik zei, je kunt het zeker niet meer opbrengen, en knikte bevestigend.
Zullen we dan maar teruggaan, want het is zeker nog anderhalf uur varen voor we vasteland hebben bereikt, zei ik tegen hem.
Ik sprak de kapitein er op aan en hij hees het anker om de terugtocht te aanvaarden.



Toto keek mij dankbaar aan en zei, dat hij het best rot vond om mijn visdag te verpesten. Ik antwoordde hem, dat ik toch aan het einde van mijn Latijn was en dat mijn armspieren schreeuwden om rust.
Ik had goed gevangen en was onder de indruk van de enorme kracht van een congeraal.
Niet, dat ik dat snel zal overdoen, maar wat een belevenis.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator