Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Leo vertelt|| Leo vertelt nr 30 (Lentekriebels)
 

    
 
Leo vertelt nr 30 (Lentekriebels)


Begint het ook bij jou, als wit- en karpervisser te kriebelen om met de aankomende behaaglijke weersomstandigheden naar buiten te gaan om weer je hengelsport te beoefenen?
Of ben je zo’n “wintervisser”, die fanatiek met zijn witvis of karpersessies door blijft gaan?



Ik vind dat knap en het getuigd van doorzettingsvermogen om je sport te blijven uitoefenen.
Een aantal van mijn vismaten blijven thuis voor de kachel aangeschoven en vinden drie keer per dag het uitlaten van de hond in de koude al een crime, laat staan om de hele dag in koude en winterse omstandigheden te gaan vissen.
Mietjes, slappe hap!

Nee, de echte mannen trotseren elke weersomstandigheid, koude, vriesweer, sneeuw en hagelbuien, mist, krachtige stormachtige winden en felle slagregens.
Met verbeten gezichten, maar met liefde in hun ogen voor de sportvisserij staan ze hun mannetje en verwarmen zich innerlijk met het vuur van de passie voor het vissen.



Je praat het niet uit hun hoofd, de kerkbanken blijven leeg, want ze zitten aan de waterkant op een stoeltje of op een comfortabele stoel in een boot met in hun handen een verticaalhengel, een witvishengel of een karperhengel op steunen.
De vrouwen blijven thuis in de slaapkamer achter en missen hun warme kacheltje, want die staan sterke koffie te zetten in de keuken en lopen te zeulen met thermoskannen hete soep, brood met beleg, een stuk fruit en wat te drinken.



Buiten gekomen, komt de warme lucht uit hun longen als een dikke witte damp uit hun mond, maar gulzig ademen ze de koude ochtendlucht naar binnen.
Het blijft nog een tijd donker als de mannen lang onderweg zijn naar hun stekken, want een stek dichtbij huis is geen optie.



De visstekken zijn vaak een uur gaans, maar nieuw en soms bekend, terwijl de lokale vissers aldaar ook weer een uur rijden naar de stekken die dicht bij de huizen van de migrerende mannen liggen.
Het gras is toch altijd groener bij de buren, dan bij jezelf.
De huidige vissers hebben dat trekken naar een onbekende visstek als overlevering meegekregen, een rudimentair overblijfsel van een jachtig verleden van een jagende mens.



Het is hetzelfde als je aan het strand woont, je op vakantie gaat naar de Veluwe, terwijl de mensen die op de Veluwe wonen graag naar het strand gaan.
Het geeft je ook een uiterste voldoening als je op de verre gekozen plek wat hebt gevangen en je voelt net als je oervoorouders de teleurstelling als je ’s avonds naar huis gaat zonder een enkele vangst.

Je inprenting van een ver verleden zegt dan tegen je, dat je gezin honger moet lijden, want er is geen buit, geen vlees of vis om te verdelen en als dat vaker voorkomt, dan ben je geen goede jager en verlies je de achting van je naasten.



Daarom voel je euforie als je wat gevangen hebt, je voelt je machtig dat het gevangen dier door jouw listen is verleid tot een aanbeet.
Dezelfde euforie vertelt je ook, dat je gezin weer te eten heeft en dat je nog steeds als jager meetelt en achting afdwingt.
Zie je jezelf al langs de kant zitten met je hengeltje in je hand?
Zit je dan ook te wachten op dat overheerlijke gevoel, dat maar uitblijft, als je een visje hebt gehaakt?
Jammer.
Dat betekent gewoon, dat je bij het gros meelopers hoort die een vis liever nuttigt, die door een ander is gevangen en dat je zelfs niet de liefde van de vangst proeft die de vanger wel heeft gevoeld.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator