Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Meerval specials|| Detectie van een prooi door een meerval
 

    
 
Detectie van een prooi door een meerval


De meerval is een roofvis die gevoelig is voor chemische prikkels.
Ze kunnen bepaalde aminozuren detecteren tot op zeer grote afstanden en hun reukzin is 100.000 maal sterker ontwikkeld dan bij de mens.
De helft van hun hersenen zijn ingericht voor het waarnemen van geuren en smaken op grote afstanden en is een zuiver overblijfsel van 420 miljoen jaren geleden.
Omdat er veel smaakpapillen rondom de mond zitten, kan de meerval werkelijk proeven en dat is een handig hulpmiddel bij troebel zicht.
Veel aanbeten gebeuren dan ook aarzelend, een beetje speels of de meerval het eerst onderzoekt met de snorharen en zonder dat er een aanbeet volgt.



Op die manier worden de meervallen door een alerte visser soms net in de bovenlip gehaakt of in de staart bij het afwenden.
Nieuwsgierigheid is in de eerste instantie hun motivatie om te onderzoeken waar het klonkgeluid van het kwakhout vandaan komt en wat het heeft veroorzaakt, maar natuurlijk ook waar de trillingen van een spartelende vis vandaan komen.



Een meerval zwemt altijd tegen de stroom in om zijn prooi te lokaliseren.
Immers alle geuren worden door de stroming meegevoerd en hij zwemt vanzelfsprekend naar de bron toe, waar de geur het sterkst is.

Gebruik je een kunstmatige geur, die je toevoegt aan je aasvis, dan kunnen de smaakreceptoren van de meerval overbelast worden door deze ďvervuilingĒ en dan bestaat de mogelijkheid dat hij het aangeboden aas niet kan vinden.
Deze wolk van geuren brengt hem in de war.
De meerval is ook chemisch gevoelig voor afscheidingen van de prooivis, zoals urine, uitwerpselen en hormonen in stresssituaties en chemische verbindingen die ontstaan zijn door een gewonde, zwakke of zieke vis.



Zulke vissen worden door zijn receptoren geÔdentificeerd als een gemakkelijke prooi.
Reeds dode uit de vriezer aangeboden aasvissen zijn in beginsel niet zo interessant voor de meerval, omdat ze de chemische afscheidingen van de reeds dode vis niet meer scherp waarnemen.

Dus eigenlijk is de dode aangeboden vis niet attractief genoeg om ze als een aantrekkelijke prooi te zien, tenzij het aangebodene sterk van geur is.
Denk aan inktvissen, sardines, of makrelen die een sterke oliegeur verspreiden.

De meerval kan een prooi ook waarnemen door een heen en weer beweging van watermoleculen, die veroorzaakt worden door een onregelmatige zwemmende vis die bijvoorbeeld gewond is.
De waterdeeltjes worden door de microporiŽn van de zijlijn van de meerval opgevangen en verder vertaald dat er een prooi aanwezig is.



Via een geluidsdruk (b.v. het hanteren van een kwakhout) worden de bewegende watermoleculen door de mobiele haarcellen van de vis opgevangen.
Zijn de trillingen aan de rechterkant van de haarcellen meer in beweging dan de linker haarcellen, dan is de prooi aan de rechterzijde van de vis.
Niet altijd volgt de meerval dan een vermeende prooi, maar reageert meer angstig door zich af te wenden en zich van de bron af van het geluid te verplaatsen.

Het kwakhout is alleen in stromend water effectief en is de meerval meer dan 10 meter van de boot vandaan, dan hebben de trillingen van het kwakhout minder effect.



Worden deze trillingen echter opgepikt door de zintuiglijke snorharen, dan wordt zijn aanvalsreactie juist gestimuleerd.
De voorste lange snorharen strekken zich en de aanval wordt ingezet.
Sommige vissers wenden zich van het water af, als het water praktisch ondoorzichtig en troebel is.
Dat is een foute gedachte.
Vaak laten door sterke stromingen grote weke delen op de bodem los en veroorzaken een troebele modderig zicht en dat is het moment dat de meerval naar de bovenste lagen zwemt om meer zuurstof op te kunnen nemen en zij dus aanwezig zijn op half water of tegen de oppervlakte.



Aasvissen die dan op geringe diepte worden aangeboden, zijn dan een makkelijke prooi.
Probeer altijd in de boot echt verticaal te vissen, zodat je de aasvis op je dieptemeter waar kunt nemen.
Neem wat zwaarder lood als dit niet direct lukt door de stroming.
Zorg er voor, dat je aasvis net 100 cm boven de bodem aangeboden wordt en dan kun je een aanval van een meerval prachtig volgen op je dieptemeter.

Een meerval is doorgaans slim en sterk onderhevig aan dressuur.
Gevangen meervallen die met een bepaald aas zijn gevangen en die later in een reservoir worden geplaatst, eten vaak niet meer hetzelfde aas waar ze mee gevangen zijn.



Het is daarom van belang steeds van aas te verwisselen om het aantrekkelijk te houden voor zijn smaakreceptoren.

De meerval komt niet alleen maar in het zuiden voor, maar zijn ook aanwezig in Zweden ( Het stroomgebied Eman en Helgean), maar wel onder de 60ste breedtegraad.
De meerval is ook aanwezig in de meren Ladoga en Onega in het stroomgebied van de Neva en de golf van Finland. De meervallen aldaar hebben zich genetisch aangepast aan de koude en de soort wordt door de regeringen beschermd.
In een ver verleden was de Oostzee en de Noordzee nog zoet door de ijstijd en daardoor was de meerval in staat zich te verspreiden van het zuiden naar die delen van Noord-Europa.



In Frankrijk, ItaliŽ en Spanje zijn ze ongeveer 30 jaar geleden uitgezet.
Door Duitse vissers zijn in 1974, 42 meervallen in het meer Riba-Roja, een waterbassin van de rivier de Ebro uitgezet en ziet wat er nu voor populatiemeervallen in Spanje aanwezig is.
In BelgiŽ zijn ze in de Maas aanwezig, in Duitsland in vele rivieren, en er zijn monsters gevangen uit sommige meren van Roemenie.

In Engeland heeft de Hertog van Bedford enkele meervallen uitgezet en deze bleken in staat zich voort te planten door een paar hete zomers.
Voor het behoud van de meerval heeft Kevin Maddocks (karpervisser) de Catfish Groep opgericht.



In Nederland, in het bijzonder de Westeinderplassen, maar ook toen in het vroegere Haarlemmermeer zit een zeer oude populatie meervallen, die geÔsoleerd zijn door de beslotenheid van het water.

Ook hier groeien de meervallen explosief en zorgen voor vele nakomelingen.
Een bekend feit is helaas ook, dat de meerval een geduchte concurrent is van de snoek en de snoek verdreven kan worden door de toenemende populatie meervallen.

Overdag schuilen de meervallen zich op de diepere plekken en het liefst onder het struikgewas of onder de rietzoden, waar zich vele schuilplaatsen bevinden.



In de warme zomermaanden komen ze in de avond tevoorschijn om tot Ďs morgens vroeg te gaan jagen op voedsel. Bij een hoge temperatuur zijn ze het actiefst en jagen ze meer aan de oppervlakte in ondiep water.
Terwijl als de watertemperatuur aan de oppervlakte daalt naar minder dan 10 Š 14 graden, dan worden de meervallen steeds passiever en nemen slechts dan voedsel tot zich om de vetreserves behoorlijk op te bouwen voor de naderende winter.
In deze perioden die slechts enkele weken kan duren zijn grote vangsten te realiseren.



Bij bodemtemperaturen van ca. 8 graden liggen ze bewegingloos in de diepste gedeelten van een rivier of plas bij elkaar en de enige calorische activiteit wat ze tentoonspreiden is het openen en sluiten van de kieuwen om adem te halen.
Is het water ongeveer 17 graden geworden, dan wordt na het paren de eitjes afgezet en gaat de aandacht van de meerval uit naar zorg en eten.

Met dank aan: Sito Ufficiale Del Gruppo Silero Italia.

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator