Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| De Boswetering aan de Bosweg, Woerdense Verlaat.
 

    
 
De Boswetering aan de Bosweg, Woerdense Verlaat.


Het kon vandaag wel eens gaan regenen.
Tenminste, dat geven ze op voor eigenlijk de hele week, namelijk 75% kans op regen en dat betekent; paraplu meenemen.

Ingewijden kennen deze prachtige wetering, die vele vissoorten bevat en je kunt makkelijk bij het water komen en je auto achter je laten staan.
Vissers die slecht ter been zijn, kunnen na een paar stappen al gaan vissen en als moeders meegaat, kan zij in het zonnetje gaan lezen, puzzelen of al vast een paar wanten voor de winter gaan breien.



Je kunt er ruisvoorns, blankvoorns, kolblei, brasem, zeelten, karper en graskarper vangen, maar ook snoek, baars en zonnebaars.
Er zullen vast wel een paar vissoorten zijn die ik vergeten ben.
Ga je er regelmatig naar toe, dan neem je een jaarvergunning (21.- euro) en als je er maar een paar keer wilt gaan vissen, dan neem je een dagvergunning van 2.50 euro.



De weg, die hoofdzakelijk gebruikt wordt door fietsers en wandelaars, loopt helemaal door naar Zwammerdam. Af en toe rijdt er ook een auto of motor en door de week een enkele tractor.
De wetering is een meter of twintig breed en langs de kanten groeien groepjes plompenbladeren in het water.
Er zijn plekken genoeg gecreëerd waar je tussen het riet kunt gaan zitten en de zon komt rechts van je op, schijnt de hele dag tussen het gebladerte van de bomen in je nek en gaat weer links van je onder.



Ik deponeer altijd voer op de plek waar ik vis maar in de vergunning staat, dat je niet meer dan 500 gram aangemaakt visvoer mag gebruiken op een visdag, maar daar kom ik helaas toch wel overheen.
Neem je bijvoorbeeld een pak Justus ( bestaat dat nog?) van een kilo, dan zie je hoe weinig voer je mag gebruiken als je slechts een halve zak op mag maken.
Dat is 3 x niks, want als je een keer niest voor je het vochtig maakt, dan is het halve pak leeg.

Je houdt de vis op je visplek als je bijvoert na elke vangst, want zonder voer is het lang wachten op een passerende Boris Brasem of Rietje Ruisvoorn, die per ongeluk bij jou via een omweg even komt buurten.
Dan gaan er uren voorbij, zonder een aanbeet, omdat er geen heerlijke geuren en smaken door de vissen worden waargenomen en die zijn gek op smakelijke, geurende hapjes.



Ik zit mij trouwens af te vragen of het voer in je voerkorfje meegeteld wordt in het totale geheel, want dan valt er helemaal niks extra’s meer te voeren, want die halve kilo gaat daar al makkelijk aan op en misschien kom je daar al aan te kort.

Natuurlijk zijn we het er mee eens, dat je niet onbeperkt kunt bijvoeren.
Het niet opgevreten voer trekt misschien wel ratten aan (maar dan zaten die er toch al?) of het overtollige voer verzuurt op de bodem en kan het bodemleven wel eens aan gaan tasten en de habitat van de vissen verzieken.



Let wel, daar doe ik niet nonchalant over en ik bagatelliseer onder geen voorwaarde deze bepaling, maar ik weet, dat als je regelmatig met kleine beetjes bijvoert, het voer geheel door gulzige mondjes opgegeten wordt en geen kans krijgt dat het blijft liggen op de bodem.
Vergeet ook niet, dat het aangeboden voer meer uit fijn gemalen paneermeel bestaat en luchtig en wolkerig in het water zweeft en dat de kleine partikels, met geurige smaakpapilverhogende stoffen direct al de kleine vis aantrekt om er van te snoepen.

De grote zware goedzakken komen op al dat gesnoep en gekrakeel af maar ook zij snuiven intens genietend deze overheerlijke geuren op.
Dat voert ze terug in hun jeugd, toen zaten ze ook al te genieten van deze zwevende deeltjes, maar wat moest je er een hoop van eten om er een gevuld buikje van te krijgen.



Op zoek naar meer beginnen ze gelijk de boel op de voerplek te stofzuigen met die grote lippen en filtreren elk klein deeltje uit de modder, klei of veenbodem.
Grote partijen gasbellen komen daarbij vrij en banen zich een weg naar de oppervlakte.
Kijk daar eens, daar ligt zelfs een heuse maïskorrel en die gaan we ook maar eens oppeuzelen.
Hé, opzij, ik zag hem het eerst en laat dat net die ene maïskorrel zijn waar mijn haakje in verborgen zit.

De superdunne top van mijn feederhengel begon te trillen en dat was voor mij een teken, dat er een vis aan mijn aasje zat te nibbelen.
De vele bellen aan de oppervlakte van het water hadden al verraden dat er brasems of zeelt op mijn voerplek aan het wroeten waren.



Ruk! Ik sloeg snel en robuust aan.
En direct boog mijn hengel in een parabolische stand en de top begon schoksgewijs te stoten.
Zo te voelen was het een mooie zeelt, die het verleidelijk aangeboden gele maïskorreltje niet kon weerstaan.
Ron Noorlander keek van het topje van zijn feederhengel naar mijn gebogen hengel en knikte goedkeurend.



We hadden eerder in de week besloten om een avondsessie op witvis te houden.
Na het sluiten van zijn hengelsportzaak in Uithoorn, kwam hij even later naar de Boswetering toe gereden, waar ik mij ook net had geïnstalleerd om vanavond eens te gaan witvissen met de feeder.
Ron zat de hele avond ruisvoorn te vangen.

Voordat zijn aasje naar de bodem kon zinken met zijn voerkorfje van 11 gram, was zijn aas al gepakt door de aanwezige ruisvoorns.
Maar daar kwam hij dan toch!



Een mooie brasem kon nog net op tijd zijn aas pakken voordat een ruisvoorn dat deed.
We werden helemaal gek gestoken door de kleine speldenknopgrote murzels.
Ze staken ons in het voorhoofd, op de oogleden en wangen en omdat ik een bril draag, moest ik constant de bril afzetten om mijn hele gezicht van murzels te verlossen.
Gek werd je er van.

Toen ik om 23.00 uur thuiskwam, keek ik in de spiegel naar een ander persoon, want mijn hele gezicht was rood opgezwollen door de beten van die kleine duivels.
Straks als de pluimen in riet staan, zijn we pas van die duiveltjes verlost, maar dan komen de grote muggen weer tevoorschijn.










 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator