Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| De Boswetering, onderdeel van Nieuwkoopseplassen
 

    
 
De Boswetering, onderdeel van Nieuwkoopseplassen


Deze keer zaten Theo en ik om 06.30 uur aan de waterkant van de Boswetering bij de Woerdense Verlaat.
Iets later in verband met de murzen, die nu gelukkig niet aanwezig waren, maar in de plaats daarvan regende het voor uren.



Theo zat er al en verspeelde net een flinke brasem door lijnbreuk.
Terwijl ik alles aan het klaarmaken was, trok een vermoedelijke zeelt zo hard aan zijn lijn, dat de onderlijn spontaan door het bledje van het haakje doorgesneden werd.

Dan kan Theo zo ontspannen vloeken en zie je en hoor je hem ruim zijn ongenoegen uiten.
Even freubelen dan maar, want een nieuwe haak is zo aangeknoopt.



Ik maakte weer mijn droge klaargemaakte voertje aan en gooide er op het allerlaatste moment nog een aantal ingrediŽnten bij om het voertje te completeren.
Een paar handen vol werden op de voerstek gegooid en mijn aasje aan de haak werd er achteraan gedeponeerd.
Het dobbertje met 4 BB loodkorrels stond een centimeter boven water, trilde even, kwam omhoog en verdween heel snel in de diepte.
Hangen!



Mijn eerste zeelt zwom met grote kracht van links naar rechts en probeerde te schuilen onder de grote plompenbladeren van de gele lisdodde.
Direct daarna zocht de zeelt het midden van de wetering op vocht uit alle macht om zijn begeerde vrijheid.
Theo haalde in die tussentijd een paar voorntjes op het droge.
Vakkundig werd de zeelt geschept en de rust was weergekeerd.

Floep!, daar ging mijn dobber weer.
Het aas werd van de bodem getild en mijn dobber kwam omhoog, viel plat op het water en begon losjes te drijven.
Met een felle tik hing nummer twee, echter dit bleek een mooie brasem te zijn.



Theo moest morrend zijn tuigje weer opnieuw opbouwen, omdat zijn onderlijn en lood als een katapult uit het water om zijn topdeel vloog en hopeloos in de knoop zat.
Dat bleek veroorzaakt te zijn door een loslater en bij latere analyse, waarschijnlijk door een zeelt.
Tussen de ruisvoorns door, ving ik ook een klein baarsje en telkens als ik de voorns naast mij in het water dropte, zat er vlak langs de kant een snoek te wachten op deze in zijn ogen lekkernijen en dook er op af.

De dobber zat nog aan mijn vlokhengel met aan de onderkant een jerkbait

Ik schatte de snoek op een cm of 65, maar dat kon ik niet zuiver genoeg zien, door de snelheid waarmee hij zijn prooien pakte.
Let op, zei ik tegen Theo, want ik had mijn vlokhengel snel omgebouwd tot jerkhengel en ik liet de jerkbait in het water plonzen en na twee meter inhalen knalde de snoek er vol bovenop.
We stonden allebei te genieten.



Na een korte strijd pakte ik hem met de kieuwgreep hij bleek nog 74 cm lang te zijn.
We hadden allebei de grootste schik en stonden als een stel tieners te juichen naast de waterkant.
Theo pakte weer een paar ruisvoorns en bliekjes en ik kreeg de volgende zeelt aan de haak.

Wat een sterke vissen zijn dat toch, want ook bij deze zeelt had ik weer mijn handen vol om de boel heel te houden.



Een vette bak kwam in het net en wat een prachtige donkere kleur had deze zeelt.
Zijn felle rode ogen keken mij vorsend aan, maar ik had niets slechts in de zin, dan hem alleen te bewonderen en weldra zwom hij weer naar zijn vertrouwde plekken.



Er kwamen geen zeelten of brasems meer in het net.
Helaas had ik nog twee missers, waarbij bij de een mijn haakje van de onderlijn afknapte en bij de andere zware vis mijn onderlijn brak door een stengel van een plompenblad.

Met regelmaat vingen we ruisvoorns en niks anders meer.



Ook een paar handen voer mocht geen zeelten of brasems aantrekken, want we zagen geen gasbellen meer aan de oppervlakte.
Ze zijn er even niet, zei ik tegen Theo en het was opgehouden met miezeren.
Er scheen licht aan de horizon en een mager zonnetje brak door de wolken en verwarmde direct de omgeving.
De parapluís waren snel opgedroogd en konden wat later ineen gevouwen worden.



Theo begon rond 13.45 uur al wat spullen in te pakken om naar huis te gaan.
Ik zag echter wat gasbellen verschijnen en ik wist, dat ze weer op de voerplekken aan het fourageren waren.
Natuurlijk hoopte ik weer op een zeelt, want dat is zoín fijne sportvis en mijn dobber schoot met een enorme snelheid schuin naar beneden en vloog met een gang naar het midden van de wetering.
Mijn slip krijste van plezier en gaf netjes lijn af.

Ik vond dat de zeelt (want wat kon het anders zijn, dan een graskarper) te veel snelheid maakte en daarmee straks onhandelbaar zou worden om te drillen, door de te grote afstand en de vele plompenbladeren er tussenin.
Met mijn hand remde ik de afgifte van de lijn van de spoel af en mijn hengel nam een vervaarlijke parabolische stand aan.



Maar hij kwam tot stilstand en was verder moeizaam te drillen.
De haak bleek in een van zijn onderste buikvinnen te zijn gehaakt en dan is een zeelt helemaal een formidabele krachtpatser.
Ongelofelijk, wat een kracht en wat een stoommachine.



Theo vertrok en ik bleef nog een half uur nagenieten van weer een uitbundige vissessie.
Deze wetering herbergt zoveel prachtige vissen die in een blakende gezondheid verkeren en wat een variŽteit en diversiteit aan vissen.

Die jaarvergunning hebben we niet voor niets genomen, want ik heb er nu al vier bij het sluisje gekocht, voor andere fanatieke witvissers die net zulke mooie dagen mee willen maken als ik.







 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator