Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| De Boswetering, weer een uitstekende visdag in juni
 

    
 
De Boswetering, weer een uitstekende visdag in juni


Ik heb het al eerder gezegd.
Maar wat een fijne wetering is dit toch aan de Bosweg in de Woerdense verlaat om op een visdag te gaan witvissen met kans op karper, graskarper, zeelt, brasem, bliek en ruisvoorn.
Uitschieters zijn paling en zonnebaars als je aan het witvissen bent met wormen of maden.



Gelukkig heb ik mijn vergunning van een jaar voor 21.- euro bij mij om te mogen vissen in de wetering, want regelmatig wordt je hier gecontroleerd door een Boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) en die is niet altijd even soepel als je zwart zit te vissen.

Ik heb met Theo om 06.30 uur afgesproken (inzake de stekende Murzels, weet u nog?) en wonderlijk genoeg was ik de eerste die op de afgesproken plek aanwezig was.
En natuurlijk waren die kleine stekende murzels toch nog aanwezig, door de geringe wind waarschijnlijk.
In mijn emmer zat weer een uitgekiend lokvoer ( zie Technieken: Voeren, verhoog je daar je vangsten mee?)



Een gedeelte gooide ik over in een opvouwbare voerbak, een paar scheppen maden en casters, gemalen kaas, een blikje mas, maar ook een vijftigtal geknipte wormen werden aan het voer toegevoegd en ondanks dat er geen of nauwelijks wind was, overwoog ik om ditmaal met een voerkorf in plaats van een dobber te gaan vissen.



Doe ik daar wel goed aan?, sprak ik tegen mijzelf, want visueel is een aanbeet van een dobber vl aantrekkelijker dan een tikje op de top van je feederhengel en dat zal elke brasemvisser beamen.
Een opsteker, platligger en schuin verdwijnende dobber in de diepte blijft een oogstrelende belevenis en daar kan een paar tikjes van een hengeltop gewoon niet tegenop, al zit je met de duurste feederhengel die er te verkrijgen is.



Toch besloot ik een voerkorfje te gebruiken omdat bij deze gezonde wetering veel planten met grote bladeren onderwater groeien en vaak een vertekend beeld geven van de diepte, aangezien vaak bij het aanbieden van je aas, je haakaas op de grote plantenbladeren blijft liggen en je dobber telkens een andere uitloding schijnt te vragen.
Het gewicht van een voerkorf met het lokvoer duikt wel direct naar de bodem en dan maakt het niet uit of de onderlijn meegaat of op de bladeren blijft liggen.



De lengte van de onderlijn kun je variren van 50 tot 100 cm. en ik zal de onderlijn natuurlijk ongelood aanbieden.
Op die manier zakt de voerkorf door zijn gewicht door de waterplanten heen, maar wordt het haakaas dwarrelend aangeboden.
Deze manier levert veel (kleinere) ruisvoorn op, maar als het haakaas de bodem bereikt worden ook de brasems en zeelten er opmerkzaam op gemaakt.



Het voerkorfje hoeft in dit geval niet zo zwaar te zijn.
10 tot 15 gram is voldoende voor een wetering van twee tot drie meter diep en er hoeft niet zo ver geworpen te worden, aangezien de wetering op zijn breedst ca. 20 meter is.
Het water is redelijk helder, want je ziet duidelijk de waterplanten op ruim 1 meter water en je moet maar zo denken: als wij de bodem kunnen zien, dan ziet de vis ons ook.

Ik besluit om ongeveer 6 meter uit de kant te gaan feederen.
De maden en casters als haakaas heb ik de vorige dag met een paar anijsdruppels wat aantrekkelijker gemaakt en voorzichtig wierp ik de gevulde voerkorf en haakaas in het water.
Met een paar slagen aan de molenslinger stelde ik de top van de hengel met een lichte kromming af, maar vrijwel direct begon de top kleine tikjes te geven omdat de vis het haakaas snel had gevonden.
Met een korte droge tik hing de vis en het drillen van de vis was begonnen.



De eerste brasem kwam op het droge, en die zwemmen er genoeg.
Ik wierp een paar handen vol lokaas verspreid naar de visplek om de witvis op de plek te behouden en nieuwe witvis te lokken en ik zag het lokaas wolkerig en verleidelijk naar de diepte verdwijnen om de altijd hongerige vissen er toe aan te zetten de omgeving af te zoeken naar wat vaster voedsel, zoals mijn maden en casters aan mijn haakje 10.

Theo kwam aangereden en begon na zijn begroeting zijn plek naast mij in te richten om ook te gaan vissen.

Murzels? Theo pakte zich helemaal in, maar ze bleven hem plagen ( mij ook hoor)

De top van zijn hengel boog diep door toen Theo aansloeg.
Daarmee begon het drillen van een mooi exemplaar van een zeelt, want die trok op zijn gemak een paar meter hoofdlijn van zijn molen en intussen keken Theo en ik naar de prachtig gebogen top van zijn hengel, die volkomen soepel en buigzaam zijn werk deed.

We zaten allebei duidelijk te genieten.
Te genieten van de prachtige aanbeet, de heerlijke dril en de felle uithalen van de zeelt, die maar niet van ophouden wist, want hij vocht zich een weg naar links en rechts van de wetering om zich uiteindelijk na een minutendurende strijd over te geven aan de winnaar van dit (ongelijke) gevecht.



Nog even probeerde hij zich te verschuilen onder de bladeren van de gele lisdodde, maar daar trok hij hem vandaan.
De onderlijn moet daar niet in verstrikt raken, want dan bestaat de mogelijkheid dat hij toch breekt en Theo de vis verliest.
Snel schepte ik de zeelt met het schepnet en happend lag hij op het droge.



Met grote regelmaat vingen we allebei ruisvoorn en verspeelden we eveneens een niet goed gehaakte zeelt of brasem.
Een aantal keren werden mijn gevangen ruisvoorns aangevallen door een drietal snoeken, die zich rond mijn voerplekken hadden verzameld.
Daar was ik niet zo blij mee omdat het mij een keer of vijf nieuwe onderlijnen kostte.



De ruisvoorns werden er bij het binnenhalen met grote snelheden aangevallen, waarbij mijn dunne onderlijnen spontaan doorgebeten werden.
Fijn om te weten dat het hier afgeladen ligt met roofvis.
Ineens kwam er een gemotoriseerd bootje voorbij.



Vroegh, mocht je hier alleen maar roeien van Piet Groeneveld (opdracht van Natuurmonumenten) en nu voer een bootje met buitenboordmotor voorbij.
Zijn jullie van Natuurmonumenten?, was mijn vraag aan die twee mannen in de boot.
Nee, we zijn van het Waterschapsbeheer, maar we zitten wel in een bootje van Natuurmonumenten, antwoordde een van twee kerels.

Rechtsongelijkheid, noem ik het maar, want wij mochten vroeger niet gemotoriseerd varen en sinds het gebied in bezit van Natuurmonumenten mag je er helemaal niet meer varen met een boot en slechts van de kant aan de Bosweg vissen en zij mogen en kunnen ineens wel gemotoriseerd varen.
Brengen zij dan geen schade toe aan de waterplanten van de plassen?

Ik was helemaal gek gestoken door die kleine murzels en mijn gezicht voelde aan of er onderhuids wormpjes gangetjes aan het graven waren

Theo hield het voor gezien en maakte aanstalten om naar huis te gaan.
Het laatste uurtje zagen we weinig tot geen aanbeten meer, maar ik bleef zitten omdat ik nog steeds vertrouwen had om een brasem te pakken.
Rang!
Daar hing er weer een. Sterk als een beer en verdraaid lastig om die wildebras uit de plompenbladeren te houden.



Maar daar kwam die dikkerd.
Wat een gezonde brasem was dit weer en levendig als een graskarper die nog niet uitgestreden is.
Helaas moest ik hem zo op de foto zetten omdat Theo al weg was.
Plok!
Niet te geloven, ze waren weer op de stek.
Weer zon sterk exemplaar want ik dacht eerst een zeelt aan de haak te hebben.



Baksteen breed was hij, maar na een felle strijd lag hij nog even amechtig na te hijgen.
Plons en daar ging de brasem op zijn gemak naar de bodem van de wetering en misschien tot de volgende keer als je weer wat aangekomen en langer bent geworden.

Een uur verstreek en ik dacht er over na om op te breken, toen mijn top weer een flinke uitslag liet zien.
Hangen!, mompelde ik binnensmonds, want er was toch niemand om mij heen die het horen wilde.
Net op tijd jongen, sprak ik tegen de brasem, anders had je het lekkere haakaas gemist.



Deze brasem had bijzonder veel slijm op zijn huid.
Gelukkig heb ik altijd een emmertje water en een handdoek naast mij, en ik hield het zo netjes mogelijk om de brasem niet teveel slijm te laten verliezen.
Mijn handen waren snel schoon en ik begon een start te maken om de hengelspullen in mijn auto achter mij in te laden.

Overmorgen ga ik weer eens naar de Waal, kijken of ze daar ook weer willen bijten.
Ik ben benieuwd













 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator