Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Rivier de Sava Bohinsjka in Slovenia (September 2004)
 

    
 
Rivier de Sava Bohinsjka in Slovenia (September 2004)


Toen Appie en ik in de maand september van datzelfde jaar 2004 voor de tweede keer ons tweewekelijkse vliegvisuitje hielden, zagen wij een totaal andere rivier.
De erg wilde stukken waren verdwenen en de rivier was een stuk meer bewaadbaar dan in de maand juni.
Wij vonden dan ook, dat de rivier de Sava het mooist was in deze maand.



En inderdaad was de vis veel moeilijker te belagen dan in de maand juni.
In de maand juni had de vis gewoon geen tijd om je vlieg of nimf te bekijken en pakte alles wat in het roerige water dreef.
Maar nu…bij de langzaam stromende stukken zag je ze stijgen naar je droge vlieg, dreven even met de stroom mee en bogen weer af naar de bodem zonder je vlieg verder een blik waardig te keuren.



Frustrerend gewoon en je blijft maar zoeken naar de juiste natte nimf of droge en grootte van een vlieg.
Had je die gevonden, dan ving je er een stuk of twee á drie en dan was het weer afgelopen met de pret.
Tja, dat kan je missen als een scheet in een waadpak.



Inmiddels hadden wij een ander hotel gevonden in Bohinsjki Bistrica, die we als tip kregen van een paar vliegvissers in juni.
Eigenlijk is het een Pension/Restaurant, Tripic genaamd en is gelegen in Bohinsjka Bistrica, vlak bij de rivier de Sava.
De kamers waren groter, het toilet gelukkig ook en we hadden een flink balkon.



De prijs van half pension was hetzelfde als in Hotel Stare, maar je kon vanaf de dagelijkse spijskaart je avondeten bestellen.
’s Morgens is het ontbijt in buffetvorm en helemaal niets op aan te merken.
Bij een verblijf van twee weken kregen we 12% korting op het totale eindbedrag en dat is best wel veel geld.

Irena Tripic runt dit Pension en spreekt 5 talen vloeiend.
Een mooie vrouw met een knap stel hersens en met een groot organisatietalent.



Er waren ca. 20 vliegvissers op de Sava aan het vliegvissen en wij vonden het storend als we rond 9.00 uur al drie plekken voorbij moesten rijden omdat er al vliegvissers stonden.
Dan ga je zoeken naar plekken die niet zo snel door vliegvissers ingenomen worden en die vonden we.

Hele stukken rivier waar we in juni eerder in het jaar niet konden staan waren nu wel bevisbaar en er zat ook grote vis die vanaf de kant duidelijk te zien waren.
We werden net zo inhalig als een alcoholist met een droge lever en gingen aan de slag.



Gelukkig wisten we mooie stekken te vinden en als je net als wij de moeite neemt om een kilometer of 7 verder te kijken, dan de stekken voor de “deur” , dan snap gewoon niet waarom de meeste vliegvissers de stekken vlak bij de stad blijven bevissen.

De Sava heeft zoveel meer.
Verderop was de Sava wat smaller, meer met overhangende bomen en met uitgesleten gaten.
Er lagen ook meer rotsblokken in het water en soms moesten we klauteren om bij een veelbelovende plek te komen.



Dat hadden we er graag voor over, want hier vonden we geen plat betreden paadjes langs het water en het leek net of je een maagdelijk stuk van de rivier aan het bezoedelen was.

Overal was het water helder als kraanwater en je kon tientallen meters verderop de forel zien liggen in het water en af en toe zag je een kringetje in het water, als een forel een vliegje van het wateroppervlak nam.
Maar ja, als jij de forel kunt zien, dan ziet de forel jou ook, dus is voorzichtigheid geboden.



Het is wel een hoop werk om de vis te vangen en op te zoeken, want met zeer warme dagen van 25 tot 31 graden zijn de vroege ochtenduren toch wel de beste tijdstippen.
Na elf uur kan je het schudden en vang je incidenteel een mooie vis langs de kanten van de Sava.

Kleine forel vang je altijd wel, maar de grotere vissen laten het dan op de dag vaak afweten.
Ook ’s avond na 19.00 uur gingen we ze wat meer vangen, maar dat was per dag verschillend.



Je moest vooral je “valse” worpen beperken.
Het liefst maar een (1) schuine valse worp en de volgende worp naar de richting waar je vis hebt gespot.
In het begin sta je even te klooien, maar het gaat steeds gemakkelijker en zeker als je de forel weg ziet schieten als je toch meer dan een valse worpen maakt.




Vaak was het zoeken naar een juiste patroon noodzakelijk, want de forel in de Sava heeft een duidelijke voorkeur voor bepaalde vliegen.
Droge vliegen aan haakje 20 vonden ze soms nog te groot en je kon nog niet eens zien wat ze van het water afslurpten, zo klein waren de vliegjes.

Dan bracht een heel klein koperkopje of een klein nimfje de uitkomst in een eventuele visloze dag, want die wordt altijd wel gepakt door een gretige vis.



Daar moest je wel je punt voor veranderen en het dunste tipje aanbinden wat je bij je had (0.06) want anders pakten ze het koperkopje of nimfje ook nog niet eens.
Helaas verspeel je zo nu en dan toch wel een grotere forel met dat dunne puntje en dan baal je , omdat er dan een forel met een nimf in zijn bek rondzwemt.

Je maakt soms lange dagen en dan heb je het wel gehad.
Als je vanaf ’s morgens aan het vissen bent en je hebt om een uur of een gegeten langs de waterkant met je gekochte beleg, stokbrood en een koud biertje, dan sukkel je toch een beetje in slaap.



Na een uurtje pak je de draad weer op en als je vermoeide en stijve botten uit je stoel hebt gehesen, dan ga je door tot ca. 19.30 uur om dan in te pakken en terug te keren naar het pension voor een warme hap en een versnapering.
En dat 14 dagen lang.
Heerlijk, wanneer gaan we weer.

Vaak liepen we ieder een andere kant op en soms ging de een alvast een honderdtal meters verder lopen om daar de rivier in te stappen.



Zo pakte je telkens een “vers” stuk rivier en liep je de ander niet in de weg.
Op die manier kwamen we telkens mooie stukken rivier tegen en als je daar enige vangsten had gedaan en daar verder bleef werpen, dan zag je vanzelf je vliegvismaat aankomen.

Dan had je even de tijd om wat gegevens uit te wisselen en de ander aan te horen over de gemaakte vangsten of de gebruikte vliegen of nimfen.



We namen steevast een aantal vliegenhengels en bij behorende vliegenreels mee in de aftma 4, 5 en 6.
In de warme septembermaand is een Neopreenpak niet aan te bevelen, maar is een relatief dun waadpak lekkerder om te dragen.
Ik draag daar altijd een joggingbroek onder, want alleen een dun waadpak in het koude water doet je kinderbijslag krimpen tot maatje pink.



We slaan eens een jaartje over.
Maar we komen in 2006 terug om weer eens van de sfeer te proeven en hopelijk is deze nog steeds hetzelfde als dit jaar.



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator