Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Bahamas Flats Fishing op Long Island op Bonefish 2007 Deel 3
 

    
 
Bahamas Flats Fishing op Long Island op Bonefish 2007 Deel 3


In een diepe kuil op de flats op de buitenzee, Blue Hole genoemd, zwemmen vele bonefish, barracuda’s maar ook velen haaien rond.
Na het vangen van een bonefish wordt deze vaak aangevallen door de aanwezige hongerige haaien en dat gebeurde ook bij mij.
Een grote citroenhaai schoot op mijn vangst af en de backing gierde van mijn vliegenreel.
Pas vele tientallen meters verder keerde de haai terug en de bonefish was al verslonden, maar mijn vlieg zat nog in de bek van de citroenhaai.
Ineens had de haai door, dat hij aan een lijn zat en maakte de gekste toeren om de haak te lossen.



Gewoonlijk wordt door de scherpe tanden de tip van de leader doorgebeten, maar de haak van mijn vlieg zat tussen zijn tanden en zat muurvast.
Tja, dan probeer je maar de grote haai te drillen met je aftma 8 vliegenlijn en vliegenhengel en je 14 ponds tip.
Mooi niet.
Hij nam een schot, zo krachtig en snel, dat de 150 meter backing van mijn vliegenreel snel opraakte en met slechts nog een paar windingen te gaan besloot ik de vliegenreel te blokkeren met mijn linkerhand.



Ik zag de uitstaande lijn uit het water komen, zich aanspannen, mijn vliegenhengel boog tot het uiterste en ineens draaide de haai zich om en zwom weer terug.
Vlak bij de boot schoot de vlieg uit zijn bek en nog natrillend met rubberen knieën keek ik verbijsterd naar mijn vlieg.
Hij was doorgebeten bij de bocht van de stalen haak.
Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren met je vingers.



Wij hadden met zijn vijven twee auto’s tot onze beschikking en die waren broodnodig om je van de Lodge naar de plek te rijden waar de 3 gidsen ’s morgens met hun boten lagen te wachten.
Gemiddeld betaalden we de gidsen 250 US dollar per dag, met een kleine bonus van 20 á 30 US dollar de man.
Deze gidsen moet je vooraf bespreken, anders loop je de kans dat je geen gids kunt vinden in je vakantie en dan doe je jezelf ernstig te kort.
En natuurlijk waren de auto’s onmisbaar voor de broodnodige boodschappen en andere versnaperingen.



De mensen op Long Island zijn uiterst vriendelijk en beleefd en je kan daar betalen met US dollars en het lokale geld, de Bahama dollar.
De Bahama dollar is nergens anders op de wereld inwisselbaar, dus opmaken wat je hebt en dan pas je US dollars aanspreken.
Die willen de middenstanders wat graag.
Er zijn pinapparaten op het eiland aanwezig, dus zonder contanten kom je niet snel te zitten.
De winkels zijn afhankelijk van de aanvoer van voedsel en drank van buiten het eiland.



Niet altijd kan je brood of andere zaken krijgen, want die zijn gewoon vaak snel uitverkocht.
Soms moet je voor diverse boodschappen meerdere winkels bezoeken.
Het eten in de winkels is ook niet echt vers.
De sla is verlept en soms met smeul, op de tomaten zitten ook vaak rotte plekken en je moet goed opletten wat je neemt.
Fruit moet je goed uitzoeken en bijna alles zit in koelvitrines om het wat langer te kunnen bewaren.
Je ziet dat er weinig wordt weggegooid, want alles moet verkocht worden en is al duur genoeg.



Ik heb nog nooit een eiland gezien met zoveel verschillende kerkgenootschappen.
Zeker vijftien verschillende geloven die allemaal een bestaansrecht schijnen te hebben.
Om de paar honderd meter staat er een kerk voor de kerkgangers.
Hoe slecht de woningen van de lokalen er uit zien, hoe goed onderhouden zijn de kerken.
Je kunt zien dat er door de eilandbewoners veel aan de kerken wordt geschonken.

Er zijn veel huizen zomaar op een plek gebouwd.
Mijn vroegere vak was metselaar en ik zie de bouw van de huizen met gemengde gevoelens aan.
Sommige muren staan schots en scheef en zijn gemetseld zonder van te voren te zijn uitgemeten en met de hand op het oog opgetrokken.
Ook de locatie waar het huis is gebouwd is zomaar gekozen.
In veel gevallen is het huis op een lager gedeelte van het stukje land gebouwd en na een fikse regenbui staat het huis in een complete vijver.



De deuringang is dan ook vaak verhoogd aangebracht ( dan wist je dat toch?)
Soms zie je veel geiten en bokken in het wild rondlopen, hele grote groepen, soms honderden en via borden langs de kant van de weg wordt je gewaarschuwd dat je er niet op mag jagen.
Je ziet ze ook veel rondhangen bij de woningen, de schaduw van de overkappingen opzoekend.
Het lokale bier, Kalik genoemd, is niet goedkoop en op de flesjes zit geen statiegeld.
Je ziet de lege flesjes dan ook overal op het eiland liggen.
Er is zelfs Heineken (duurder) te krijgen en wordt veel door de eilandbewoners gedronken.
Wat mij vooral opviel, waren de gedumpte auto’s langs de kanten van de enige weg van Noord naar Zuid.
Overal stonden deze wrakken, soms overwoekerd met onkruid, langs de route.



Als de auto het niet meer doet, dan laten ze hem gewoon staan.
Een schroothandelaar kan daar goudgeld verdienen.

Op Long Island is een heus Frans restaurant, Chez Pierre genaamd.
Toen wij met zijn zessen aan tafel gingen zitten en een drankje bestelden, vroegen we de spijskaart.
Hij wilde hem eigenlijk niet verstrekken.
Het seizoen was voor hem voorbij en eigenlijk had hij zo’n beetje al zijn eten opgemaakt en zou binnen enkele dagen naar Frankrijk vertrekken.
Wij wilden toch eten en hij liet zich overhalen om het vlees uit de diepvries te halen en voor ons te bereiden.



Toen meerderen van ons patat bij zijn biefstuk verlangde, wees Pierre dat af, want hij was niet van plan een grote zak diepvriespatat aan te breken.
Er waren meer mensen die perse patat wilden, maar hij leek niet te vermurwen.
Dan willen we ook geen biefstuk riepen enkelen in koor.
Dan eten we maar niks.
De houding van Pierre was niet echt vriendelijk en zelfs zeer aanmatigend en veel te grof voor een restaurant eigenaar.



Met een kwaad gezicht ging hij toch het gevraagde verzorgen en geloof me, het eten was echt perfect.
Toen we de rekening later zagen en hij de verplichte fooi van ruim 50 euro er bij had opgeteld, moesten we even slikken van het formidabele bedrag wat hij voor ons eten en drinken gerekend had.
Uiteindelijk waren wij het die toch aan het kortste eind hebben getrokken en moesten diep in de buidel tasten.
Gaan we ooit weer naar Long Island, dan slaan we restaurant Chez Pierre, met die Franse bootvluchteling, mooi over.



Op het eiland zijn gelukkig zat andere eetgelegenheden.
Diverse zaken hebben we bezocht en bij velen heerlijk gegeten.
De bediening was bij alle zaken perfect en de eigenaar of bedienend personeel gedroegen zich beleefd en belangstellend.
Bij sommigen was de spijskaart wel beperkt, maar toch hadden we allemaal, bij elke tent wel iets van onze gading kunnen bestellen.



Er stond veel vis op het menu, want dat is vrij eenvoudig te verkrijgen.
Aardappelen kennen ze alleen maar als patat en niks anders, want overal waar we kwamen kregen we dat bij het gerecht.
Voor een appel en een ei konden we uitgebreid eten en drinken en de rekening was stee3ds weer schandalig laag, zodat je een grotere fooi gaf om je niet schuldig te voelen.



We namen een dagje vrij om het eiland te verkennen.
In het zuiden van Long Island ligt een haven met prachtige boten gestationeerd.
Op deze boten kon je blijkbaar Big Gamevissen, want dat zag je aan de vele boothengels en enorme biggame reels die in de houders stonden.
Voor kapitalen aan vismateriaal was daar aanwezig en het grote geld straalde er van af.

De uitrusting van een boot voor de Biggame visserij



Als vliegvissers zijn wij daar natuurlijk niet echt in geïnteresseerd, maar het was een fraai gezicht om die kapitale hengeluitrustingen te mogen aanschouwen.
De haven was inderdaad gelegen aan het uiterste puntje van Long Island, want je kon niet verder rijden en verderop was het allerlaatste huisje van een bewoner van het eiland (stenen muren met golfplaten).



De vrouw des huizes stond op het smalle strandje vis schoon te maken, die ze met uitstaande lijnen en beaasde haken met visafval had gevangen.
De platte steen was door het vele schoonmaken van vis in het midden uitgehold.
De hoofdweg van Long Island is niet meer dan een stoffige weg, waar je naar je bestemming kunt rijden.



Onderweg zagen we nog steeds de vele lege bierflesjes in de bermen liggen (Kalik).
Ik denk, dat er tonnen aan glas op het eiland aanwezig is en geen mens ruimt het op, tenminste, daar lijkt het op.
Af en toe passeerde er een auto, waarvan de bestuurders hartelijk hun hand ophieven ter begroeting.

We vonden zowaar een winkeltje langs deze weg, waar je wat kleding en vliegvismateriaal kon kopen.



De prijzen waren echter torenhoog en echt Amerikaans en voor een overhemd betaalde je al snel meer dan 100 US dollar.
De petjes met een logo waren ook al zeer prijzig, maar ik heb toch twee overhemden gekocht en een petje met de Bonefishlogo’s.



De winkelier was duidelijk gelukkig met de klandizie van ons zessen aangezien hij vele honderden dollars had omgezet en hij boog telkens als een knipmes, als we de waren op de toonbank legden.
Hij glunderde en glimlachte van oor tot oor en was de beleefdheid zelve.
Bij het verlaten van de winkel hield hij zelfs de deur voor ons open.







 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator