Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Vliegvissen in de Trysilelva in Noorwegen. Deel 2
 

    
 
Vliegvissen in de Trysilelva in Noorwegen. Deel 2


De volgende dag begon met een rustige wind, maar nam in de loop van de dag sterk toe.
Appie en Fons namen het voortouw en wisten een flink aantal vlagzalmen te vangen.
In totaal werden er vandaag door alle zes vliegvissers ca. 35 vlagzalmen gevangen, de echte kleinere niet meegerekend en echte zware vlagzalmen werden niet gespot of gehaakt.

Het bleek soms een onmogelijke opgave te zijn om de vlieg op de juiste manier te presenteren en zeker als je tegen de wind in moest gooien.
Ik zag, dat ook andere leden van de La Junta six er moeite mee hadden en soms hoorde je de vloeken over het water galmen.



Dat gebeurt wel eens als je een relatief lange leader en een te zware vlieg of een vlieg met veel gebonden materiaal naar een plek verderop wilt werpen.
Dit kan je oplossen door niet een getaperde leader te nemen, maar een eigen geknoopte leader te fabriceren met korte overgangen van dik naar dun.

Ditmaal moesten we een eind tijgeren door het bos, voor we de waterkant hadden bereikt.
Een onmetelijk gebied met de specifieke flora en fauna die dit gedeelte van Noorwegen rijk is.

Prachtige mosgronden

Espen moest twee keer zwaarbeladen heen en weer lopen voor hij alle spullen op een plek langs de rivier had gedeponeerd, waar we straks konden lunchen.
Intussen stonden wij in de rivier ons visje te vangen en keken we elkaars vangsten en kunsten af.
De Trysilelva bleek geen rivier te zijn, waar je eindeloos op zoek moest gaan naar een bepaalde vlieg met een specifiek patroon, nee, bijna elke klinkhamer ving zijn vlagzalm en elke vlokreeft ook.



Het waren lange dagen als je van 08.00 uur tot donker aan het vliegvissen bent.
Deze oude snikkels club ging dat merken, tot verwondering van Espen, die met regelmaat een aantal mannen langs de waterkant zag zitten om even de botten op te laten warmen in de magere zon.
Maar ja, wat wil je, we waren een keer zo oud als Espen.
Ging er een de kant opzoeken, dan volgden vanzelf enkele andere vismaten, die ineens hetzelfde idee kregen.



Eindelijk een moment voor onszelf. We waren het beu om al die vlagzalmen uit het nat te halen en zochten even de rust langs de waterkant op
Meestal waren we weer na een half uurtje op krachten om weer verder aan te vangen met het vliegvissen.
Vol overgave kweten we ons weer aan onze taak om mooie vlagzalmen te slim af te zijn en hier merkten we duidelijk, dat deze vissen geen leadervrees hadden.
Het is hier zo groot en wijds, dat waarschijnlijk elke vis die we vingen, nooit eerder gehaakt was.

Henk en René nemen even een paar minuten vrij om bij te komen

Espen deed weer zijn rondje en kwam zelfs in de rivier naar je toe om te vertellen dat de lunch om 13.00 uur klaar zou zijn.
Niks geen geschreeuw vanaf de kant of uit het kampement, maar een gewone boodschap die je persoonlijk werd medegedeeld.

Soms moest hij daar een behoorlijk eind door de fluss voor lopen, eer hij je bereikt had, maar dat had hij er gewoon voor over en vond dat zeer normaal.



Geen dag kregen we hetzelfde te eten.
Elke dag was er opnieuw een uitgekiende lunch voor een ieder wat van zijn gading.
Koffie en thee, een aantal soorten limonade voor de dorst en het viel ons op, dat Espen het water voor de koffie en thee gewoon uit de rivier haalde.

Moet je hier in Nederland doen, lig je gelijk op de intensive care en wordt je maag leeggepompt.
Sommigen van ons gebruikten de tijd na de lunch om even bij te komen en uit te buiken.



De rest stapte het water weer in en begonnen verder te vliegvissen in de hoop nu eens een kneitebijter te vangen.
Over het algemeen werden kleine vlagzalmen gevangen en bleven weer de vangsten van grote vlagzalmen uit.
Daar begrepen we helemaal niets van, want het zou niet aan ons kunnen liggen en ook niet aan de vliegen.
Zoals eerder gezegd vingen alle aangebonden vliegen zowel groot als klein, maar grote vlagzalmen werden niet verleid tot een aanbeet of ze zaten er gewoon niet.

Fons in opperste concentratie

De natuur is daar werkelijk prachtig.
Overal waar je keek waren verschillende soorten paddenstoelen en het mos groeit daar op bepaalde plekken in overvloed.
Je ziet ook aan de grillige groeiwijze van de bomen, dat ze het zwaar moeten hebben in dit overwegend koude land als Noorwegen met zijn strenge winters.

Van oktober tot half mei kan er sneeuw liggen en de vegetatie heeft twee uur minder licht in de winter als in Nederland.
Dat merk je ook aan de jaarringen van de bomen, de lage gedrongen vegetatie en de (te) kleine dennenappels en eikels.



De volgende dag begon met een lekker zonnetje.
De plek waar we naar toe gingen heette Strandvollbrua en er was perfect te waden.

Helaas was de wind weer in kracht toegenomen en waaide met stevige windvlagen uit het Noorden.
Daar hadden we toch wel met het presenteren van een vlieg een beetje moeite mee en elk lid waadde naar een plek, waar de wind wat minder was of zocht een aantal plekken op in de luwte.
Appie wist daar een bruine forel van ca. 38 cm te landen, terwijl een aantal van ons redelijk vlagzalmen stonden te vangen.



Peter en ikzelf wisten naast elkaar enkele vlagzalmen tot 30 á 35 cm toe te haken en we hadden ook een aantal lossers op onze naam staan.

Ondanks de stevige wind uit het Noorden, wat meestal niet goed is voor de vangsten van vlagzalm met de vlieg (volgens Espen), wisten we vandaag toch wel meer dan dertig vlagzalmen te landen van een redelijk formaat.

René staat heel geconcentreerd te vissen

Sommigen van ons bleven wat langer op een bepaalde plek in de rivier vliegvissen en dat betekent, dat ze een of meer mooie vlagzalmen hadden gehaakt.
Eigenlijk was je al blij als je vlagzalmen van twintig centimeter aan je vliegje had gevangen, want dat breekt de dag en worden je pogingen om vis te vangen beloond.

Fons had de grootste schik in het vangen van deze kleinere vlagzalmpjes en kon er geen genoeg van krijgen, want kleine korstjes is ook brood is zijn motto.
Hij was een van de fanatiekelingen die ‘s avonds gewoon niet naar de hut van Oom Tom wilde en met grote moeite uit de rivier was te praten.



Na de gezamenlijke lunch stapte iedereen weer op een andere plek in de rivier en bracht zijn vliegenlijn op lengte.
Weldra stonden enkele hengeltoppen krom door een gehaakte vis en het ritueel begon weer van voor af aan.

Appie ving met een eerste worp al een vlagzalm, terwijl Rene vijftig worpen moest maken om een keer een aanbeet te krijgen.
Iedereen ving weer zijn begeerde vlagzalm, maar uitzonderingen bleven ook vandaag weer uit.
Het gesprek over de kleine vis werd elke keer weer aangewakkerd en besproken.

Hangen!

Espen bemerkte het gemurmel in de groep, maar kon daar niets aan veranderen.
Het lag niet aan hem of het water en dat wisten we zelf ook wel, maar het ongenoegen onder ons groeide toch met de dag.
De lange dagen waren voor een aantal van ons echt te lang.

Het was voor sommigen niet meer vol te houden en de inspanningen van de dag eisten hun tol.
Dat kon gemakkelijk opgelost worden door een hazenslaapje langs de kant van de rivier en sommigen van ons gaven zich daar ook aan over.



De dag daarop hebben we op twee andere plekken in de rivier Trysilelva gevist.
Eerst zijn we naar het zuiden van de rivier gereden, waar de Noordenwind zo hard was, dat we daar letterlijk en figuurlijk uit het water en onze verschoning werden geblazen.

Toch wisten enkelen van ons nog vlagzalm te haken.
Na de lunch zijn we naar het noorden van Trysil naar de rivier gereden en daar was de wind wat rustiger.
We zagen daar stijgende vis en begonnen onze klinkhamers te presenteren.
Ook daar wisten we enkele vlagzalmen te haken en na een paar uur hadden we er allemaal genoeg van.



Onderweg in de auto spraken Appie en ik weer over de toch wel tegenvallende vangsten en bij de bungalow aangekomen, maakten we onze frustraties kenbaar tegen de rest van de groep.

Deze deelden al eerder elkaars mening en vonden de vangsten van grote vlagzalm erg tegenvallen.
We hadden het weer ook niet erg mee en we zijn eigenlijk gaan vliegvissen in de verkeerde maanden (verkeerd voorgelicht)

De hatch van de meivliegen van juni en juli is dan voorbij en Espen hoopte op een tweede hatch meivliegen in de maanden augustus en september, want dat schijnt op sommige rivieren in Noorwegen vaker voor te komen.



De volgende dag stond in het teken van de Rena rivier.
Espen stelde voor, om naar deze rivier te gaan om te kijken of daar wel de grotere vlagzalm aanwezig was die de klinkhamers of vlokreeften wilde pakken.

De daar aanwezige gids, Tore L. Rydgren, met zijn zeer stevige handdruk, maakt iedere vliegvisser op de Rena rivier wegwijs, hij gaf ons aanwijzingen om deze langzaam stromend stuk rivier te bevissen.
We waren nieuwsgierig en we luisterden aandachtig naar Tore, omdat we toch graag een mooie vis wilden vangen en dit de gelegenheid was om dit in de Rena voor elkaar te krijgen.



Vanzelfsprekend moest er voor deze service extra betaald worden, maar dat hadden we er graag voor over.
En of je het geloven wil of niet, op deze rivier was wél een tweede generatie meivliegen aanwezig en onze hoop op mooie vangsten begon weer te groeien.

Fons pakte als eerste een forel met zijn spinner, want die had het even gehad met vliegvissen en ik wist vrij snel een vlagzalm van ca. 27 cm aan de vlokreeft te krijgen.
Andere leden van de Junta six kregen ook enkele aanbeten die verzilverd werden, maar verspeelden er ook een paar.



Het weer was even bar en boos, want het regenjasje moest even aan. De boys staan de rivier te observeren
Opmerkelijk was het, dat je slechts vanaf de kant kon vissen.
Zelfs langs de kant van de rivier stond al dik 1.50 cm water en de stroming was bijzonder sterk.
Je kon daar echt staande drinken omdat de diepte varieerde tussen 1.75 en ruim 2.00 meter.

De soms hoge vegetatie achter je, lieten alleen rolworpen toe, maar soms vond je een plek langs de Rena waar je de vliegenlijn redelijk op lengte kon brengen aangezien de bebossing achter je wat lager was of verder van de kant was gegroeid.
Iedereen verspreidde zich en sommigen liepen wel een kilometer verder en hoopte daar een goed plekje te vinden.



Espen, die de boel nog steeds in de gaten hield liep zich een stinkadem om de koppen te blijven tellen, want die zag in zijn ergste dromen al een van ons door een misstap door de sterke stroming weggevoerd worden.

Na een paar honderd meter vond ik een open plekje waar een smalle stroom uit de bossen de rivier de Rena in liep.
Het leek een ideaal plekje en ik was blij zo’n eind gelopen te hebben.
Ik installeerde me daar in het kniediepe water en bracht mijn vliegenlijn op lengte.
Het water van het stroompje achter mij liep gestaag over in de Rena en ik zag dat er voedsel meegevoerd werd.



Leo en Peter in de Rena
Peter was mij achterna gelopen en stond iets verderop op de kant te vliegvissen.
Weldra hing een mooie vlagzalm aan mijn vlokreeft die uitgevoerd was met een blauwachtig dekschildje en ik pakte de vlagzalm vlak langs de kant.
De stroming was erg sterk, want je kon wel een vlieg aan de overkant aanbieden, maar die kon daar slechts een of anderhalve seconde blijven liggen, voordat de stroming een flinke bocht in de vliegenlijn trok en je vlieg direct ging “dreggen”.

Het begon te regenen.
Gelukkig stopte de regen na een kwartier, maar ik kreeg geen enkele aanbeet meer.
De rest trouwens ook niet.
Wel had ik vreselijk last van steekmuggen met een pijnlijke steek.

Dode vlagzalm in het gras

Ik kreeg een bult in mijn nek, zo groot als een kippenei, veroorzaakt door zo’n gemene steker, die ik pas op het laatst voelde toen hij mij gemeen had gestoken.
Je hoort ze niet, maar je voelt het pas als ze je wreed gestoken hebben.
Het leken wel een soort paardenhorzels en ze bleven bij je in de buurt om je te blijven belagen.
Ik had daar in Slovenia ook last van gehad, en stond toen in een zwerm van een stuk of 20 stekers.
Midden in de rivier de Sava met 20 van die ellendepukkels om je heen, die niet weg te slaan waren en dan vlucht je maar het water uit.



Op de terugweg naar de verzamelplaats moest je door de bebossing langs de waterkant banen, via smalle paden tussen de manshoge beplanting.
Espen had me eerder op bepaalde zaken gewezen waaruit bleek dat er bevers aan het werk waren geweest.

Hij wees me op de aangevreten bomen, de afgekloven takken, waar je overigens de scherpe tandafdrukken in kon zien en de ondergrondse holen waar ze zich in vertoeven.
Hij vertelde me, dat de bevers de afgekloven takken rondom de holen in het water plaatsten om ’s winters vers voedsel te hebben.
De aangevreten bomen werden niet zover teruggeknaagd dat ze vanzelf omvielen, nee, de bomen werden zover afgeknabbeld, dat ze met een beetje sterke wind vanzelf omvielen.



En dat is interessant, omdat geen enkele boom tegen andere bomen kon blijven hangen en altijd vrij op de bodem zou vallen.
Dat vereist inzicht en intelligentie.
Bomen, waarvan de bast boven de 1 ˝ meter waren aangevreten, waren in de winter toen er sneeuw lag bewerkt en bomen waarvan de stam een stuk lager waren aangevreten in de zomer.
Het is maar een weet.



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator