Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Vliegvissen in de Trysilelva in Noorwegen. Deel 1
 

    
 
Vliegvissen in de Trysilelva in Noorwegen. Deel 1


Wij gingen met vier man van de zeskoppige groep “La Junta Six “ met twee eigen auto’s naar Kiel in Denemarken om daar met de boot van de Color Line, naar Oslo te gaan en daar verder met de auto naar Trysil te rijden.
Te weten Henk Peeters, Peter Naarden, Appie de Jong en ik.
De andere twee leden (Fons van Westerloo en René Kok) zouden enkele dagen later gaan met het vliegtuig.
Appie was zo vriendelijk om een plek vrij te maken in zijn grote auto om hun zware koffers en vliegenhengels te vervoeren.



Wij gingen donderdag 21 augustus 03.30 uur weg en we hadden ruim de tijd genomen om op vrijdag 22 augustus om 12.00 uur ‘s middags bij de boot te zijn.
De rit van ca. 550 km zouden we in ongeveer 7 uur af kunnen leggen, met enkele pauzes onderweg voor een hapje en een drankje.
Maar niets was minder waar.
Onderweg in Duitsland kregen we een lange file, door plaatselijke wegwerkzaamheden die bijna 4 uur zou duren.
We stonden bijna in onze auto’s en begonnen reeds te knabbelen aan de stuurwielen van de auto’s vanwege de zenuwen, dat we niet op tijd zouden zijn om de boot van Color Line te halen.



Toen de file eindelijk was opgelost, reden we ruim 180 km per uur (waar je 100 km mocht rijden) naar de haven waar de boot zou liggen.
Onderweg dacht Peter dat zijn auto het ging begeven, omdat er flink veel lawaai van zijn linkervoorwiel te horen was.
De gedachten gingen eerst naar een versleten wiellager uit, maar bleek na een grondige inspectie van zijn bijrijder Henk een afgebroken stuk plastik van zijn wielkast te zijn, die door de hoge snelheid tegen zijn voorband ratelde.
Volgens de dame van de TomTom van Appie, hadden we de eindbestemming bereikt, maar er was geen boot te zien en Appie en ik waren waarschijnlijk naar de verkeerde kade gereden.



Buiten stonden enige taxichaufeurs en die wisten ons de weg te vertellen in het half Duits en gebroken Engels, maar het was zo’n eind weg en met zoveel gebaren, dat we besloten hebben een van de taxichauffeurs te charteren om voor te rijden naar de juiste kade.

Ik stapte in de taxi en met Appie in mijn kielzog reden we naar de goede kade waar het schip van Color Line lag.
Het schip zou om 14.00 uur wegvaren en we stonden om 13.50 uur voor de immense boeg van het schip om naar binnen te rijden.
Appie was intussen zo gestresst, dat hij alleen maar wartaal uitsprak en zijn stuurwiel moest laten vernieuwen van de happen die hij onderweg er uit had genomen.



Eenmaal op het schip leek aan de gangboorden geen eind te komen.
De reis met de boot duurde 20 uur.
Ik had bij mijn huisarts vooraf pillen gevraagd tegen de zeeziekte, want ik had geen zin om zeeziek te worden. Gelukkig ben ik dat ook niet geworden, niet heen en ook niet op de terugvaart.

De reis op zo’n groot schip is een bijzondere gebeurtenis.
Je waant je in een groot hotel met heel veel verdiepingen en op elke verdieping was er wel wat te beleven.



Het schip had 15 etages en wat een uitzicht op de achtersteven vanuit het restaurant
De hutten waren bijzonder mooi en voorzien van alle gemakken.
Alleen het hoge bed aan de wand van de hut was via een trap met grote tredenafstanden moeilijk te bereiken en af te dalen.
’s Morgens om 10.00 uur kwamen we in Oslo aan.



De rit naar Trysil, zou nog vele uren in beslag nemen, door de vele wegwerkzaamheden en de lage snelheden (60, 80 en maximaal 90 km p.u) die je daar mag rijden.
De dimlichten van de auto moesten aan blijven tijdens het rijden en er wordt streng gecontroleerd op te hoge snelheden, die afgestraft worden met zeer hoge boetes.
Het verkeersbeleid was er ook zo op gericht, dat je zelfs geen druppel alcohol in je lijf mocht hebben als je een auto berijdt en dat is voor de leden van La Junta Six een zware opgave.

De afgesproken plek in Trysil

Om 15.30 uur kwamen we eindelijk aan op de afgesproken plek in Trysil waar de gids Espen André Eilertsen ons op stond te wachten.
Hij sprak uitstekend Engels, want geen van ons sprak Noors.

De rit naar de houten hut, nou ja..houten hut, zou een tiental minuten in beslag nemen en daar aangekomen keken we onze ogen uit.
Het was een flink houten buitenhuis met de nadruk op bungalow, met een ruime oprit en een houten vlonder waar we allemaal op konden zitten.



Het dak was met mos en grassoorten overdekt als isolatie voor de winter
Het was fraai gemaakt met dubbelglas en houten versieringen en de vloeren waren gedeeltelijk met plavuizen afgewerkt.
De ruimte in het huis was enorm en er was voor allemaal een zitplaats aan de eettafel en de gemakkelijke bank bij de openhaard en de tv.
Een van de twee toiletruimten had zelfs een sauna tot zijn beschikking.
Later leerden wij, dat het huis te koop stond voor 325.000 euro!? (Hoeveel zegt u)

Veel huizen in de omgeving staan te koop voor een stuk minder, maar zo’n houten bungalow schijnt meer op te brengen in deze omgeving.



Op de overdekte vlonder bleek laat in de middag het zonnetje te staan.
Na een grondige inspectie van de vier slaapkamers, konden we ons vieren vinden in een geschikte kamer en de koffers werden uit de auto’s geladen en naar de kamers gebracht.

Fons en René zouden pas later met het vliegtuig en een gehuurde auto komen en die hadden helaas de laatste keuze uit een van de twee overgebleven kamers op de eerste etage.
Daar was niks mis mee, alleen voor lange René, die even door de knieën zou moeten bij het betreden van zijn kamer door de lage deuropening.



Wat een ruimte was er binnen.
Een 8 persoonseettafel, een open keuken, 2 toiletten met douche en sauna en 4 slaapkamers en een ruime zit.


Na enig overleg met Espen gingen we naar de rivier Trysilelva toe om daar nog een paar uur de vliegenhengel te hanteren.
Das war eins angebote, aangezien Espen ons deze late middag en avond op vrijwillige basis het water liet verkennen.
De rivier bij Snorre en Gjerfloen was erg breed en bood vele uitdagingen.
Afgewisseld met langzaam stromende stukken en snellere gedeelten met zware rotsblokken met stroomversnellingen, was het een zalfje voor je ogen.

Peter had net een “ torrebakkie ” aan een droge Klinkhamer gevangen

Als eerste stond Peter in het water, terwijl de gids Espen nog enige details over het water stond te vertellen.
Peter ving ook de eerste vlagzalm.
Espen maakte er ook een opmerking over, waar we allemaal om moesten lachen.

Espen bleek een zeer nauwgezette gids te zijn met veel verstand van de gevaren van het water en had een ruime ervaring in gidsen opgedaan in New Zeeland, Amerika en Spitsbergen.
Ook in Noorwegen is hij een gecertificeerde gids en is met zijn 31 jaar een uitstekend iemand om je bij te staan en je raad kan geven over het gebruik van de geschikte vliegen en de manieren hoe je de rivier het best kan bevissen.



De rivier Trysilelva is zeer goed te bewaden voor vliegvissers van alle leeftijden, omdat de rivier zo verschrikkelijk lang (135 km) en behoorlijk breed is en daardoor veel instapmogelijkheden biedt.

Alle bevisbare plekken worden netjes door borden aan de wegen aangegeven en dat zie je haast nergens in de wereld.
Houten bordjes met daarop een contour van een vlagzalm ingebrand met de naam van de plek waar je kunt gaan vliegvissen.
Alle plekken langs de rivier hebben een eigen naam en dat is makkelijk terugvinden voor de lokalen en de toeristen die in de Trysilelva de vlagzalm proberen te vangen.

Waaghals Henk, stond op enorme afstanden zijn vlieg te presenteren

Het was hard werken om in de Trysilelva vlagzalm of forel te vangen.
Gemiddeld vang je 6 tot 8 vissen op een dag en daar zitten niet allemaal kneitebijters bij.
We hebben allemaal ons visje wel gevangen, maar zo ervaren en geroutineerd zoals we zijn, hadden we wat meer spectaculaire vangsten verwacht.

De beste tijd om vlagzalm in de Trysilelva te vangen is toch wel juni, begin augustus ( week 23 t/m 31 ) omdat dan vele insecten uitkomen en flinke vangsten zijn te verwachten.
Eigenlijk is eind augustus, begin september te laat voor vele aanbeten, maar kan toch nog wel af en toe buitengewone vangsten waarborgen.

Appie met een vlagzalm

De tweede dag zorgde een zware vlagzalm, dat mijn beetverklikker aan mijn leader even tot stilstand kwam en mijn over de bodem spartelende vlokreeft haakte de vis na een korte ruk aan de vliegenlijn.
De strijd duurde niet zo lang als ik wilde en mijn vliegenhengel boog tot in het handvat.
In het heldere water zag ik de strijdende vlagzalm en wat een vette vis was dat.
Het zware bonken van zijn kop en lichaam deed mij enorm goed en Espen kwam snel door het water aangerend om mij bij te staan en foto’s te maken.



Vlak voor mijn voeten keek ik de gehaakte vlagzalm in de ogen en zag dat mijn vlokreeft maar net zijn lip had gehaakt.
Dat was zorgelijk en ik kreeg al visioenen, dat ik de vis zou verspelen.
Plotseling dook hij weer de diepte in en met een zoevend geluid van mijn vliegenhengel schoot mijn vlokreeft door de lucht.
Los!

Beteuterd keek ik nog naar Espen en de rest van de mannen en voelde me even zwaar ongelukkig.
Espen schatte de vlagzalm op een 50+.
Even later haakte ik weer een zware vlagzalm, maar ditmaal boog mijn vliegenhengel niet zover door als bij de vorige.
Espen zag het deze keer ook en kwam weer snel naar mij toe.
Na een strijd van een 15 minuten kon ik hem landen en na een aantal foto’s en het opmeten van de vlagzalm, bleek hij 42 cm te zijn.
Ik was in een hoera-stemming want dat zijn tenminste leuke vlagzalmen en een feest om ze te mogen landen.

Eindelijk een fraaie vlagzalm van 42 cm op de tweede dag

De volgende dag begon met regenen en zag er niet goed uit.
De laag hangende bewolking liet de rivier zwart kleuren en er kwam geen kop boven water om te azen.
Wat later won de zon het toch nog van de wolken en af en toe scheen hij op volle sterkte.
We wisten toch nog op deze dag meer dan dertig middelmatige vlagzalmen te vangen, terwijl de condities zeer slecht waren.
We telden het kleine grut (torrebakkies) niet eens mee.
Espen zorgde voor het eten.



Espen spande een zeil tussen de bomen tegen de regen, zodat we droog konden eten
Hij sleepte een enorme rugzak met 7 inklapbare stoelen, een flinke tafel, een groot dekzeil, een barbecue en een fles gas mee.
Ook een enorme koffiepot vond daar een plaats in.
In zijn rugzak zat een flinke voorraad eten en drinken voor 7 man, borden kopjes en bestek en koffiewater haalde hij uit de rivier.
Een sterke jongen, die zijn militaire training ook in Bosnië heeft gehad.



Dit stuk van de rivier was prachtig om te zien en zeer breed.
Overal langs de kanten kon je de rivier in lopen en tot zelfs in het midden van deze prachtige stroom stond je hooguit tot aan je heupen in het langzaam stromende water.
Het uitzicht was weer adembenemend.



Eerst stonden we zij aan zij met een tussenliggende afstand van twintig meter van elkaar, maar na een uurtje hadden we ons steeds verder verspreid en ving iedereen zijn forel of vlagzalm.
Dit gedeelte van de rivier is bijzonder geschikt voor de bruine forel en vlagzalm en in de stroomnaden die door onderwater liggende rotsen werden veroorzaakt, zaten veel kleinere vlagzalmen.



Je kunt wel stellen, dat er in de Trysilelva meer vlagzalmen voorkomen dan forellen.
Tenminste, dat waren overwegend de vangsten van ons allen.
Je kon ze vangen met droge vliegen, maar ook met vlokreeftjes en die heb ik overwegend gebruikt.

Nu ben ik toch meer een “nat” vliegvisser en ik heb dan ook een ruime voorraad vlokreeften gebonden in een paar kleurendekjes en verschillende grootten.



Espen is werkelijk een goede en bezorgde gids.
Hij wilde van iedere deelnemer weten hoe het met de gezondheid was gesteld en daar paste hij zijn beleid op aan.
Omdat wij soms wijdverspreid van elkaar stonden te vliegvissen, was hij de hele dag in de weer om de stekken af te lopen en de koppen te tellen.

Hij liet niets aan het toeval over en was bezorgd als een kloeke hen over haar kuikens.



Ik heb hem eens een keer keihard voorbij zien rennen om een paar repen chocolade te halen in het dorp, omdat Henk (diabeet) een hypoaanval kreeg.
Dat bedoel ik dus.

Fons stond zich helemaal klem te vangen aan kleine vlagzalm, die hij uit een paar stroomnaadjes haalde.


Telkens maakte hij zijn droge vlieg schoon en ik zei tegen hem, dat hij dat niet meer moest doen en de vlieg gewoon gesopt aan moest bieden.

Tot zijn verrassing ving hij ze net zo snel als een zorgvuldig droog en schoongemaakte vlieg en ving er steeds meer in dezelfde tijd.

Even de boel inspecteren

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator