Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Vliegvisverhalen|| Vliegvissen in de Antiesen, Osternach en Műhlheimer Ache
 

    
 
Vliegvissen in de Antiesen, Osternach en Műhlheimer Ache


Slechts twee keer (in 1991 en 1993) ben ik naar het Barok plaatsje Schärding am Inn in Oostenrijk geweest.
Willy Forstinger was onze gastheer in zijn prachtige vier (****) sterren Romantik Hotel & Restaurant Forstingers Wirtshaus, die sinds mensenheugenis een familiebedrijf is.

De eerste keer (1991) samen met Kees van de Berg, Wim van der Jagt en Wim van Stralen en ik en de tweede keer (1993) ben ik alleen met Wim van Stralen naar deze rivieren gereden.

Kees van de Berg, Wim van de Jagt en Wim van Stralen

We probeerden in de Antiesen, Osternach en de Műhlheimer Ache de regenbogen , bruine forel en vlagzalmen aan de vlieg en vlokreeft te krijgen.
Het was voor mij de eerste keer, dat ik naar Oostenrijk ging om te vliegvissen.

Het was echt een Pilot trip, want niet eerder heb ik in de Antiesen, Osternach en de Mühlheimer Ache gevist met de vliegenhengel en het was voor mij een openbaring van jewelste.

Wim, Kees en ik

We bezochten de eerste keer deze rivieren in maand mei en bij het passeren van het grensstadje en het bekende douanepunt Passau, ging ons bloed al sneller stromen.
Kees en de beide Wimmen, waren hier al eerder geweest en onderweg in de auto, hoorde ik het ene na het andere verhaal over mooie vangsten van grove forellen.

De ontvangst in het Wirtshaus door Willy was plezierig en je voelde je gelijk op je gemak.
Willy was ook echt ingesteld op vliegvissers en kwam steeds een praatje met ons maken, over de rivieren, de vliegen en de vangsten die waren geboekt.



Hij reikte ons de vergunningen aan, tevens enkele overzichtskaarten en tekende er de beste plekken op aan.
Ik kreeg de indruk, dat hij dat bij elke gast en vliegvisser deed, maar het gaf je een speciaal gevoel of je van de “meester” zelf informatie kreeg en daar je voordeel mee kon doen.

Willy was een hartelijke man met uitstekende manieren en een uitstekende gastheer voor zijn klanten.
Vele notabelen hebben zijn pand al bezocht en komen er vaker terug vanwege de hoffelijkheid, de orde en netheid, de ambiance en het uitstekende eten.
Dat was ook de reden, dat Wim en ik in juni 1993 er weer naar terug zijn gegaan.

Onderschrift


Eigenlijk hadden we geen tijd voor een praatje, want we hadden gewoon haast om, toen we de vergunningen en kaarten hadden, te gaan vliegvissen in de eerste de beste rivier op de kaart.
Uitpakken van de koffers kwam wel, maar eerst moesten we onze drang naar vliegvissen blussen en toegeven om na ons omgekleed te hebben, in het water te stappen.

Weldra kwamen de eerste forellen uit het water.
Wat een heerlijk moment was dat.
Midden in een rivier, tot aan je knieën in het nat, in een prachtige omgeving en natuur en de ene na de andere forel pakte je droge vlieg of vlokreeft.

De Antiesen is een prachtig water

Kees van de Berg is een man met een rustige aard, zo fel en lelijk als hij wel eens kon uithalen, zo rustig en bedaard ging hij aan de slag met de keuze van zijn vliegen, vliegenhengel en vliegenreel. Kees was een beetje een einzelgänger.

Wim van der Jagt, is een halfbroer van Kees.
Een soms zenuwachtige man met een tikje in zijn gelaatstrekken.
Dat verraadt stress of ongeduld en ondanks dat Kees een halfbroer van hem was, kon Wim ook wel eens ongeduldig worden met een tikje rancune.

Wim van Stralen was de snelste van het stel.
Die kon een rivier doorwaden met een tempo van een luipaard met heimwee.
Maar Wim ving zijn visje wel, hoewel hij er ook veel verjoeg door zijn soms manisch gedrag.
Hij was degene, die altijd het eerst om de hoek wilde kijken en het eerst het maagdelijk water met zijn vlieg en aanwezigheid wilde betasten.

Even een lunchbreak naast de rivier de Mühlheimer Ache

In het begin voelde ik mij een beetje in de steek gelaten.
Na een paar gevangen forellen keek ik om mij heen en moest constateren dat mijn overige vismaten nergens meer waren te bekennen.
Nu is de Antiesen vele kilometers lang (24 km) en als je daar in je eentje in de rivier staat en er geen vismaat is te bekennen, dan voel je je pas alleen in de middle of knowhere.

Later begreep ik het wel, want ze waren alle drie naar de voor hun bekende stekken gelopen en daar was blijkbaar geen plaats voor een vierde vliegvisser.
Dat heb ik ze naderhand wel even ingepeperd.



De Antiesen heeft een aantal watervallen, met direct daarachter diepe stukken waar vele forellen fourageren om het voedsel wat over de rand van de waterval valt op te peuzelen.
Je kan ze heen en weer zien zwemmen, als je een beetje verdekt opgesteld staat en daar deed ik mijn voordeel mee.

Met zo min mogelijk valse worpen (naar de andere kant) plaatste ik mijn vliegje in het vallende water van de waterval en praktisch direct daarna stond mijn vliegenlijn strak door een aanbeet.



Op die manier heb ik vele mooie forellen gevangen, zowel aan de natte en droge vlieg als aan de vlokreeft.
Vaak maakte ik de droge vlieg helemaal niet schoon van slijm en andere ongerechtigheden, maar bood hem gewoon opnieuw aan als een gesopte dode spent.
Succes verzekerd en zeker in dat woelige water, waar alles wat kleiner is dan de forel, in zijn ogen voedsel is.

Dat is werkelijk genieten.



Verderop waren er diepere stukken rivier, waar veel barbelen voorkwamen.
In het begin zijn ze erg gulzig en pakken ze zonder schroom je vlokreeft en wat minder een droge vlieg.
Na een stuk of vier gevangen te hebben, zwemmen ze een meter of vijftig verder stroomopwaarts en dan begint het feest opnieuw, maar ineens zijn ze het zat en hebben de boel door en dan vang je er geen een meer.

Alle drie de rivieren zijn makkelijk aan te rijden en er zijn veel plekken waar je de auto kwijt kunt.
Er zijn een aantal parkeerplekken voor de auto’s van vliegvissers gemaakt, maar je kunt hem ook langs de rivieren en wegen in het gras parkeren.



In de tijden dat wij er waren, was er geen enkele andere vliegvisser te zien, dus het maakte niet uit waar je de rivier instapte.
Dat heb ik wel anders meegemaakt.

De Osternach is ongeveer 15 tot 20 meter breed en loopt door een stukje buitenwijk.
Er zit een flinke bezetting van (overwegend) kleine forel en het is een makkelijk bewaadbaar water voor iedere leeftijd.

Deze rivier moet je echt niet overslaan, want je hebt daar veel sport en daar kom je toch voor?



Het is een rustig stuk rivier, maar op sommige gedeelten stroomt de rivier een stuk sneller en in de snelle stukken die met rotsblokken is bezaaid, vang je de ene na de andere forel in het snelstromende water.

De stroom, vlak langs de uitstekende rotsen in het woeste water, is een bekoorlijke plek voor de forel, die daar soms gestapeld ligt en alles pakken wat voor hun neus voorbij drijft.

Je kunt er makkelijk bij komen vanaf een grindbed die er naast ligt, maar je moet opletten dat je niet door de losse kiezels omlaag glijdt en dieper komt te staan dan dat je van plan was.



Het is mij ook overkomen.
De kiezels op de bodem, begonnen te rollen door mijn gewicht en ik gleed met mijn linkervoet steeds dieper weg tot het punt, dat ik mij niet meer kon herstellen en precies tot de rand van mijn waadpak tot stilstand kwam.
Dat was even schrikken.



De forellen in de Osternach zijn krachtig en hebben een lang uithoudingsvermogen.
Je hebt er ook een handvol aan om ze te drillen aan een relatief dunne punt en ik ben er ook wel een paar kwijt geraakt, door obstakels onder water en scherpe randen van in het water liggende rotsen.

De vlokreeft ving het meest.
Deze licht verzwaarde nimf in de grijze kleur was voor vele forellen een ware lekkernij.
Waar ik hem ook plaatste, hij werd altijd met graagte genomen en bracht menige forel in het net.



Een voorval wil ik de lezer niet onthouden.
Zoals eerder gezegd is de Antiesen is een fijne rivier om in te vliegvissen.
De langzaam stromende rivier herbergt ontzettend veel forellen en op een avond kregen we een avondsprong die met zoveel gespetter van springende en smakkende forellen gepaard ging, dat we besloten om tot het donker te blijven vliegvissen.

We stonden op en gegeven moment tot onze borst in het water van de rivier, echt tot de rand van het waadpak en op onze tenen in het licht stromende water de vliegenhengel te hanteren.
Ophouden was geen optie, vanwege de vele vangsten en hoewel het grind onder onze tenen wegspoelden, zagen we nog steeds geen gevaar.

Hier zie je de steile wanden van de rivier de Antiesen

Op het laatst stonden we met de vliegenlijn tussen de vingers de aanbeten te registreren omdat we onze vliegen door gebrek aan licht niet meer zagen op het wateroppervlak.

Gekkenwerk gewoon en we besloten er eindelijk mee te stoppen.
Tja, als je weet hoe de Antiesen er uit ziet, dan weet je ook dat er vrij steile kanten aanwezig zijn waar je schuin omhoog moet klimmen om er uit te komen.
Probeer maar eens op je tenen in het water en op een maanloze avond naar de kant toe te lopen, want we moesten achter elkaar met de hand op de schouder van je voorganger de weg zoeken naar de kant.
We moesten steeds weer terug naar het midden van de rivier, omdat de uitgeslepen kanten te diep waren om daar de kant op te klimmen.



Eindelijk vonden we een ondieper stuk langs de kant om vervolgens glijdend en al uit het water op de kant te komen.
Daar word je nog lang ’s nachts zwetend van ellende van wakker.
Daarmee was het leed niet geleden, want nu moest de auto nog in het pikkedonker teruggevonden worden...en waar hadden we die toch gelaten?

Wim van Stralen was zo slim om telkens op de knop van zijn afstandsbediening van zijn auto te drukken en eindelijk, na een half uur bijna doelloos wandelen in het donker, lichten de knipperlichten van zijn auto aan en uit.



Omdat het eten bij Willy Forstinger zo afschuwelijk duur was en de porties net de gaten in je kiezen vulden, gingen we snel ergens anders eten en drinken.
Willy serveerde grote borden, met slechts in het midden een hele in de schil gekookte aardappel, een beetje groente in de vorm van een vijftal asperges en twee rondjes varkenshaas met een pepersausje.

Het leek wel de Franse keuken, maar dan op zijn Duits.
En misschien is dat genoeg voor de magen van de notabelen, maar voor ons echt te weinig om je lege maag na een dag vliegvissen te vullen.

Daarom gingen we in een naburig dorp eten en drinken in een ”eenvoudig” restaurant.
De broers Kees en Wim waren na een paar drankjes ( Wim van Stralen dronk alleen cola) op hun best met moppen en andere vrolijkheid, zodat we elke avond spierpijn in onze kaken hadden.



De allereerste keer ging ik met mijn roze trainingspak met de jongens uit eten.
De aandacht die ik kreeg van de dames en heren in een restaurant was ongelofelijk.
Wim van Stralen schaamde zich dood voor mij en ging een beetje achteraf zitten en ik had de grootste lol.

De Műhlheimer Ache is een hele andere rivier.
Het beginstuk is langzaam stromend, maar al snel verandert het karakter van de rivier, met snelle stukken, rotsblokken en watervallen.

Zoals sommigen weten, loopt het bijna tot de grens van het pension Forellenhof van Karl u. Juliane Patzl, bij Műhlheim, die ook een stuk Műhlheimer Ache heeft (had) gepacht.
Je kunt daar ook makkelijk je auto kwijt.



De rivier heeft een diep verval en deze wordt opgevangen door enkele watervallen achter elkaar.
Tussen deze watervallen, heb je enkele diepe tussenliggende stukken en daar ligt fraaie forel te wachten op jouw vlieg.

De aanbeten zijn fel, maar na enkele forellen is het afgelopen en dan ga je naar de andere waterval, die net zulke diepe stukken herbergen.



Wat een grote regenbogen herbergt dit stukje rivier.
Vlak achter een waterval liet ik mijn vlokreeft met de stroom mee drijven en onmiddellijk werd deze gepakt.
Met een ferme ruk werd bijna de vliegenlijn uit mijn hand getrokken en de regenboog nam zo’n snel schot naar mij toe, dat ik gewoon geen tijd had om mijn vliegenlijn in te halen.
Hij zwom als een bezetene stroomafwaarts langs mij heen en trok daarna de slappe op het water liggende vliegenlijn strak, maar ook de vliegenlijn in mijn hand en van mijn vliegenreel.

Niet dezelfde regenboog, maar een die er ook zijn mag

Ik zag dat de backing in zicht kwam en nog steeds trok de regenboog lijn van de reel.
De adrenaline stroomde woest door mijn aderen en verbijsterd keek ik naar de vluchtende vis met de vliegenlijn en backing in zijn kielzog en zag dat mijn vliegenhengel telkens boog als rietje in een zware storm.
Zoef!, zei mijn hengel en schoot van de uiterste kromming naar de rechte stand en trilde nog even na en door de spanning op de vliegenlijn, schoot deze als een slingerende losgeschoten kabel langs mij heen.

Los!
Nee hè, kreet ik.
Ik vloekte uitvoerig op zijn Haags en de ziektes dwarrelden in het rond.
Moedeloos draaide ik, nog steeds zacht vloekend, de lijn op de vliegenreel en dat moest een knappe regenboog geweest zijn.



Vooral tegen de schemering kwamen de grotere regenbogen los.
Toen Wim en ik in 1993 terug kwamen, was de Műhlheimer Ache een van de eerste rivieren die we het aandeden en ook dat jaar waren de vangsten spectaculair.
Deze rivier liep best wel ver door en tussen de aangelegde kribben lagen de forellen op de kop van de kribben te wachten op voedsel.

Verder lopen kon en mocht je niet, want het verdere stuk stroomafwaarts behoorde een ander pachter toe.

Wim met een beste regenboog uit de Mühlheimer Ache

Na een volle dag vliegvissen heb je dit stuk rivier wel gezien en dan laat je het een paar dagen met rust.
Dus op naar de Antiesen en Osternach, waar de forellen met grote trek op ons lagen te wachten.

Nu kwam ik wel achter de “geheime” stukken rivier, waar ik in 1991 geen weet van had.
Wim was zo aardig om mij in te wijden en liet enkele mooie gedeelten van de Antiesen zien, waar je gewoonlijk niet direct komt, want je moet een behoorlijk eind lopen om er te komen.



Vlakbij was een soort gemaal, waar veel forellen en barbelen zwommen.
Je kon je langs de kant in het water laten glijden en daar hebben we een beetje staan rollebollen met de aanwezige vissen.
De een na de ander pakte de aangeboden vliegen en we moesten om en om vliegvissen, want de ruimte was beperkt om met zijn tweeën een vliegenlijn te gooien.



Zoals eerder verteld nam Willy Forstinger voorheen uitvoerig de tijd om met de vliegvissers in zijn hotel een gesprek aan te gaan.
Hij kwam dan bij je zitten en vroeg belangstellend naar je vangsten en stelde soms persoonlijke vragen.
Dat was nu wel even anders.
Zijn aandacht ging echter nu uit naar de notabelen en mensen in hoge posities en hij liet merken, dat de vliegvissers duidelijk op de laatste plaats waren beland.
Hij heeft de vliegvissers niet meer nodig om te groeien en hij verwaarloosde het contact met deze groep op een gruwelijke manier.

De Antiesen is en blijft een prachtige rivier om in te vliegvissen

Het is nog maar de vraag of we bij Willy Forstinger weer eens een bezoek zullen afleggen om daar te gaan vliegvissen.
Misschien is zijn gastvrijheid wel in de loop der jaren gewijzigd en zal hij de vliegvissers wel beter ter wille zijn.

Hoewel de berichten van degenen die na ons geweest zijn, niet positiever zijn dan we eigenlijk verlangen.
Jammer, maar eigenlijk moet je daar afstand van nemen, omdat je komt om te vliegvissen en niet verlegen zit om kletspraatje op commercieel niveau.



Helaas is Wim van der Jagt een aantal jaren geleden overleden en dat is een groot verlies.
Ik heb Wim meegemaakt als een innemend persoon en als een uitstekende vliegvisser die vele wateren in Europa als zijn broekzak kende.





 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator