Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Leo vertelt|| Leo vertelt nr 48 (Minimummaten vissoorten en gebruikte hengel(s))
 

    
 
Leo vertelt nr 48 (Minimummaten vissoorten en gebruikte hengel(s))


Voor bepaalde vissoorten in de Nederlandse binnenwateren geldt wettelijk een minimummaat.
Vangt iemand een vis van één van deze soorten en heeft deze nog niet de minimummaat dan moet die vis altijd direct in hetzelfde water worden teruggezet.


Het tijdelijk bewaren van een ondermaatse vis is dus ook niet toegestaan, ook niet tijdens wedstrijden.
De Minister van EL&I kan eventueel ontheffing verlenen van de verplichting om ondermaatse vis direct terug te zetten, bijvoorbeeld voor onderzoek.



Minimummaten vissoorten:
Aal/Paling 28 cm.
Baars 22 cm*.
Barbeel 30 cm.
Beekridder 25 cm.
Bot 20 cm.
Forel 25 cm.
Kopvoorn 30 cm.
Rietvoorn 15 cm.
Serpeling 15 cm.
Sneep 30 cm.
Snoek 45 cm.
Snoekbaars 42 cm.
Vlagzalm 35 cm.
Winde 30 cm.
Zeelt 25 cm.
De brasem en blei worden in dit rijtje niet limitatief genoemd, dus in de specifieke opsomming niet meegenomen met een minimummaat en vallen er derhalve buiten (noot: auteur)



Er geldt een uitzondering voor ondermaatse baars die wordt gebruikt als aas. In art. 7 van het “Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985” is namelijk bepaald:
“Degenen die bevoegd zijn tot het vissen met de hengel, is het in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 juli tot en met de laatste dag van februari tot een hoeveelheid van ten hoogste 30 stuks te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voor zover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt”.



Voor het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:
"hengel": het vistuig bestaande uit een roede - al dan niet voorzien van een opwindmechanisme - een lijn of snoer - al dan niet voorzien van één of meer dobbers - en ten hoogste drie een-, twee- of drietandige haken.
De Visserijwet 1963 zegt ook niets over het aantal hengels dat een sportvisser mag gebruiken.
De visrechthebbende mag dit dus zelf bepalen.
Gebruikelijk is dat de toestemming voor sportvissers bepaalt dat met maximaal 2 hengels mag worden gevist.
Je mag dus met twee hengels en alle toegestane aassoorten vissen.
Deze voorwaarde geldt in elk geval voor houders van de VISpas.

Als een aangesloten hengelsportvereniging wil toestaan dat er op “haar” water met meer dan twee hengels wordt gevist dan kan zij hiervoor een aanvullende toestemming uitgeven die vaak “derde hengel vergunning” wordt genoemd.
Deze toestemming moet uiteraard voldoen aan de voorwaarden die art. 23 van de Visserijwet 1963 stelt, via een schriftelijke toestemming.



N.B. met de Kleine VISpas mag volgens de voorwaarden maar met één hengel worden gevist.
Als algemene voorwaarden gelden onder andere dat met de VISpas met maximaal twee hengels mag worden gevist en dat elke gevangen paling direct moet worden teruggezet.
Het is verboden om vistuigen waarmee je niet mag vissen voor direct gebruik voorhanden te hebben (art. 10 Reglement voor de binnenvisserij 1985).
Als iemand volgens de voorwaarden van de schriftelijke toestemming met maximaal twee hengels mag vissen en hij vist met twee hengels en er ligt nog een extra hengel (met haak) op de kant of in de boot, dan is dit dus verboden.

Hetzelfde geldt als er met één hengel wordt gevist en er liggen nog twee of meer compleet opgetuigde hengels op de kant of in de boot.



Het verbod geldt volgens lid 2 van art. 10 echter niet als het vistuig “zodanig is verpakt of in zodanige toestand is, dat dadelijk gebruik daarvan niet mogelijk is”.
Een hengel die is ingepakt in een foedraal is waarschijnlijk “zodanig verpakt dat dadelijk gebruik van die hengel niet mogelijk is” en valt dus waarschijnlijk ook onder de uitzondering, maar hierover is zeker verschil van mening mogelijk.

Dus ook rechters kunnen hier verschillend over denken. Een sportvisser die geen enkel risico wil lopen kan het beste de haak, shad of plug van zijn reserve hengel(s) afhalen.


Zonder een haak is er volgens de definitie van een hengel in art. 1 van de Visserijwet 1963 ook geen sprake meer van een hengel, zodat er geen sprake is van een vistuig.
Deelnemers aan viswedstrijden hebben vaak meerder topsets (hengeltoppen) compleet met snoer, dobber en haak klaar liggen om snel te kunnen wisselen.

Volgens de definitie van het begrip “hengel” in art. 1 van de Visserijwet 1963 is zo’n topset ook een hengel.


Een wedstrijdvisser die volgens zijn toestemming met maximaal twee hengels mag vissen zou met meer dan één topset dus strafbaar zijn omdat het verboden is om (meer) vistuigen voorhanden te hebben dan waarmee je mag vissen.
De oplossing voor dit probleem is dat de visrechthebbende aan de wedstrijddeelnemers schriftelijk toestemming geeft om te vissen met zoveel hengels als dat er topsets klaar mogen liggen.

Wilt u meer weten over de opgestelde regels, dan verwijs ik jullie naar deze link, waar Ed baanbrekend werk voor heeft verricht.
http://www.sportvisserijnederland.nl/vispas/visserijwet_en_regels/binnenwater/?page=belangrijke%5Fbegrippen

 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator