Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| Weer geen brasems uit de Waal
 

    
 
Weer geen brasems uit de Waal


Vandaag hebben we een wind uit het Zuiden, dus gaan Theo en ik aan de overkant van de Waal zitten vissen.
Daar hebben we de wind in de rug en niet midden in je patser, want die raast dan over de dijk en we zitten stukken lager uit de wind en riant in de zon, aangezien het vandaag ruim 20 graden zal worden.



Zal het vandaag gaan gebeuren?
Zullen we vandaag de brasems aan de schubben komen uit deze prachtige rivier de Waal?
Dit is pas de tweede sessie van dit jaar dat we naar deze rivier gaan en onze harten zijn met hoop gevuld evenals onze bakken met voer en madedozen.

De watertemperatuur is iets gestegen tussen de kribben en dat is een goed teken.
De vorige keer was het water 9 ½ graden en nu opgelopen naar 12 graden.

Een uitgelezen voertje met een hoop lekkers er in verwerkt

Daarmee kunnen ook de barbelen gaan loskomen, maar onze zinnen zijn vandaag gezet op de brasem, dikke bakken van brasems en misschien pakken we nog een schuchtere winde.

Mijn haken zitten vol krioelende maden en aan de hair een stukje kaas.
De maden “zwemmen” al een paar dagen in de strooibare Zwitserse kaas rond en toen ik ze aan de haakjes reeg, liep gewoon het water in mijn mond van de heerlijke pittige kaasgeur die ze verspreidden.
De winde is niet zo gek op kaas, maar die zal moeite hebben om deze dot maden op de haak te negeren.



Ik ben aan de rechterkant van het kribvak gaan zitten, een meter of twintig naast de strekdam.
Omdat de stroming van rechts komt is er altijd beroering naast de strekdam en daar komt veel voedsel in terecht.
Als je een paar volle voerkorven vlak voor deze plek in het kribvak deponeert, dan pakt de eeuwige stroming deze voedseldelen mee en verspreidt dat over een flink gedeelte van het kribvak.

Als er brasems in de buurt zijn, dan worden ze helemaal wild van deze zwevende geurige voedseldelen en zullen ze op zoek gaan naar de bron van dit lekkers.



Laat daar dan net mijn aangeboden dot lekkers liggen.
Ik wrijf vergenoegd in mijn handen en glunder over mijn uitgelezen theorie, maar alleen nu de praktijk nog.

Theo arriveerde, want ik hoorde zachtjes de motor van zijn auto lopen en daaropvolgend het dichtklappen van zijn portierdeur.
Met zijn beide handen vol met hengelspullen, kwam hij via het smalle paadje van de dijk, het strandje oplopen en na een wederzijdse begroeting begon hij zich te installeren.

En natuurlijk lag de veerboot aan de overkant

We hadden om 08.00 uur afgesproken om te gaan feederen op de brasem en soms kan de veerboot bij Brakel het afgesproken tijdstip beïnvloeden als hij net voor je neus naar de overkant vertrekt.
Al wat gezien?, vroeg hij belangstellend.

Ik zit net, was mijn antwoord op zijn vraag en dat was natuurlijk niet het juiste antwoord, maar voor Theo voldoende omdat ik daarmee aangaf, dat het te vroeg was voor een aanbeet omdat ik net de hengels op de hengelsteun had geplaatst na het ingooien.



Ik volgde met een oog zijn handelingen en met het andere oog keek ik naar de toppen van mijn feederhengels, die licht gekromd en in afwachting waren van een snoeiharde aanbeet.
Tenminste, daar hoopte ik op.
Spoedig lagen ook zijn hengels op de steunen en was voor hem eveneens het grote wachten begonnen.



Na een kwartier draaide ik het aas van de rechterhengel binnen en vulde de lege zware voerkorf weer boordevol met de zorgvuldige samenstelling van allerlei lekkere hapjes voor de brasem en gooide opnieuw in.
Datzelfde deed ik ook met de linkerhengel en weer nam ik zittend in mijn karperstoel een afwachtende houding aan.

Theo schonk een beetje koffie vanuit zijn thermosfles in de schroefdop, die als mok kan dienen en zette de dop met warme koffie aan zijn lippen.



Ik zag daardoor bijna de felle aanbeet van mijn rechterhengel niet en ik sprong op uit mijn stoel om met stramme gewrichten de hengel van de steun af te halen.
Met een enkele slingerdraai, schakelde ik de vrijloop van mijn baitrunner uit en met mijn bonkende hart, die dubbele slagen maakte in mijn borstkas, begon ik met de dril.

Hoera!, riep ik in gedachten en ik concentreerde mij op de strijd die was aangevangen en ik tot een goed einde wilde brengen.
Zou ik vandaag mijn eerste Waalbrasem gaan landen?
Ik was zo benieuwd, wat er aan de andere kant van de uitstaande lijn zou zwemmen, maar dat wilde ik niet gaan forceren door mijn ongeduld.
Helaas kwam niet mijn eerste begeerde brasem in zicht, maar een voorn en terwijl het woelige water van het kribvak mijn lieslaarzen omsloot toen ik de voorn in het water tegemoet kwam, pakte ik de vis uit het water.



Die moest natuurlijk even op de foto en zal liefdevol opgenomen worden in dit verhaal.
Het was een beauty en ik zag geen directe onvolkomenheden aan de vis, maar ja, dat zie je ook niet als je verliefd bent geworden op je buurmeisje.
Die onvolkomenheden en tekortkomingen, zie je veel later pas.

Langzaam gleed de voorn uit mijn natte handen de Waal in en een beetje schuin zwom hij met steeds krachtige wordende slagen van zijn staart naar het midden van het kribvak.
Ik richtte mij vanuit mijn gehurkte houding op en nog steeds zag ik hem zwemmen in het heldere water tot hij echt uit mijn zichtveld was verdwenen.
Nummer een op de kant, adresseerde ik tegen Theo, en dat er vele mogen volgen.
Hèhè, dacht ik nog, eindelijk een vis.



Theo pakte een grondel en liet hem vol trots zien.
Een aantal grote duwbakken werden zichtbaar, en kwamen links vanachter de strekdam vandaan.
Dat zullen er wel weer een stuk of negen aan elkaar gekoppeld zijn, wist ik Theo te voorspellen en inderdaad werden de duwbakken door een stampende duwboot stroomopwaarts voortgeduwd.

Het water werd zeker voor de helft uit het kribvak weggezogen en gaf ons ruim zicht op het bodemverloop.
Toen de duwboot de volgende strekdam had bereikt, kwam er een klap water terug in het kribvak stromen en spoelde bijna tot aan onze voeten toe.
Natuurlijk hadden we daarop gerekend, maar toch het blijft uitkijken.



Ik nam een dubbele boterham, ruim belegd met katenspek en een beker thee.
Mijn visjas had ik uitgetrokken en hing over de rugleuning van de karperstoel.
Ik zat precies in de schaduw van enkele bomen en het struikgewas achter mij, zodat het directe zonlicht getemperd werd door het jonge gebladerte.
Boven mij zag ik een ooievaar vliegen en later nog een en ik wist dat verderop in een dorp een aantal nesten aanwezig waren.



De aanbeten lieten lang op zich wachten.
Een marmergrondel had ook mijn maden gevonden en had zijn aanwezigheid verraden door het trillen van een van de toppen van mijn hengels.

Theo zag eveneens geen aanbeten meer en had moeite zijn ogen open te houden in de warme zon.
Met het hoge water in de winterperiode zijn de kribben goed veranderd.



Er heeft zich een behoorlijke zandverplaatsing voorgedaan, want dat merk ik elke keer als ik de uitstaande lijnen binnen wil draaien.
Aan de overkant merkte ik dat ook al.
Het lijkt wel of de Waal veel meer zand heeft verplaatst en dat is heel opmerkelijk.

Er liggen twee diep uitgeslepen geulen in dit kribvak, waarvan een ter hoogte van de strekdam en de ander vijf meter terug in het kribvak ligt.
Ik moet ook veel kracht zetten om het loodgewicht van de voerkorven over deze steile taluds te trekken en dat kunnen natuurlijk best wel trekroutes van de passerende vis zijn, maar daar heb ik nog niets van gemerkt.



Een blei klapte op mijn kaas en maden en trok de top van mijn linkerhengel krom.
Ook deze blei, gaf bijna geen weerstand in het water en na het aanslaan voelde het weer als een voorn van eerder op de dag.

Maar de vis was van harte welkom, na uren hengeltoppen gluren en ook deze blei kon ik zo uit het water pakken en onthaken.
Waar blijven toch de brasems, vroeg ik mij verwonderd af.
Zullen ze nog in de havens zwemmen en nog niet op het wijd?
Het zou vandaag ook hierbij blijven en laat in de middag braken we de boel maar op om naar huis te gaan.
We blijven het proberen, want ze komen vanzelf wel los!







 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator