Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Witvisverhalen|| Hernieuwde kennismaking met de Boswetering (80plus)
 

    
 
Hernieuwde kennismaking met de Boswetering (80plus)


Vandaag ga ik de wetering aan de Bosweg aan de Woerdense verlaat eens bekijken, want ik ben daar al een behoorlijke lange tijd niet geweest.
Je hebt natuurlijk een gesloten periode in het voorjaar volgens de vergunning, maar ook de murzels zijn overactief tot begin juli en die kleine plaaggeesten steken je net zo lang tot je er uit ziet als een peuter met waterpokken.



Met mijn pas aangeschafte jaarvergunning op zak van dit viswater, kijk ik uit over de wetering en nostalgische gevoelens maken zich van mij meester, want al meer dan dertig jaar ken ik dit water en weet de hotspots uit mijn hoofd.

Stille getuigen vertellen mij, dat er ook vele andere vissers een plek hebben gevonden aan de waterkant, want op behoorlijk veel plekken is het gras geplet door vislaarzen of andere schoenen die voor het vissen worden gebruikt en door nat weer tot modderplekken zijn verworden.



Op een paar andere plekken zijn de bladeren van de plompenbladeren, die op de oppervlakte van het water lagen, afgesneden om lijnbreuk te voorkomen bij een dril van een vis, omdat de hoofdlijn achter deze bladeren kan blijven steken.
Daar sta ik niet achter en ik vind, dat je moet vissen met de middelen die de natuur je beschikbaar stelt en de natuur niet moet modelleren naar eigen inzicht.

Op vele plekken staan de afdrukken van stoelen in de grond met daarnaast gaten van een paraplu en hengelsteunen en hier en daar zag ik nog wat broodkruim en stukjes boilies, terwijl je mag verwachten dat ratten, muizen of onze gevederde vrienden die allang opgegeten zouden hebben.



Aan de overkant, tussen de verspreide plompenbladeren spelen groepjes ruisvoorns net onder de oppervlakte van het water en het speelse gespetter heeft de aandacht van een roofvis getrokken.
Met regelmaat is er beroering in het water te constateren, zelfs vlak voor mijn voeten en het laat de plompenbladeren heen en weer bewegen en bij elke aanval van een predator zwemmen de visjes zich in het zweet om uit het blikveld van de rover te blijven.
Sommigen aasvissen zwemmen door het wateroppervlak heen en belanden al zwevend enige decimeters verder in het water om te ontsnappen aan de scherpe tanden van hun belager.



Een flink aantal schaatsenrijders schaatsen in de luwte van kommetjes beschut water, die omringt zijn door rietstengels en hebben een pret zoals je bij wintertaferelen ziet op schilderijen van oude meesters.
Ik snuif de buitenlucht op en ruik een zweem van look, pas gemaaid gras en de geurige vochtigheid van een bos vol paddenstoelen en ochtenddauw op de grasvelden evenwijdig aan de wetering.

In mijn geparkeerde auto liggen mijn visspullen, maar mijn zelfgemaakte visstoel is het enige wat ik uit mijn auto heb meegenomen en ik zit op een strategische plek aan de waterkant te kijken naar een paar meerkoeten en een koppel eenden die met een vijftal flink gegroeide jongen ruime afstand van mij nemen om hun kroost niet aan direct gevaar te onderwerpen.



Af en toe rijdt er een auto achter mij op de Bosweg voorbij en een paar keer een fietser en dat stoort mij een beetje.
Slechts een keer kwam er een tractor met aanhanger langs en ik zat te schudden in mijn stoel vanwege de slappe veengrond, maar ik zag dat de spelende ruisvoorns daar geen last van hadden.
Blijkbaar is dat geluid bekend en schrikken zij er niet meer van.
Hier kom je tot rust.
Hier kan je de geest leegmaken en jezelf verliezen in het stukje natuur wat sommige gebieden je nog te bieden hebben.

Hier zat ik vandaag

Het zonnetje schijnt schuin op de zijkant van mijn rechterwang en de matige wind speelt met mijn grijze lokken.
Vandaag schroom ik om mijn hengels uit de auto te halen, want ik zit zo lekker in de zon en half schaduw, en ik eigenlijk een beetje luim word en het vissen op brasem en zeelt op een laag pitje probeer te zetten.
Brasem en zeelt?
Ik ben gelijk weer alert en schuif uit de stoel om mijn hengelgerei uit de auto te halen, want ik zou vandaag gaan brasemen en vissen op zeelt en laat ik niet verder dralen.



Ik moest toch drie keer van mijn auto naar de waterkant lopen om alle spullen uit te laden.
Het is maar een heel klein stukje, maar het illustreert de hoeveelheid hengelspullen die een witvisser pleegt mee te nemen.

Ik begon eerst met het voer.
Op voorhand had ik al diverse ingrediŽnten gemixt in een plastic emmer en nadat ik een hoeveelheid in mijn opvouwbare aasemmer had gestort, maakte ik het nat met het water uit de wetering.
Ik kneedde het voer door het water tot ik een kruimelige plakkerige substantie kreeg en voegde er nog gemalen kaas en wat casters doorheen.



Met een stuk of acht volle voerkorven verrijkte ik mijn stek en daarna maakte ik de onderlijn vast aan de speldwartel van de Powergum.
De rvs-steunen voor de feederhengel schoven in de geurige aarde en na het inwerpen, waarbij de voerkorf steeds op dezelfde afstand in het water plonsde dat veroorzaakt werd door de hoofdlijn aan de lijnclip van de spoel te bevestigen.

Het wachten is begonnen.
Het wachten op een aanbeet van een vis, die de vier maden aan het aas niet kan weerstaan en er heerlijk op wil sabbelen en het na goedkeuring mogelijk door wil slikken.
Er nibbelde een vis aan mijn haakaas en toch de top maar even in de gaten houden, want als een zeelt merkt dat hij gehaakt is, dan heeft hij de halve wetering nodig om zijn frustratie kwijt te raken, tot eindeloos groot genoegen van mij natuurlijk.
Het bleek een ruisvoorn te zijn en nog en nog een en nog een.



Ik controleer nog even snel of het schepnet voorhanden ligt, omdat je bij een sterke vis niet zonder kan.
Gerustgesteld keek ik weer naar het topje van mijn feederhengel en deze trilde verdacht.
Beet!, flitste door mijn hoofd en ik pakte de hengel van de steun en hield de top omhoog om de vis tegen te houden om het haakje wat beter te zetten in de vissenbek en direct zie ik de strakke hoofdlijn door het water snijden als een stalen kaasdraad door een wiel malse Goudse graskaas.

Nu pas hoorde ik het gemurmel van de slip van de baitrunner, het kirrende geluid van een spoel in extase en ik volgde de lijn in het water.
De top van de feederhengel begon te leven en boog als een overijverige lakei van een Koninklijke Chinese familie.



Een glimlach ontsprong aan de zijkanten van mijn mondhoeken en een warm gevoel maakte zich van mij meester, want ik kreeg vol het besef dat ik waarschijnlijk een zeelt zat te drillen aan het water van de Boswetering.
Heerlijk!
Ik merkte dat ik nog in mijn karperstoel zat en stond amechtig op, want de vis zocht het midden van de wetering op en wist klaarblijkelijk een vluchtweg aan de rechterzijde.

Ik was echter onverbiddelijk en remde de run enigszins af, want een wetering vol met plompenbladeren is als een mijnenveld in oorlogstijd en verraderlijk tot en met.
Een als ik ergens een hekel aan heb, is een gehaakte vis verliezen door lijnbreuk door een obstakel in of onder het water.

Wat zijn het toch mooie vissen!

De vis keerde terug op zijn schreden naar de vrijheid, hij kon niet anders, omdat een visser hem dat verhinderde en kopstotend gaf hij daarmee zijn ongenoegen kenbaar.

Het schepnet lag in handbereik en ik bukte om het schepnet in gereedheid te brengen.
Half onder water lag het net als een vangnet voor ontheemde vissen en de zeelt werd zijdelings in het net geleid.
Hij werd geheel door het net omsloten en hij moest even zijn tijdelijke gevangenis accepteren.

Het was een prachtig dier.



Zijn rode oogjes keken mij pienter aan en hij leek zich even te berusten in zijn lot.
Ik voelde zijn wilde hartenklop toen ik de haak uit zijn bek verwijderde en na een mooie foto mocht hij weer terug naar zijn eigen wereld vol gevaren.
Een ferme slag met zijn brede staart op het water, liet een waterval van spetters op mijn gezicht en bril belanden, maar het was goed, het was een teken van dankbaarheid dat hij terug mocht keren naar zijn soortgenoten in zijn eigen habitat.

Snel pakte in mijn driepoot en schroefde daar gelijk mijn fototoestel op, want ik wilde graag fotoís van de volgende vissen in mijn handen.



Een mooie brasem kwam op de kant en ik zat te kicken in mijn stoel.
Wat een vechter was dit exemplaar en wat een SLIJM, goeiedag, de hele zooi zat onder en er zat nog zes keer zoveel op zijn huid en natuurlijk een kwak op mijn visbroek.

Mijn lijn stond net na het ingooien snaarstrak, want zelfs de aanbeet bleek bij het neerkomen van de voerkorf op de bodem niet te zien en was mijn dwarrelende haakaas direct door een vis genomen.
Een zeelt?, vroeg ik mij verwonderd af, want hij nam een spurt naar links en toen hij weerstand voelde, probeerde hij naar de overkant te zwemmen.

Het duurde gewoon een vijftal minuten voor ik hem naar mijn richting toe kon krijgen en eindelijk lag de zeelt in mijn schepnet en schoot de haak uit de bek.



Weer een prachtige zeelt en deze was donkerder van kleur en levendig tot en met, want wat een moeite had ik om een fatsoenlijke foto te krijgen via de tien seconden timer.

Ik pakte de voerkorf die aan de hoofdlijn hing en vulde deze met voer en terwijl ik met mijn linkerhand een tweetal maden uit de madenbak pakte om deze aan de haak te rijgen, zag ik dat de haak niet voor niks uit de bek was gekomen toen de zeelt in het net lag.



Totaal krom en uitgebogen door al het geweld van het drillen van de zeelt.
Dat ik de zeelt nog heb geland is een wonder, want zo zie je maar, dat een onderlijn van 12 honderdste van Gamakatsu met een stevig haakje maat 12, nog maar net een sterke vis kan houden.

De ruisvoorns bleven komen en elke keer als ik een voorn had onthaakt en voor mij in de wetering gooide, dook een snoek op de argeloze visjes en in het begin schrok ik van de plotselinge kolk in het water, maar later niet meer.
Bij de volgende voorn viel de snoek al het visje aan, terwijl die nog aan het haakje van mijn onderlijn hing.
Ik hield de lijn strak en de snoek was gehaakt, precies in het scharnier van de kaak.
Hoera!, zou ik een snoek gaan landen?

80 plusser

Een dikke tachtiger kwam in zicht en ik moest alle zeilen bijzetten om de snoek te landen aan haakje 12 en 12 honderdste onderlijn.
Ik gaf de wildebras geen kans om weer tussen de plompenbladeren te duiken en schepte hem razendsnel toen ik er bij kon.
Ik flikkerde bijna het water in, zo ver moest ik mij uitrekken om met het schepnet bij de snoek te kunnen komen.
Maar ik had hem en hij sprong er bijna uit toen hij merkte dat hij in een net zat.



Eens even kijken, zeelt, brasem, ruisvoorn, blankvoorn en nu weer snoek.
Wat een dag.
Ik overwoog om naar huis te gaan, terwijl de sessie eigenlijk pas 3 Ĺ uur duurde en het pas 15.45 uur was.
Eerst nog een vette brasem landen, dacht ik nog, een paar ruizers, misschien nog een zeelt als toegift, maar het bleef bij een brasem en twee ruisvoorns.



Inpakken en wegwezen, dacht ik nog aangezien mijn voer ook bijna op was en mijn maden een cursus in snelverpoppen hadden gevolgd.
Er kropen nog maar enkele levende maden in mijn madendoos en de rest was al aan het verpoppen of al verpopt.
Het schepnet kreeg een goede behandeling om hem slijmvrij te krijgen en nadat de auto was volgeladen, reed ik met een tevreden gevoel naar huis.
Ga ik snel eens overdoen, dacht ik nog.











 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator