Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Karperverhalen|| Vissen op karper op Domaine de Goncourt (sep 2011) Deel 1
 

    
 
Vissen op karper op Domaine de Goncourt (sep 2011) Deel 1


Het is vrijdagnacht/zaterdagochtend 03.30 uur dat Nick en ik naar de winkel van Schwegler Hengelsport in Uithoorn rijden, waar we een aantal gelijkgestemden ontmoeten om gezamenlijk de rit naar Domaine de Goncourt gaan ondernemen.
We hadden eigenlijk allemaal voor Etang de Mont ingetekend, maar door een miscommunicatie van de kant van SKV-Karpertrips en dat van Ron zijn we na veel praten uitgekomen op Domaine de Goncourt aangeraden door Bas van Klaveren van The Carp Specialist.

Ik zie nu al bij sommigen kleine oogjes van de slaap en we moeten nog ruim 550 kilometer rijden voor we bij onze bestemming zijn.



De auto van Nick is volgeladen, de aanhanger die aan zijn auto is gekoppeld eveneens en we hopen de rit in 6 ½ uur af te leggen.
Domaine de Goncourt herbergt een aantal meren, zoals de overbekende Great lake en waarvan we met 10 man een lake af hebben kunnen huren, n.l. King Lake van ongeveer 6.2 hectare. (bleek later toch Charley Lake van 2.9 Ha geworden)



We gaan met tien gemotiveerde mannen, Peter en Peer, Wim en Oscar, Robbert en Gerwin (Turbo), dat zijn Brabantse vrienden van Peer, Ron en Peter (Bolle), Nick en ondergetekende, de vissen een bezoek brengen, met de bedoeling eens huis te houden onder de karperfamilie en we proberen de kanjers uit het meer aan de haak te krijgen.
Officieel is Charley Lake nog niet open voor het publiek, maar wij kunnen deze aankomende week het meer eens testen op zijn karperbestand en dat mogen we zelfs met 4 karperhengels de man doen.



Mijn RVS rodpod (ontworpen door Frank Lust) is ingericht om met 5 hengels te vissen, maar ik vis toch maar met 3 karperhengels, want dat vind ik meer dan genoeg.
Ik heb al te vaak aan twee hengels tegelijkertijd een aanbeet van karper moeten incasseren en dat wordt misschien een probleem met 4 hengels op dezelfde rodpod.

Nick deelt hetzelfde idee en vindt 3 hengels ook meer dan zat.
Als je met twee man op een stek zit, dan moet je oppassen om niet alles dubbel mee te nemen.
Een driepoot en een weegschaal, een onthaakmat, een extra paraplu is overbodige ballast evenals een extra paraplutentje (brolley) om overdag en in de avond in te zitten, maar ook handig tijdens regen of felle zon.



Het makkelijkst is gewoon even samen overleggen en je komt er beiden wel uit.
Nick was vorig jaar ook mijn vismaat tijdens het karperen op La Carriere en dat is ons beiden goed bevallen.
Nick voelt zich bij mij op zijn gemak en we kunnen uitstekend met elkaar overweg.

Wij hebben een opblaasbare boot met een elektromotor meegenomen, met twee volgeladen accu’s, een fishfinder en het verplichte reddingsvest voor in de boot. (boot nooit gebruikt)
Natuurlijk ben ik mijn eigen opvouwbare poepdoos niet vergeten, want als er iets lekker is dan is het je eigen plee waar je ten alle tijden op je gemak op kan gaan zitten om vormeloze alfabetletters te produceren.



De Franse, Engelssprekende eigenaresse Pascale Briallart had een heel verhaal over dit meer en de helft had er aandacht voor en de andere helft vroeg later aan de ander was ze eigenlijk gezegd had, terwijl de eigenaresse hun aan had gesproken en telkens oké en yes als antwoord had gekregen.
Ga dan geen yes of oké beantwoorden, als je er niks van snapt.
Hahaha.



Na het lootjes trekken mocht het koppel die het laagste nummer had getrokken een plek uitkiezen aan het meer.
Op een gegeven moment had iedereen zijn plek gevonden en gekozen en het uitladen en opbouwen van de stek nam in aanvang.
Wat een klerezooi neem je als karpervisser mee, want je wilt niks tekort of misgrijpen.
Je sjouwt je een ongeluk, aangezien alles steeds zwaarder begint te worden (of ligt dat aan mijn leeftijd?) en niet altijd gebruik je alle meegenomen artikelen.



Nick had voor het voer en eigen gedraaide boilies gezorgd en als je dat zelf zou kunnen consumeren, dan had je voor een jaar te vreten voor een gezin van 10 kinderen en je schoonfamilie er bij.
Het waren freezerbaits, dus moesten er veertig (40!) kilo bevroren boilies gedroogd worden in luchtige zakken om bederf te voorkomen.

De vier emmers van 10 liter Hennep, Tijgernoten en grote Maïs moesten uit de zon gehouden worden om het niet te veel te laten gisten en een kapot gescheurde zak met Schapenvoer lieten we maar in het gras liggen voor wat het was en pakten met regelmaat een paar scheppen voor een grondvoer.



En dan hebben we het niet over de ontelbare potjes met popups in allerlei smaken.
Wat een feestmaaltijd kunnen we de karpers aanbieden, vooropgesteld dat ze honger hebben en likkebaardend op onze lekkers wachten.
De zon was onverbiddelijk heet en een tropenzon is er niks bij.
Het kwik liep op naar 35 graden in de schaduw en de watertemperatuur was 27 ½ graad Celsius.

Ik kreeg het gevoel een zonnesteek op te lopen en ondanks dat ik in de schaduw zat, moest ik voor zot zitten met een natgemaakte opgevouwen theedoek op mijn hoofd, want dat koelde enigszins af.



Maar dat kon mij niks schelen dat ik zot zat, want ik ben toch al getrouwd en zoek geen verkering met een lekker wijf die op mijn knie wil zitten met haar uitgetrokken slipje over haar arm.
Gerwin pakte om 16.00 uur een graskarper en wat later een spiegelkarper, maar anderen, waaronder wijzelf hadden nog geen aanbeet gehad of gezien.

Nick pakte in de avond een heuse steur van 16 pond en 118 cm lang om precies 23.00 uur en terwijl ik mijn hengel binnenhaal omdat de steur het hele meer nodig had om gedrild te worden, schoot er een paling van mijn beaasde haak, die ik in de eerste instantie helemaal niet aan de haak voelde zitten.



Wat een prachtig dier was de steur en we keken al het mooie er van af.
Nick kon er geen afscheid van nemen en we hebben de steur maar de hele week naast hem op de stretcher in de tent gelegd.
Hahaha.
Nee hoor, na een paar foto’s zwom het voorhistorisch dier weer in zijn eigen veilige omgeving.

De avond was warm en we zaten nog steeds om 24.00 uur in ons T-shirtje buiten onder het genot van een drankje.
Maar dat zou drastisch veranderen.



’s Morgens om 07.00 uur begon de ellende.
De temperatuur was gezakt van 35 graden de vorige dag, naar 18 graden vandaag.

Donkere wolken pakten zich samen en in de verte hoorden wij het al donderen, maar dat weer kwam rap dichterbij en Nick, die geen liefhebber is van harde klappen van de knetterende bliksem, maar ook de bliksemschichten liever in een film ziet dan in het echt, zat met zijn vingers over zijn oorschelpen om de harde klappen van de donder te verzachten.



Dit weer zou aanhouden tot ca 14.00 uur ’s middags en daarna begon het te miezeren, waar je overigens ook zeiknat van wordt.

We hadden nog geen enkele aanbeet gezien en na de hengels opnieuw met verse boilies behangen te hebben, werden ze op strategische plekken ingeworpen.
Nog even een voersessie er over heen en het wachten in het paraplutentje was weer een feit, tot Nick met dobbelstenen aan kwam zetten om met mij een potje te gaan Yatzeéen. ( ik weet niet of ik dit goed schrijf)
Dat had ik eens in een ver verleden gedaan, maar ik had even uitleg nodig.

Je zal nu beet krijgen!

Ik won geen enkele pot.
Als een kind zo blij telde Nick zijn overduidelijke totalen en liet mij achter met een gefrustreerd gevoel van een duidelijke verliezer en dat stak hij ook nog niet eens onder stoelen of banken.
Laat ik ook later in de week geen enkel potje winnen!
Wat een klotespel, welke geitenwollensokkenfreak heeft dit dobbelspel eigenlijk uitgevonden?
Had die kanenbraaier niks beters te doen?

We leerden dezelfde dag, dat Ron en Peet (Bolle) al 8 karpers hadden gevangen en voor de rest had niemand nog iets gezien.
Auw, dat doet zeer.



Acht man die geen aanbeet mochten waarnemen en twee die kramp in de jatten hadden van het drillen.
Onze tijd komt nog wel, zeiden Nick en ik tegen elkaar, let maar op.
Toch keken we een beetje onzeker en we zaten onze tekortkomingen op een rij te zetten, want het kon niet zijn, dat een ander wel vis op de kant brengt en de rest niet, want dan is er wat aan de hand.

De Frans eigenaresse Pascale Briallart en Bart van den Hurk, bedrijfsleider van Pro Line Products, een die het viswater kent door het gehouden Jeugdhappening van Pro Line eerder dit jaar, wisten blijkbaar het antwoord.



Zij vertelden, dat er beter niet met voerboten gevaren moest worden, omdat de schuwe karper dat niet gewend is en vier hengels de man was ook al geen optie omdat de aanwezige populatie aan karper niet gewend is aan al die schuine lijnen in het water.
Tja, lik eens aan mijn lollie, dacht ik bijna hardop.

Ook bleek het waterpeil van het meer 120 tot 150 cm lager te zijn als normaal en konden de karpers (600 stuks) niet het meer rond zwemmen.
De dam bleek links naast onze plek te liggen en daar konden de karpers niet overheen, dus waren wij als laatste aan de beurt als een of meerdere karpers de anderen voorbij durfden en konden zwemmen.



Onderling werd afgesproken, dat we allen met slechts met (3) hengels de man zou vissen en we zouden ook allen toplood aan de lijnen hangen om de hoofdlijn op de bodem te laten rusten en de “schuwe” karper de kans geven om zich vrij door het meer te begeven.
Zo gezegd, zo gedaan.

Volgens mij hadden de karpers geen geld voor een ritje heen en weer in het meer, want er kwam geen kop van een karper voorbij, die een van de vele geurige en smakelijke boilies in de bek wilde nemen.
Nick en ik zaten de situatie eens door te nemen en we kwamen er niet uit.
Ron en Peet (Bolle) zaten inmiddels op 14 karpers en lieten zelfs een masseuse met handen als kolenschoppen langskomen om hun gestreste spieren te behandelen.



Peer kreeg een snoek van geschat 90 cm aan de lijn en heeft die uit nijd in stukken gesneden om als voer te dienen voor roofzuchtige karpers, maar ook dat mocht niet helpen.(geintje)
Toen was het ineens dinsdag.

De dag begon met regen en miezerig weer en de nog lagere temperaturen vroegen om een vest of een trui.
Om een uur of tien ’s morgens werd het warmer door de doorbrekende zon en liet de temperatuur oplopen tot 25 graden.



Ron en Peet (Bolle) hadden inmiddels 18 karpers aan de haken gekregen en het was duidelijk dat er drastische maatregelen genomen moesten worden voor we allen een tic in het gezicht kregen van de karperitus ontbrekina en ons verzopen in het bier.
We kregen ’s morgens bezoek van Peer en Gerwin en die stelden voor dat we tot 19.00 uur de hengels op de rodpod zouden laten liggen en vanaf 19.00 uur slechts een (1) hengel uit zouden leggen met toplood.



Ze hadden dit met de achterban besproken en vroegen zich af of wij ook mee wilde werken om iedereen te verzekeren van een karpervangst.
Ik sprak af, dat ik een fluitsignaal zou geven (met een scheidsrechter fluitje) om precies 19.00 uur.
En dat gebeurde ook.



Ja wacht effe, Ron en Peet (Bolle) gingen in plaats van met vier hengels de man op dit verzoek naar twee hengels de man.
Deze twee “gelukkigen” die nu op 18 karpers zaten wilden niet alle hengels uit het meer halen, want zij waren het die nog steeds karpers vingen ondanks de spierpijnen die ineens op kwam zetten en lekker drillen van een karper onmogelijk maakte.

Nick en ik zagen ook deze avond en nacht geen enkele aanbeet.
Om gek van te worden.



We hebben (net als de rest overigens) alles uit de kast gehaald om een aanbeet te forceren, maar op geen enkele manier kwam er vis op de kant.
Omdat het waterpeil van het meer inderdaad meer dan 120 cm was gezakt, konden de karpers niet om het eiland in het meer zwemmen en we waren bijna van plan om een geul te graven om ze vrije doorgang te verlenen.



Ze bleven dan ook in het gedeelte van het meer rondzwemmen waar Ron en Peet (Bolle)iets verderop hun kamp opgeslagen hadden en konden of durfden niet langs de uitstaande lijnen van Ron en Peet (Bolle) en bleven dus in dat gedeelte van het meer waar ze gemakkelijk weg waren te vangen omdat ze geen enkele andere kant op konden.
Inmiddels hadden ze al 27 karpers op de mat gebracht en lieten de gefrustreerde anderen daarmee ver achter zich.
Het ongenoegen over de magere (geen) vangsten van de anderen had inmiddels ook hun kamp bereikt en ze besloten de beaasde hengels uit het water te halen om eens poolshoogte te nemen en te gaan praten met de rest.



Daar aangekomen, was eigenlijk niemand bereid om tot de kern van het vangprobleem te komen.
Ook toen de tongen wat losser waren door de alcoholische consumpties werd het acute probleem niet echt aangekaard, tot Ron en Peet (Bolle) wat later bij ons langskwamen.

Op mijn vraag wat er aan de “overkant” van het meer besproken was, kreeg ik naar mijn gevoel geen bevredigend antwoord en merkte dat het vangprobleem niet volledig aan hun was voorgelegd.
Toen was het mijn beurt om eens de boel aan te kaarten.



Ik vertelde hun het ongenoegen wat er onder de meesten en ons speelde, het uitblijven van de vangsten en de massale vangsten van hun kant.

Over de vermoedelijke blokkade door te veel lijnen in het water bij de nauwe oeverkanten van het eiland en het meer, waardoor de karpers maar in het laatste gedeelte van het meer bleven en slechts door hun waren te vangen en niet door de rest.
Zo, dat lag even op straat.



Ik vertelde Ron en Peet (Bolle) dat we ook de hele dag geen hengels in het water hebben gehad en dat we slechts met een hengel met toplood hebben gevist om 19.00 uur.
Maar ook dat zij wel met twee hengels per persoon door bleven vissen en daarmee nog steeds de boel blokkeerden.
Dat was nieuw voor hun en dat hebben ze niet eerder van de anderen vernomen, wel de vraag of ze met twee in plaats van vier hengels wilden vissen.



Nick en ik, maar ook de anderen hadden al 5 dagen niks gezien en dan ga je dingen zien en rare veronderstellingen beginnen een eigen leven te leiden en dan word je niet goed van jezelf.
Ik heb toen de uitnodiging van Ron afgeslagen om de volgende dag bij hun in de kom te gaan vissen aan onze eigen kant weliswaar, want zo desperaat om een karper te vangen ben ik ook weer niet en ik heb ook een klein beetje trots.



Toch bleef de uitnodiging van Ron en Peet (Bolle) bij Nick in zijn hoofd spoken en ’s nachts droomde hij van kneiters van karpers op de onthaakmat en de euforie die daar mee gepaard gaat.

De volgende ochtend vroeg hij dus ook aan mij, zal ik aan Ron vragen of we vandaag in het kommetje mogen vissen.
Hij vroeg het een beetje aarzelend met in het achterhoofd het botte antwoord van mij aan Ron en Peet (Bolle) de vorige avond.
Ik zag de hoge drang in zijn vragende ogen om een karper te landen deze week en ik zou dan degene zijn die dat tegen zou houden en dat wilde ik niet.



Trouwens, Nick had toch iemand nodig die de vis zou moeten scheppen en wegen, maar ook de foto’s kon maken.
Ahum.

Hij liep met snelle passen naar de plek waar de boys vertoefden en na hun toestemming waren we binnen tien minuten geïnstalleerd met zo min mogelijk visspullen en binnen een kwartier hadden we drie aanbeten.



Ik trok een spiegelkarper van 27 pond uit het nat en Nick deed hetzelfde en ving eveneens een spiegel van 27 pond.
De derde aanbeet verspeelde Nick door een loslater.



Op naar deel 2



 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator