Leo Olierook Fishing Adventures

    Homepage || Meerval specials|| Meervalvissen op de Ebro. 15 okt 2011 Deel 1
 

    
 
Meervalvissen op de Ebro. 15 okt 2011 Deel 1


Het vergt nogal wat voorbereiding, als je nog nooit in het buitenland op meerval bent wezen vissen en zeker niet als je met de auto gaat.
Ron, Marco en zoon Menno, Frido, Sjon (Jan) en ik gingen de 14e oktober met twee auto’s naar de Ebro in Spanje.

De rit is ongeveer 1600 km heen, maar ook weer terug en de heenreis werd in ongeveer 20 uur gereden, aangezien we zeker 2 uur vertraging hebben opgelopen in Frankrijk.



We gaan naar Catfish Camp Caspe, waar we twee huisjes voor een week met twee boten hebben gehuurd.

Ik ben al twee keer eerder naar de Ebro geweest, een keer met Ed in de maand september 2010 en de tweede keer met Theo in juni 2011 en dit zal de derde keer worden, echter in plaats van het vliegtuig en gehuurde auto, nu met de eerder genoemde twee auto’s.

Anton en Jutta van Gool ( plaats voor twee personen) en Rinus en Roxanne Houtkooper (plaats voor 4 personen)


Ed en ik gingen in pension bij Anton en Jutta van Gool (september 2010) en Theo en ik in pension bij Rinus en Roxanne Houtkooper (juni 2011), allebei gesitueerd in Playas de Chacon aan de overkant van de rivier schuin tegenover Caspe, maar nu moeten we zelf voor (bijna) alles zorgen.

Ik neem twee meervalhengels met meervalmolens mee (Black Cat) en een reserve molen en niet zoals de anderen nog een verticaal, karper en hengels om uit de boot te trollen met kunstaas.
Op mijn molens heb ik 50 mm gevlochten lijn gespoeld en met die lijn kan je bijna een olifant uit het water tillen.
Natuurlijk is het een uitstekende kans om diverse disciplines toe te passen op deze zeer bekende rivier, maar ik ga uitsluitend voor de meerval vanaf de kant en heb geen zin in de andere vismethoden.



Misschien een gemiste kans?
Ik denk het niet, want ik kom uitsluitend voor de meerval die ik probeer te vangen langs de kant met pellets als bodemaas.
Pakt een karper mijn aangeboden aas, dan zal ik hem natuurlijk drillen met mijn meervalhengel, maar daar is natuurlijk geen enkele lol aan en de karper is vrijwel kansloos.



Behalve de zoon van Marco (Menno) heeft iedereen ervaring met het vissen op meerval in Nederland en de grootste meerval die gevangen is door een van ons haalt de 1.57 mtr.
Nu kan ik je vertellen, dat de Nederlandse meerval best wel ontzag inboezemt aan kracht als je die aan de haak krijgt, maar die haalt het niet bij een Meerval uit de Ebro bij een eenzelfde lengte of gewicht.

Er ontketenen zich krachten, die je versteld doen staan en dan beseft je wat je al die tijd extra hebt gemist bij het aanslaan en drillen van een meerval in Nederland.

Juni 2011

De huidige waterstand baart ons en vooral mij een beetje zorgen, want ik heb vernomen in september dat de rivier op sommige plekken een meter of 8 lager is dan voorheen.
Ik weet dat er plekken zijn die slechts 5 meter diep meten en die liggen dus gewoon droog.
Balen, maar Rinus van Roxanne wist mij te vertellen, dat bij de camping van Caspe, de rivier nog diep genoeg is (11 meter)om een meerval aan de haak te krijgen.

We waren na de rit van 20 uur aangekomen bij de brug die naar Caspe leid en we schrokken ons een hoedje.



Niet 8 meter lager, maar zeker 12 tot 15 meter lager!
Hele stukken Ebro lagen droog en er liepen bij enkele stukken gewoon een stroompje in het midden, waar de watervogels in konden staan om hun visje (alvers) te vangen.
De moed zonk bij mij in de schoenen en de twijfel, dat we het deze vakantie qua vangsten aan meerval goed af zouden brengen, knaagde aan mijn gezonde verstand.



Ik werd ineens boos, boos op CCC, die ons gewoon heeft laten komen om op meerval te vissen en boos omdat mijn voorstelling van een fijne onbezorgde visweek in duigen zou vallen.
Natuurlijk was ik ook boos, dat de rest van de groep net als ik teleurgesteld was over de hoogte van de waterstand van de Ebro en hun kansen op mooie grote meerval tot een minimum was terug gebracht.
Misschien beseften de rest van de boys niet wat deze lage waterstand voor tegenvallende vangsten konden bewerkstelligen en een interne woede knabbelde aan mijn hersenen.

De lage waterstand werd veroorzaakt door de bouw van een gigantische wateropslag voor de watervoorziening van Alcaniz bij Escatron, daarvoor werd kunstmatig de waterstand laag gehouden.



Deze informatie kreeg ik later van Rinus en Anton te horen.
Telkens wanneer ik een foto maakte van een stoffige bodem in plaats van een stromende rivier, kreeg ik hem zitten en goed ook.
Je kon het van mijn bek afscheppen.
Dit had ik nog nooit gezien en ik ging in gedachten al behoorlijke verwijten maken naar de leiding van Catfisch Camp Caspe.



Je laat toch geen 6 man 1600 km naar je accommodatie rijden met deze droevige beelden?
Waar ben je dan als ondernemer mee bezig.
Ik kreeg plots visioenen van commercieel gewin, dat geld belangrijker is dan het visvakantie plezier van klanten die van verre komen om een meerval aan de haak te slaan.

Bij mij was de eerste dagen de toon gezet en er zijn bij mij meer situaties opgevallen die het bovenstaande visioen bevestigden.



We liepen naar beneden (waar normaal water staat) en zagen in de diepte enkele boten aan een vlonder liggen, die door een jong persoon werden schoongemaakt.

Op onze vraag of hij wist waar CCC precies was gesitueerd, want we konden het niet direct vinden, antwoordde hij, dat hij de zoon was van Gert en Jacintha en ons dat wel kon vertellen.
We waren de appartementen nog net niet voorbij gereden en na zijn uitleg wisten we waar we moesten zijn.



Op onze vraag hoe het met de vangsten van meerval was gesteld, kwam het kwieke eerlijke antwoord, meerval niks, karper niks en snoekbaars redelijk.
Dan zak je broek gelijk naar beneden en je schoenen schieten van je voeten, met zo’n antwoord en het gif van commercieel gewin druppelde langzaam maar zeker mijn aderen binnen om nog meer schade aan mijn vertrouwen te veroorzaken.

Dat zeg je toch niet tegen nieuwe klanten, die soms een paar maanden tot een half jaar of meer moeten sparen om een meervalvakantie te kunnen bekostigen?



Ik kookte van binnen en blijkbaar was ik de enige.
Was ik dan de enige van de groep die zich getild en onheus behandeld voelde?
Eigenlijk werd bevestigd wat ik al bevroedde en mijn boosheid vroeg een uitweg voor ik er de hele visvakantie mee zou zitten.
Laten we maar eerst een koud potje bier nuttigen, zei een van ons en de klim terug naar boven werd in gang gezet.

De steile klim benam mij toch iets de adem en mijn benen wilden ook niet meer zoals vroeger, maar zonder even te stoppen kon ik de klim afmaken en mijn hart maakte overuren.
Boven, wat voorheen een soort haven genoemd mag worden, was een eetgelegenheid, waar je buiten op een terras een stukje kon eten, maar ook een drankje kon drinken.



We bestelden allemaal (op Menno na) een halve liter Cerveca, waar het ijs in rond dreef.
Wat een lekkernij was dat in deze Spaanse hitte van rond 30 graden en onze gulzige lippen vonden snel de rand van het glas.

Ik merkte, dat de anderen meer vertrouwen hadden in een geslaagde visweek en de tering naar de nering konden zetten, terwijl ik daar geestelijk nog niet aan toe was.
Misschien was de impact van de lage waterstand niet correct bij hun aangekomen, terwijl bij mij de beelden nog een goede plaats moesten vinden om te accepteren.
We zochten na een uur of twee CCC op, aangezien je daar niet voor tweeën je neus mag laten zien en we veel te vroeg waren aangekomen (09.30 uur)



Het nieuw gebouwde onderkomen zag er strak perfect uit en leek in nieuwstaat.
Wij (Ron, Sjon, Frido en ik) namen de beneden verdieping en kregen de sleutel mee van de voordeur van het appartement waarin twee, tweepersoons kamers, keuken, toilet en douche waren gesitueerd en de bovenste verdieping met bijna dezelfde faciliteiten, die via een buitentrap was te bereiken, werd door Marco en Menno bezet.
De handdoeken om te douchen en handenwassen moest je van thuis meenemen, want die kon je alleen verkrijgen via meerprijs.

In de tuin naast ons lag een heus zwembad, waar door Menno (13 jaar) en door enkelen van ons dankbaar gebruik van is gemaakt.



Via de stalen buitendeur aan de straat kon je links de eetruimte binnenkomen, waar we ’s morgens (behalve op de dag van vertrek?) een ontbijt konden nuttigen (meerprijs) en je brood kon smeren voor de lunch tussen de middag (ook meerprijs).

De zelf klaargemaakte boterhammen kon je in aluminiumfolie verpakken, die door CCC werd verstrekt en waarbij het later op de visplek toch wel lastig zoeken was naar je eigen lunchpakketje, als die niet door een ander met honger in zijn lijf al opgegeten was.
Voor je eigen gemaakte lunch werd een koelbox ter beschikking gesteld, met daarin door CCC aangeboden een aantal koude blikjes fris voor de dorst en voor ieder een stuk fruit van de dag.



Zondag, de eerste visdag,werden we door Gert begeleid naar een bepaalde stek aan de zijkant van de Ebro.
De hele hap (zelf meegenomen hengelmateriaal, stoelen, pellets, elektromotor, tassen en steunen) moesten vanuit de auto's in twee boten ( 13.5 en 25 pk) verdeeld worden en iedereen liep zich een stinkasem van de auto’s naar de boten (80 mtr), die aan een schommelende drijvende vlonder in het water van de Ebro waren vastgebonden.

Het pad naar de vlonder was met rollende stenen geplaveid, schuine steile plekken en menigeen moest zijn evenwicht bewaren om niet lelijk ten val te komen.
Eigenlijk was dit dus gewoon de bodem van de Ebro op 13 – 15 meter diep.



Doorgaans gebeurde dit sjouwen na het ontbijt (ontbijt 08.30 – 09.00 uur) en kon je na een eind varen naar een stek het visgerei weer uit de boten pakken en de stek opbouwen.
De eerste hengel kon bijna elke dag pas om 10.45 uur uitgevaren worden, zodat iedereen rond 11.00 uur echt achter zijn hengels plaats kon nemen om te vissen en dat is een korte visdag kan ik je vertellen.

We visten de eerste dag tot 19.00 uur.
Dat bleek niet verstandig, omdat het afbreken van de spullen op de stek, het inladen van de boten en de terugreis naar de vlonder zoveel tijd in beslag nam, dat we dus dik in het donker de visspullen weer vanuit de boten in de auto’s moesten laden, want die konden daar niet in blijven liggen op straffe van diefstal.

Ik geef het je te doen om in het donker het pad te belopen en half te beklimmen met je handen vol met de handel van jezelf of van je vismaat.

Normaal staan deze takken 8 tot 10 meter onder water

Onderweg naar de "stek der stekken", zagen we boomgaarden in het water staan, die je normaal nooit zou zien omdat zich daar nog een meter of 10 water boven zou bevinden.
Zo werd je onderweg weer pijnlijk bewust van de lage waterstand.

Gert moest de eerste dag zoeken naar een plek waar we met zijn allen plaats konden nemen aan de waterkant en hij koos een open plek voor ons allen uit.



Ik kreeg niet direct de indruk dat deze plek uniek en alleen gereserveerd was voor ons door CCC, of dat het net een stuk Ebro was die nog niet door de lokalen aldaar was bezet.

Er bleven in het stuk varen eigenlijk niet veel plekken over om te vissen, aangezien vele (goede) stekken al bezet waren door vele vissers en na het uitpakken en opbouwen, gaf Gert enkele aanwijzingen voor degenen die dat nodig hadden en nadat hij het gevoel had dat we het wel zouden redden, vertrok hij na een paar uur aankijken in zijn eigen boot weer terug naar de vlonder om andere werkzaamheden te verrichten.



De markeerboeien waren door ons op aanwijzing van Gert strategisch uitgezet, de hengels met aas uitgevaren en er werd door ons rijkelijk pellets rondom de boeien uitgestrooid en het was wachten op de eerste aanbeet.
Dat duurde letterlijk en figuurlijk úren, omdat je niet moet denken dat je gelijk de grootste meerval uit de Ebro zal sleuren als je op scherp staat.

Na regelmatig de pellets aan de hair vernieuwd te hebben (om de twee uur), zag en hoorde Sjon (Jan) een aanbeet op een van de hengels van Menno en omdat hij toevallig in de buurt was, nam hij de hengel ter hand en sloeg hij aan.
Menno was met zijn vader Marco een eindje gaan varen om te verticalen op snoekbaars, dus konden zij zelf de aanbeet niet verzilveren door hun afwezigheid.



Sjon trok na een pittige strijd een karper van 32 pond op de kant, terwijl iedereen dacht en eigenlijk zat te wachten op een meerval.
Onze harten maakten allemaal een sprongetje, toen het belletje in de top van de meervalhengel als beetverklikker stond te rinkelen, maar het bleek dus later een karper te zijn die dat geluid had veroorzaakt.

Natuurlijk is het bijna geen strijd om een karper aan een meervalhengel binnen te halen, maar het genoegen is er niet minder om.
Sjon, maar ook wij zaten te genieten van de strijd en dril en alles werd in gereedheid gebracht om de karper te landen, te onthaken en te wegen.



De aanbeet vond laat in de middag, n.l. pas om 17.30 uur plaats en dan kan ik je vertellen, dat je al helemaal gaar bent van het wachten in die hitte (30+ graden), want er was nergens een schaduwplek en je hoop op de vangst van een kneiter van een meerval danig is geslonken.
De vangst van deze 32 ponder zorgde er wel voor, dat we weer scherp waren en bleven en bij menigeen opnieuw hoop werd ingeblazen om misschien vandaag toch een meerval aan de haak te krijgen.



Helaas hebben we voor de rest van de bloedhete dag niets meer gezien of gehoord.
’s Avonds waren we na ampel overleg en onder het borrelen (waarbij ik de fles whiskey van Sjon behoorlijk heb geraakt), het eens om maar van stek te veranderen, aangezien er op de eerste stek veel bomen onder water op de bodem verankert lagen en we daar regelmatig aan vast zaten bij het binnenhalen van het aas om te verversen.
Geen uitstekende stek dus in onze optiek door Gert uitgekozen en met risico van verlies van vis bij een aanbeet.



De volgende dag besloten we om iets verder te varen en een stek te lokaliseren, waar we allemaal goed de ruimte hadden om de hengelsteunen te plaatsen en waar er minimale obstakels in het water bevonden.
Gert had ons er ’s avonds eerder op gewezen, dat een betere plek pas 30 km verderop lag.
Toch besloten we om een andere plek te zoeken en niet naar de 30 km verdere plek te gaan varen, aangezien we dan pas in de middag aan zouden komen en onze vistijd wel helemaal minimaal zou zijn.
We moesten voor een andere plek (dichterbij) nog een heel stuk verder voor varen, ten dele omdat er veel vissers waren die al goede stekken hadden bezet en er nog veel steile wanden aanwezig waren waar je gewoon niet kon zitten om te vissen.

Het strandje werd toch aan de linkerkant van de Ebro gevonden enkele kilometers verderop en het zag er veelbelovend uit.



Laten we hier maar blijven zitten, was mijn voorstel en laten we regelmatig voeren, want dat zal ons waarschijnlijk belonen na een dag of drie (woensdag), aangezien we dan een aantal voerstekken hebben opgebouwd waar de vis in de buurt zal blijven hangen.

Zo gezegd, zo gedaan.
Er werd weer rijkelijk gestrooid met pellets, zowel voor we met de vissessie zouden beginnen en ook in de namiddag, net voor het terugvaren naar de vlonders waar de boten aangemeerd moesten worden.
Drie zakken pellets per dag voeren (60 kg) leek ons een plausibel aantal en ook in gewicht voor twaalf plekken.



Er werd deze dag geen enkele vangst aan de wal geboekt, dan een paar snoekbaarzen (2) door Menno, Frido en Marco, die apart zijn gaan verticalen in een van de twee boten en daar uren vistijd voor nodig hadden.
Opbouwen van een stek neemt nu eenmaal tijd in beslag en dat kan je gewoon niet forceren door wat dan ook, maar de tijd die er tussen zit gaat erg langzaam en het lijkt of de wijzers van je horloge niet vooruit willen draaien.

Wel werden er een karper en meerval verspeeld tijdens het verticalen, maar het lichte materiaal waar ze mee visten leende zich niet voor dergelijk geweld.



Het water van de Ebro zakte die dag een centimeter of 50, maar steeg later weer even 20 cm.
Dat zag er niet goed uit en als die daling van het water voort zou zetten, dan konden we straks op onze blote voeten naar de overkant lopen.
De wind hadden we recht in het gezicht, maar ook werden allerlei dode vissen, maar ook veel donkergroene alg door deze wind onze kant opgeduwd en lagen te stinken aan de vloedlijn.

In het midden, waar ons aas lag, was het negen tot elf meter diep en ik verwachtte daar wel meerval en karper als we de elke dag en de dagen daarna stevig zouden blijven voeren met pellets.



Het was en bleef een stom gevoel dat je eigenlijk op de bodem in plaats van de kant van de Ebro zat te vissen en je verrekte bijna je nek als je langs de rotsen omhoog keek, waar de grens van het water bij een normaal waterniveau ligt.

Ron doodde de tijd door te gaan zwerven langs de kustlijn en leerde het vak strandjutten in zeer korte tijd.



Hij kwam met allerlei handel aan, waaronder een oranje paraplu van Coca Cola en die werd gelijk gebruikt tegen de felle zon.

Anderen, waaronder ikzelf, zaten stom voor zich uit te kijken en bij elke deuntje die soms door krekels werden veroorzaakt, schoten mijn ogen naar mijn hengeltoppen om een aanbeet van meerval te registreren.



De vondst van de paraplu kwam goed uit voor Ron want het was in de week dat we visten op slechts een dag na, loeiheet aan het water.
Sommigen bleven gewoon met hun borst ontbloot in de zon zitten, die erbarmelijk heet op je huid brandde en insmeren van een zonnecrème van minimaal factor 30 noodzakelijk maakte.
Je zag ze bruiner worden, maar dat is voor mij niet weggelegd daar ik mijn huid rood verbrand dan ga vervellen en daarna dezelfde cyclus weer opnieuw wordt opgestart door de brandende zon.

Ik zat schuin in mijn meegenomen paraplu tentje, maar door het uitblijven van een fris windje, leek het wel een sauna.
Een natte opgevouwen theedoek gaf mij enige koelte op mijn hoofd en beschermde mij tegen een zonnesteek.













 
naar boven
 

© Leo Olierook Sportsfishing Adventures 2008-2012

  Webdesign by Theo J. de Wit

Google Sitemap Generator